Recensie van Loopgraf - Etienne Colman

Nieuwe gedichten over De Grote Oorlog

Etienne Colman
Loopgraf
Uitgever: C. de Vries-Brouwers
2014
ISBN 9789059276710
€ 16,90
64 blz.

Een hachelijke onderneming, dichten over de Eerste Wereldoorlog. Niet alleen is onze ‘mindset’ anders dan die van de betrokkenen honderd jaar geleden, maar er is in die tijd een dusdanige hoeveelheid literatuur de wereld ingeschopt, dat De Grote Oorlog ook wel een literaire oorlog werd genoemd, die een onvoorstelbare hoeveelheid poëzie heeft opgeleverd.
Voor ons zijn de bekendste gedichten die van ‘the war poets’ Wilfred Owen, Rupert Brooke, Siegfried Sassoon en John McCrae, die met ‘In Flanders fields the poppies blow’ wellicht het beroemdste oorlogsgedicht geschreven heeft.
Maar ook hun tegenstanders lieten zich niet onbetuigd. August Stramm werd het grote voorbeeld voor Paul van Ostaijen, en de Oostenrijker Georg Trakl, die de verschrikkingen die hij had gezien niet verwerken kon en zelfmoord pleegde, wordt gezien als een van de belangrijkste expressionistische dichters. Hun gedichten hebben een indringendheid die zelden is geëvenaard. Zij dichtten uit ervaring.

Wat bezielt een dichter in de eenentwintigste eeuw om zich toch te laten inspireren door die Eerste Wereldoorlog? Zijn het de parallellen tussen toen en nu? Het eeuwige verdorven streven naar zuiverheid?

Volgens de Frans-Amerikaanse filosoof René Girard is onze cultuur gebaseerd op geweld, en is wat wij beschaving noemen de manier waarop het geweld in beheersbare banen wordt geleid. Het verklaart de populariteit van wedstrijden, een gereglementeerde manier om boven anderen uit te stijgen, te kunnen winnen. Voetbal is oorlog. Het is grappig om de theorie van Girard op de literaire wereld te projecteren. Gepubliceerd worden is voor een dichter het teken dat hij erbij hoort, de orde van dichters die ertoe doen. Je in die orde onderscheiden is de volgende stap: roem.

Maar wat bezielde Etienne Colman om zich aan een cyclus van 52 gedichten over De Grote Oorlog te wagen? Het aantal verwijst naar de 52 maanden die de oorlog duurde. Voor elke maand dus een gedicht. Er is wel enige sprake van chronologie in de bundel:

1

De belle époque zijn de gekroonde
hoofden doorgewalst in sprookjes
als de kroonprins van de moord.

Haalt Gravilo Princip de trekker
van het toeval over, staat
de halve wereld rap in brand.

De kermis die tot kerstmis maar
zou duren, wordt door het verwante
blauwe bloed in gang gezet.

Le bal macabre is gestart.

Al in dit eerste gedicht wordt duidelijk dat zoiets enorms als een oorlog onmogelijk in poëzie te vangen is. Colman probeert in drie terzinen de oorzaak en de aanvang van de oorlog weer te geven. Je zou kunnen beweren dat de poëzie het wint van de werkelijkheid, maar daarvoor komt de dichter er niet voldoende van los. Aartshertog Ferdinand wordt ‘de kroonprins van de moord’ en alsof de Franse republiek niet bestond, wordt de ‘kermis die tot kerstmis maar zou duren, door ‘het verwante/ blauwe bloed’ in gang gezet.

De slotregel van de gedichten, of een deel ervan lees je telkens, op een uitzondering na, terug in het daarop volgende gedicht:

2

Gestart, kan de machine niet
gestopt. Het volk van de fabriek
en het platteland op marsmuziek

wordt uitgewuifd. De adoratie
voor de jongens groot. En in
hun statige paleizen klinken

Georgie Nickie Willie fel.
De massa stom en ongeletterd
opgeroepen op het ritme

van het woord mobilisatie.

Waarom die poging om de geschiedenis na te vertellen? Het levert alleen maar krakkemikkige poëzie op, in de poging om er een poëtische gelaagdheid in aan te brengen: ‘(..) het platteland op marsmuziek/ wordt uitgewuifd’.
Elders werkt het wel: ‘(..) hun statige paleizen klinken’.

