Recensie van Bundels van het nieuwe millennium. Nederlandse en Vlaamse poëzie in de 21e eeuw - Jeroen Dera & Carl De Strycker (red.)

De bundel is dood, leve de bundel!

Jeroen Dera & Carl De Strycker (red.)
Bundels van het nieuwe millennium. Nederlandse en Vlaamse poëzie in de 21e eeuw
Uitgever: Vantilt / PoëzieCentrum
2018
ISBN 9789460043642
€ 19,95
304 blz.

De artikelcollectie Bundels van het nieuwe millennium is het tweede deel van de serie Nederlandse en Vlaamse poëzie in de 21e eeuw. Waar het eerste (rode) deel gaat over de dichters van nu, behandelt het tweede (blauwe) deel 26 poëziebundels die verschenen van 2000 tot 2015. Collega-recensent Hans Puper schreef over het eerste deel en hij vindt het een goed boek: “De essayisten beschrijven in Dichters van het nieuwe millennium ontwikkelingen waar we nog middenin zitten. Een echt overzicht hebben we daarom nog niet, maar dat is geen probleem. De kracht van het boek ligt in de aanzet tot reflectie en debat.” Geldt dat ook voor bundel die over bundels gaat? Zeker, maar wel op een wat andere manier.

De inleiding van de samenstellers begint met twee bladzijden met uitleg waarom de bundel als fenomeen toch aandacht verdient. De poëzie is al vele malen doodverklaard en net zo vaak weer tot leven gekomen. Ook de poëziebundel is naar het dodenrijk verwezen, nu poëziefestivals, slamtoernooien en sociale media als drager van het gedicht steeds belangrijker zijn geworden. Maar de gedichtenbundel is nog steeds een belangrijke eenheid om gedichten in aan te bieden. Voor het eerst iets op Facebook zetten, geldt nooit als ‘debuut’, wel het verschijnen van een fraai stuk drukwerk, bij voorkeur bij een gerenommeerde uitgever. En de gezaghebbende poëzieprijzen worden uitgereikt aan bundels en niet aan gedichten.

De bundel is als fenomeen belangrijk genoeg om te behandelen. En wat biedt het nieuwe millennium op dat vlak? Het behandelen van bundels in plaats van alleen de nieuwe dichters heeft een voordeel. In de rode bundel worden dichters behandeld die debuteerden sinds het jaar 2000. Maar de dichters die al actief waren, zijn niet allemaal spontaan overleden in dat jaar. Dera en De Strycker zeggen erover: “(…) het landschap van de hedendaagse poëzie wordt gevormd door een samenspel van nieuwe dichters met nieuwe ideeën enerzijds en belangrijke publicaties van gevestigde namen anderzijds.”

De uitverkoren dichtbundels zijn steevast winnaars van poëzieprijzen, zij lijken van belang voor de ontwikkeling van de Nederlandstalige poëzie in brede zin óf zij vormen een bijzondere wending in het werk van de dichter. Zo komt Pfeijffers Idyllen voor in de bundel. Dera en De Strycker: “Met Idyllen. Nieuwe poëzie grijpt Ilja Leonard Pfeijffer terug op de klassieke retorische traditie (…) met als bedoeling vernieuwend te zijn in de hedendaagse Nederlandse dichtkunst, waarin het vrije vers overheerst.” En wat te denken van die verstokte Vijftiger die, ondanks zichzelf, een nieuwe weg inslaat. Dera en De Strycker: “Gerrit Kouwenaar, het boegbeeld van de talige, autonome poëzie, bereikte plots een groot publiek met zijn laatste bundel, totaal witte kamer, die een persoonlijk verslag bevat van een ontreddering na het overlijden van zijn vrouw.” Als we naar de jaartallen kijken van wanneer de behandelde bundels verschenen, constateren we een kwaliteitspiek in 2002 en 2014 (met vier behandelde bundels) en zien we dat 2006 een zwaar jaar was voor de dichtkunst.

De essaybundel biedt ook een mooi inzicht van wie er actief zijn op literair-wetenschappelijk gebied in ons taalgebied. In de ‘personalia’ op de laatste pagina’s ontmoeten we 26 actieve publicisten, veelal verbonden aan Vlaamse en Nederlandse universiteiten. Daarin zit ook wat Hans Puper al benoemde: de aanzet tot reflectie en debat. Maar de essaybundel speelt ook een rol als naslagwerk. Weinig liefhebbers lezen zo’n opstelbundel van kaft tot kaft.

Hoewel de opstellen stuk voor stuk diep snijden, proberen ze wel de lezer zoveel mogelijk mee te nemen. Dat gebeurt in eerste instantie door te beginnen met een gedicht uit de bundel, vaak een gedicht dat als typisch voor de bundel wordt gezien. De opstellen plaatsen de bundel in de context van de tijd door de recensies te behandelen, de eerste ontvangst door de geoefende lezers. Als de bundel een structuur heeft met delen en afdelingen, worden die genoemd en besproken. Daarna gaat de auteur steeds verder de diepte in: thematiek van de dichter, de stijl, de invloeden, alles wat een bijdrage levert aan begrip van de bundel, haalt de auteur erbij. Barbara Fraipont analyseert zelfs de getekende omslag van de bundel Kalfsvlies van Marieke Rijneveld omdat deze door de dichter zelf is gemaakt en een sleutel vormt tot het begrip van de verzen. Sarah Posman behandelt Ontij van Anneke Brassinga, een bundel uit 2010. Als blijkt dat Brassinga de lezers iets duidelijk wil maken over ‘mechanica’ gaat Posman de diepte in door wetenschapstheorie zoals die door de wiskundige E.J. Dijksterhuis is gepresenteerd, uit te leggen. Dat is nodig om dichterbij het voorbeeldgedicht ‘VI – Naar Dijksterhuis’ te komen. De relatie tussen de machtige mechanica en de minstens even machtige verbeelding vormt een belangrijk thema in deze bundel.

Dat de gedichtenbundel niet dood is en zelfs een kunstvorm op zichzelf, vinden we terug in de bespreking van Yves T’Sjoen van de bundel De reis naar Inframundo uit 2011, van Peter Holvoet-Hanssen. Deze bundel is een bloemlezing uit vijf eerder verschenen bundels van Holvoet-Hanssen uit de periode van 1998 tot en met 2008. Omdat de dichter de samensteller is van de nieuwe bundel, is er sprake van een ‘zelfbloemlezing’: “De dichter heeft de oorspronkelijke uitgaven niet chronologisch gerangschikt, maar zorgde door herordening en een nieuwe clustering van teksten voor een gewijzigde tekstcompositie.”

De serie Nederlandse en Vlaamse poëzie in de 21e eeuw waar Bundels van het nieuwe millennium een deel van is, is een fantastisch naslagwerk voor verdere studie, voor discussies over de nieuwe vormen van poëzie in deze tijd. Door de gekozen vorm waarin een voorbeeldgedicht als rode draad door een opstel heenloopt, helpt het ook de beginnende lezer om poëzie te begrijpen en te waarderen. Niet onbelangrijk, want ook de komende millennia moeten er bundels verschijnen…