Gedichten Els Moors

(geen titel)

een twee drie vier vijf stoelen
in een kamer ‘s ochtends

een vrouw die door de wereld schrijdt

de verweesden die in de metro
van de trappen glijden
omhoog wellende trappen
als zoemende golven

kauwgum kleeft tussen de stoffige
lijnen in het zwarte metaal

ach de eenzamen
ach de doorkijkposten

verslaafd aan het in plastic gebottelde water
de knorrende televisie-einde’s op de bank
de stalen punten
en het gebrek

aan bewegingsvrijheid

wij zoeken haar schoot
met devote ogen
de brocante zal worden
afgesloten met

een barbecue

het vlees verschroeid
elke man getemd
aan de hand van

een slinkse pirouette

 

(geen titel)

na het vertrek naar het platteland
zijn de straten van de stad het einde
van mijn laatste verzuchting en de hoop
op jouw omhelzing

op het slagveld

de vogels klaarwakker de zon klaarwakker
de bossen vullen zich met kostbaar getokkel

en jeuk in de oren

verhef het democratisch verkozen volk
de intelligentsia en de fietsers

die bloemen slurpen in de velden

voor het blote oog van de pijnbomen
die het licht vangen met hun rode stammen
de pijnbomen die onze esthetische verlangens

bevredigen

ik ben zo goed
dat ik je met een enkel schot

 

(geen titel)

weet ik nog heel goed
hoe aan de kades
witte plastic bekers gevuld
met rosé en getimmerde
schepen het strand
imiteerden

‘s avonds toeterden
de brandweermannen luidruchtig
en de vrouw
tegenover mij
kleedde zich uit

samen doorstonden we
het dramatisch gefluit
van het onzichtbaar
gespetter

kansloos

bij elke nieuwe schram of vlekje
waste ik met de hand
droogde ik op de vensterbank
kuierde in het bos

verschoonde de bak

en zorgde voor het verminkte dier
dat verdwaalde

in de morsige gang