Dat de massa stom en ongeletterd was, is zeker niet waar, lees ‘Dulce et decorum est’ van Wilfred Owen er maar op na, één van de meest indrukwekkende anti-oorlogsgedichten ooit. Er vochten niet alleen boerenzonen en arbeiders, er waren ook regimenten van studenten.
Voor België alleen lag het anders. Tot 1913 werd er onder dienstplichtigen een systeem van loting gehanteerd. Maar je kon het ook afkopen, zodat uiteindelijk alleen de ongeletterden in dienst gingen. Carrière maken in het leger was er voor Vlamingen niet bij, omdat je zonder een woord Vlaams te kennen wel generaal zou kunnen worden, maar niet eens korporaal zonder Frans te spreken.

Zo wordt er een ander probleem zichtbaar dat Colman niet heeft op kunnen lossen. Over wie schrijft hij? De soldaten aan de IJzer, of over elke soldaat die in deze oorlog vocht? In gedicht 17 heeft hij het over een executie:  

Geschonden uit dit schimmenspel
komt alleman. Verrader met
een rare klank. Hij staat terecht
(..)

Het is in het Franse leger vaak voorgekomen dat een soldaat door zijn eigen
kameraden moest worden terechtgesteld. Ook bij de Engelsen kwam het regelmatig voor, maar bij de Belgen nauwelijks.
Die ‘(..) Verrader met/ een rare klank’ verwijst waarschijnlijk naar ‘Allemagne’, Duitsland dus. Gaat dit over een collaborateur? Alleman?

Er is een gedicht dat mij meer dan de meeste andere voor raadsels stelde:

33

Hij wacht geduldig op zijn beurt.
Twee handen smoren haar gekreun.
Zijn lid is krachteloos. De geur

van wierook en van tranen werkt
niet. Onverhoeds en onverholen
drijft hij rats zijn ongewassen

vuist in haar. Hij scheurt haar open,
doet haar tussen vreemden sterven.
Al die onschuld uitgestald.

Aan onmacht gaat hij straks teloor.

Een verkrachting in een kerk, en ‘tussen vreemden’? Maar eerst wachtte hij geduldig op zijn beurt! België had geen bordelen aan het front. De geur van tranen heb ik nooit geroken. Dan is er nog het ongeloofwaardige van de ‘rats’ in het slachtoffer gedreven ongewassen vuist. Pardon!? Dit heeft zich alleen afgespeeld in de verbeelding van de dichter.

Tot slot nog iets over de beschreven oorlogstaferelen:

24

Van angst verlamd gewoon en dicht
de mazen van het net. Het zicht
beperkt en smal. Het loopgraf is

een valstrik op de loer. Hij lag
al gauw te kijk in onderdelen
vreesde steeds de kazemat

voorbij het laatste schot. De dood
wist hij op afstand wordt verkeerd
geschat. Vergeef hem al de schrik

het omzien en het onvermogen.

Van angst verlamd ‘gewoon’ het is een van de vele stoplappen die deze bundel ontsieren. ‘en dicht’, dan hebben we nog maar de eerste regel gelezen. ‘de mazen van het net.’ De mazen van welk net? Het is niet dat we de bedoeling niet snappen, maar dat er niet staat wat er wordt bedoeld.

25

Het onvermogen nauwgezet
het dood-zijn na te spelen, met
de vingers in het zand perfect
(..)

De vingers in het zand? Dood-zijn naspelen? Een nauwgezet onvermogen?
Opnieuw vermoed ik dat het een andere oorlog is die de dichter heeft nagespeeld in zijn hoofd.

Het gewrongene van de tekst is bepalend voor de sfeer van de bundel die een soort rauwheid krijgt, die waarschijnlijk in de bedoeling lag van de dichter. Vergeef hem maar het omzien en het onvermogen om op basis van dat gevoel een persoonlijke poëzie te schrijven die recht doet aan de ellende die miljoenen mensen tussen 1914 en 1918 hebben teweeg gebracht en ondergaan. Schrijf nooit over iets dat je niet aan den lijve hebt ervaren lijkt mij een goede poëtica. En gebruik geen stoplappen!

***
Etienne Colman (1950) publiceerde eerder o.a. de bundels Als een schuwe spieder (1989), Lijfbestand (1997) en Façades (2013.