Recensie van Aambeien en zetpillen, poëzievoorschriften op alfabet - Johan Borghys

Komt een dichter bij de dokter

Johan Borghys
Aambeien en zetpillen, poëzievoorschriften op alfabet
Uitgever: Uitgeverij P
2012
ISBN 9789491455124
€ 17,5
128 blz.

‘Een debuut moet iets bijzonders hebben om op te vallen. (…) Hier beginnen de problemen pas echt. De meeste debuten horen namelijk thuis bij de spreekwoordelijke dertien die het grauwe dozijn volmaken en niet de potentie bezitten om door te dringen tot krantenkolommen of talkshows.’
Deze wijze woorden las ik op 5 januari op de website van De Contrabas.
Aanleiding was een artikel van Jaap Goedegebuure in de bijlage Letter & Geest van Trouw.
Het is inderdaad niet gemakkelijk om als debutant de aandacht te trekken. De recensieruimte in de wekelijkse boekenbijlage is omgekeerd evenredig aan het aantal debuten. Johan Borghys moet ook met een dergelijke gedachte geworsteld hebben. Nochtans heeft zijn bundel  alles om met kop en schouders boven de grijze middenmassa uit te steken. Uitgeverij P tekende voor een origineel concept in de vorm van een verzameling zogenaamde doktersvoorschriften en niet minder dan 54 (bekende) artsen namen het peterschap van één van de gedichten op zich. Zo schreven Marleen Temmerman, Bo Coolsaet, Pedro Brugada en Patrik Vankrunkelsven voor één keer geen medicatie, maar een gedicht voor.

Bijziendheid

Hij leeft teruggetrokken in
een wereld van troebel glas,
begroet contouren met
een wazige glimlach.
Af en toe helpt hij een verdwaalde
de straat over, leert hem heel
precies zijn focus te verliezen.

Dit stukje poëzie wordt voorgeschreven door Dr. Marc Goethals, cardioloog. Samen met ‘Blaas’ vertegenwoordigt ‘Bijziendheid’ de tweede letter van het alfabet. Zoveel letters, zoveel kwalen. Men kan Borghys geen onnauwkeurigheid aanwrijven. Maar hoe zit het met de poëzie? Zijn gedichten zijn minuscule observaties, vaak gelardeerd met een gratuite knipoog, van wel en wee. Het zijn uit de kluiten gewassen haiku’s die hij op zijn lezers loslaat.
In ‘Bijziendheid’ gaat de dichter perfect om met het onderwerp. Troebel, contouren en focus zijn de kapstokken waaraan hij zijn observatie ophangt. De kracht van deze woorden versmacht echter het intieme waar de dichter naar streeft. Ze zijn te prominent aanwezig waardoor je afgeleid wordt van het onderliggende geheel: de waas van de alcoholicus. In een sluierroes van drank vlucht hij weg en af en toe neemt hij een onbekende ziel mee op zijn alcoholqueeste. Bij eerste lezing van het gedicht lag mijn focus inderdaad meer op de alcoholwaas. De titel echter determineert een meerduidige lezing. De kracht van een goed gedicht is dat je er meerdere interpretaties kunt aan geven. In dit geval is het gedicht geslaagd, de titel is in feite overbodig.

Het andere gedicht met een B kreeg de alleszeggende titel ‘Blaas’:

Blaas

Anonieme
drukkingsgroep.
Steeds op zoek
naar bevrijding.
Wil van geen
ophouden weten.

Dit is geen ‘poëzie’ die in een bundel thuishoort. Bipolaire stoornis, Barthsyndroom, Bedplassen (ik geef toe, vrij gerelateerd aan het huidige gedicht), boulimie, borderline, bijbalontsteking, buikgriep, en baarmoederhalskanker zijn wellicht niet de meest voor de hand liggende titels voor een gedicht, maar kunnen in ieder geval betere poëzie opleveren dan wat ik hierboven lees. Nu levert borderline ook niet al te beste poëzie op en bijbal liet me afdwalen naar het werk van Honoré de Balzac.

Niet alleen bekende artsen verleenden hun medewerking aan deze bundel. Ook kunstenaar Adriaan Van Looy deed zijn duit in het zakje met prachtige zwart-witfoto’s van beschreven lichaamsdelen: poëzie in al haar eenvoud en schoonheid. Doorheen de bundel duikt zijn werk op: een arm, een hiel, een bovenbeen. Op elk van de getoonde lichaamsdelen siert een krachtige spreuk het geheel.
Op de vormgeving kan ik niets aanmerken. De openingszinnen indachtig kan ik de bundel alleen maar een gouden toekomst met meerdere drukken voorspellen. Laat me echter nog even terugkeren naar het wezen van een bundel: de poëzie zelf, zoals in de ode aan de Hik:

Hik

Soms onverwacht
schakelt het lichaam
over op automatische
piloot, zoekt schokkend
zijn eigen ritme.

Aambeien en zetpillen is een bundel met twee gezichten geworden. Vormgeving en idee zijn perfect uitgewerkt. De gedichten zelf vullen de belofte van het geheel niet in. Op het achterplat lees ik: ‘(…) Gelukkig zijn er artsen met een hart voor poëzie die voor een elke kwaal een gedicht als alternatieve medicatie voorschrijven.’
Spijtig genoeg zou ik bij deze gedichten in vele gevallen voor de traditionele medicatie opteren.