Gedichten Guy Commerman

Oplossing

Ik weet niet wat het raadsel
op het verkreukte laken achterlaat
en of ontwaken het begrijpt.

Het leeft stil en ritselt,
het hecht zich aan de ademtocht.

De eerste woorden van de dag
beraden zich, vergissen zich,
op losse schroeven het scenario.

 

Afgrond

Een gedicht leeft in een tuin,
hangt te rijmen in een kerselaar.
Soms valt het uit de toon
op aarde, gras en stilte.

Ik luister naar het zingen
van gedachten, naar de rebelse psalm
van een schaamteloos, profaan gebed,
naar een spinet dat in de verte spint.

Alles wordt hete honger naar aanraken,
plechtig begin van ongerijmde weelde.

De uil weet niet waarheen, noch waarom
en oehoet maar wat: voorwaar een gedicht.

 

Vogelvrij

Misschien raak ik dan onwetend een ster,
misschien ontmoet ik een argeloos dwaallicht,
mijn reis is geen geheim, maar doorzichtig.

Iemand meent te mogen lachen,
iemand roept, iemand vindt
een boodschap uit, allen ongewapend.

Misschien bevrijd ik vogelvrij het netvlies,
verzoen ik vuur met het wenen
van enkele mensen, zodat ze zich herkennen
in de late vacht van middernacht.

 

Overleven

Alles komt terug, zoals de tevreden nacht,
zoals een glimp van blijdschap,
zoals het languit lachen in de naakte zon,
de buigzame muziek van spetterend water.

Wat niet terugkomt, is nooit geweest,
elk verhaal is lichaam, elke zoen is afzondering.

Alleen herrijzenis is wanhopig, goddelijk bedrog,
een steen blijft steen, een wortel groeit,
een schaduw stoeit, overleven is dodelijk eenmalig.

 

uit: Wat het raadsel achterlaat
(2017, Kleinood & Grootzeer)