Gedichten Frank Pollet

Boekhouder met vulpen

Een oud gezicht in de facturatie.
Een kasticket met een blik
die betekent wat je aanbelangt

in je heimelijke kamers uit je betrokken
wolkenhemel op je betraande vingertop.

Mont Blanc met blauwe regen.

 
 

Insomnia

En ’s nachts drukt de lucht zwaarder
op mijn ogen. Het is altijd
te warm en te danig. En
het regent op de beesten.

Ik heb gezegd [tegen zo weinig oren als ik
kon] dat ik. Een televisietoestel heb.
Te weinig grote boeken lees.
De plaasteren kop van Guido
Gezelle rood wil verven.
Wind en hagel wil verbieden.
Wilgentakjes steel. Alle dagen

er maar niet in slaag. Te
mijden wat te
veel de ogen open houdt, de luchten
zwaar en zwaarder maakt. De nachten

hevig nacht.

 
 

Alsof het niets is,

fluit een vogel ieverans
uit een gsm. Zo
wiekt de dag en het regent
als in een cliché van het zuiverste water.

Ik bouw verse observaties op
een aftandse fundering.
Ben liever niet wat ik zie.
[Ik zie een eiland.]
Blijf steeds minder makkelijk binnen
de lijntjes. Ik wijt het aan een flard mist

op een miezerige morgen.
Als deze.

Hey, je gedicht laat zich prima lezen!
[Shit. Is het dan wel poëzie?]

Alles is beter dan minder goed
zijn
dan de rest.

 
 

uit Turbulenties!, Kleinood&Grootzeer, 2017