Recensie van Onverzamelde gedichten - Chr.J. van Geel

Het ware kunstwerk

Chr.J. van Geel
Onverzamelde gedichten
Uitgever: Van Oorschot
2014
ISBN 9789028260559
€ 22,50
208 blz.

Chr.J. (Christiaan Johannes) van Geel (1917–1974) studeerde onder andere aan de Nieuwe Kunstschool in Amsterdam en was zijn hele leven beeldend kunstenaar. Daarnaast publiceerde hij al in de jaren veertig een aantal gedichten in tijdschriften, maar hij debuteerde pas in 1958 met de bundel Spinroc en andere verzen. Het duurde bijna tien jaar alvorens een tweede bundel verscheen, Uit de hoge boom geschreven (1967), gevolgd door Het zinrijk (1971) en Enkele gedichten (1973). Na zijn dood verschenen postuum nog de door Tom van Deel en Elly de Waard samengestelde bundels Vluchtige verhuizing (1976) en Dierenalfabet. Het omliggend vee, een bestiarium (1978). In 1993 verschenen zijn door Guus Middag verzorgde Verzamelde gedichten, waarin alles een plaats vond wat de dichter zelf in zijn bundels verzameld had en aan tijdschriften had afgestaan.
Elly de Waard brengt nu onder de titel Onverzamelde gedichten de her en der verspreid uitgegeven gedichten bijeen die buiten de samenstellingseis van de VG vielen.

In haar nawoord bij de bundel schrijft De Waard: ‘Van tijd tot tijd krijg ik brieven binnen van liefhebbers van het werk van Van Geel, die een gedicht van hem zoeken. Zij kunnen zich regels herinneren, of zelfs een titel, of waarover het gaat, maar kunnen die niet in de Verzamelde gedichten terugvinden.’ Het deed haar besluiten deze ‘verloren’ gedichten te verzamelen en in een aparte bundel onder te brengen.

Ik moest tot blz. 163 wachten tot ik míjn verloren gedicht las:

Weliswaar nooit van mijn plaats geweken –
want waarnaartoe als alles toch
naar binnen wijst waar ik al ben –
vang ik allengs de terugtocht aan.

Een schok der herkenning, in dubbel opzicht. Blijkens de verantwoording achterin is het afkomstig uit De Revisor (1977 nr. 2) en sindsdien droeg ik het op de een of andere manier wel met me mee, maar bleef het ook onvindbaar. Tot aan nu.

Onverzamelde gedichten bevat 161 gedichten (merkwaardigerwijze telt De Waard er zelf 154), verdeeld over zeven afdelingen; naast de twee postume bundels zijn dat de door Avalon Pers gedrukte bibliofiele uitgaven voor de Stichting Chr.J. van Geel en een kleine afdeling losse gedichten.

Als van Van Geel de Verzamelde gedichten niet bestonden en deze Onverzamelde gedichten het enige was wat we van hem kenden, zou je gemakkelijk kunnen denken dat er veel onaf werk in gepubliceerd wordt, aanzetten, probeersels, beginnetjes – zo schetsmatig en fragmentarisch komen veel teksten in eerste instantie op je over. Het doet regelmatig denken aan een variant op Leopolds ‘O rijkdom van het onvoltooide’. Vaak lijkt iets niet meer dan een notitie, maar de Van Geel-lezer weet beter: parels zijn het meestal, juweeltjes.

Dit is het openingsgedicht:

ARS

Het ware kunstwerk:
een wond die geneest.

Het is direct een kenmerkend Van Geel-gedicht: ultrakort (al wint ‘Koolwitje’ met dit ene regeltje: ‘Van wie de kleur is weggesleept’), een verrassende, originele, precieze observatie, en de mogelijkheid tot zowel een letterlijke als figuurlijke lezing. Het bracht me ‘Ars poetica’ in gedachten (uit Het zinrijk, VG blz. 342):

Ars Poetica

Waar puin ligt en een oude fiets
keerde mijn schoen een kistje om,
ik keerde op mijn schreden,
keerde het om, ik dacht misschien
ligt het toch liever andersom.

En dit gedicht gaat dan weer een verbinding aan met ‘Zeehond’, waarin staat: ‘De dingen moeten mooi zijn en geordend,/ dan kunnen we ze laten zo ze zijn.’
Het laat mooi zien hoe in Van Geel grote ernst en een zekere laconieke onbezorgdheid samenkomen en zoiets als ‘waarheid’ voor hem afhankelijk was van het moment. Deze combinatie van diepgang en speelsheid maakt hem uniek.

Hoewel Onverzamelde gedichten niet Van Geels beste werk bevat (dat zou ook raar zijn), valt er genoeg te genieten:

VLINDER

Zij is voor alles in,
zij zegt op alles ja,
er is geen bloem die zij
niet met haar tong bejegent.

En ook de lucht, er is
geen plekje leegte dat
zij overslaat

Zo’n tweede strofe, die is briljant! En dan naast deze overgave, deze levensvreugde, ook dit:

KERKHOF

Een zucht gaat over alle graven
elkaar nooit weer te hoeven zien.

 
Judith Herzberg merkte naar aanleiding van Van Geels poëzie ooit op: ‘Wat opvalt bij deze dichter is een steeds strengere besnoeiing, een beknoptheid die de gedichten van al het anekdotische ontdoet en alleen dat noodzakelijke overlaat waar zonder er helemaal geen gedicht meer over was.’ Het is Van Geels onnavolgbare vermogen (alleen de beste haiku-dichters komen in de buurt) essentie te zien en te verwoorden.
Een paar citaten ter illustratie: ‘Wie leeft is met niets bezig,/ je hoopt op wat nooit komt,/ om niet te zien dat er niets is.’ (blz. 124); ‘Liefde is mooi wanneer bestaan zijn zin krijgt,’ (blz. 145); ‘Het enige protest is doelloos zijn,’ (blz. 183).
Wie zou nog durven beweren dat bij Van Geel ‘de mens’ er nogal eens bekaaid vanaf komt?

Het slotgedicht is een van de mooiste gedichten die ik in lange tijd las. Zoals bijna alle wat langere tekst is ook dit een gelaagd gedicht, dat de logica uitdaagt (staan is gaan) en de vermenselijking incorporeert. Staan wij er zelf?

ABEELTJES

Zij staan als wie zijn hand ophoudt
niet hoger dan een kind. Het sneeuwt.

Het lange staan van kleine bomen
waar weer en wind de hand in had,
het is wat ze is overkomen
hun levenslange bedelpad.

*** 
Het Letterkundig Museum in Den Haag, het Stedelijk Museum in Amsterdam, de Universiteiten van Amsterdam en Leiden en uitgeverij Van Oorschot zijn volop bezig met de ontwikkeling van de site http://www.chrisvangeel.nl/. Gedichten, brieven, beeldend werk, foto’s, typoscripten en handschriften, het is de bedoeling dat de site een compleet overzicht gaat geven van Van Geels leven en werk. Een monument in wording!
Zie voor meer informatie ondertussen ook deze site.  

Recensie van Het mooiste leeft in doodsgevaar - Chr.J. van Geel

Poëzie Kort: Toppers uit de vaderlandse poëzie

Chr.J. van Geel
Het mooiste leeft in doodsgevaar
Uitgever: Van Oorschot

ISBN 9789028241626

blz.

Voor Uitgeverij G.A. van Oorschot stelde Willem Jan Otten een bloemlezing samen met werk van zijn collega-dichter Chr.J. van Geel (1917-1974). Het fraai uitgevoerde boekje kreeg als titel Het mooiste leeft in doodsgevaar en Otten voorzag het van een gedegen inleiding: een heel essay van 10 pagina’s.

Het mooiste leeft in doodsgevaar is inmiddels het vijfde deel van de reeks nieuwe bloemlezingen waar Van Oorschot in november 2008 mee startte. Eerder verschenen er delen over J.A. dèr Mouw (samengesteld door Marjoleine de Vos), over J.C. van Schagen (door Ingmar Heytze), over M. Vasalis (door Hagar Peeters) en over Jan Hanlo (door Guus Middag). Stuk voor stuk prachtige boekjes, uitermate geschikt voor een (hernieuwde) kennismaking met werk van belangrijke dichters uit het verleden. Met dank aan de Turing Foundation voor de subsidiëring van dit project.

Van Oorschot gaf al eerder de Verzamelde gedichten van Chr.J. van Geel uit, waarvan je misschien nog ergens tweedehands een exemplaar kunt vinden. Beginnen met deze bloemlezing is ook een mogelijkheid om kennis te maken met Van Geels gedichten die heel vaak de natuur als onderwerp hebben, zoals het onderstaande gedicht over de pad. Constateer zelf hoe uiterst precies Van Geel zijn ogen en zijn woorden gebruikt om iets te kunnen zeggen over dit mysterieuze dier.

Pad

Kaal als wat jong is, ouder dan de eiken,
zijn keel gespikkeld hulstblad waar zijn hart
in klopt, dat ook na jaren niet zijn nerf
laat zien, maar grijs werd en zo zacht als ver-
se blaadjes die geleerden vergelijken.

Zijn rug chinees, zijn poten tand des tijds,
voor liefde ongeschikte korte armen,
een vleugel van geduld, een ster van spijt,
een ruiterlijke veinzer stil te zitten,
een vikingschip, een put, een gouden stoel.

Ik buk, hij maakt zich breder om te spreken.
Hij springt over mijn vinger op een teken
van mij, en vreemd, ik denk, dat is geluk.
 

Van Oorschot, 88 blz., € 12,50. ISBN 9789028241626