Recensie van Wunderkammer - C.L. Kruithof

Geen claustrofobie hier

C.L. Kruithof
Wunderkammer
Uitgever: Gopher
2012
ISBN 9789051798012
€ 14,50
60 blz.

 
In zijn jeugd heeft de Vlaming C.L. Kruithof (1935) vijf dichtbundels uitgebracht.
Vervolgens heeft hij decennialang als dichter gezwegen. (Tussentijds
heeft hij zich ledig gehouden met het bedrijven van sociologie aan de universiteiten van Brussel en Gent .) En nu hij richting de tachtig gaat is hij weer productief geworden.
Wat heet: Wunderkammer is sinds 2011 al de vijfde bundel in zijn tweede periode.
 
Kruithof moet een vol geheugen bezitten. Ik stel mij voor dat zijn brein bevolkt word door talloze verschimde beelden en ervaringen. Voordat ze volledig vervaagd zijn heeft hij ze vast willen spijkeren in taal.
Godlof heeft hij zich niet schuldig gemaakt aan memoires, maar gekozen voor de dichtvorm. Dan is het ook eenvoudiger dat om die schimmen niet binnen de particuliere muren te laten blijven vertoeven. Dat doen ze ook niet.
Waarschijnlijk speelt mee dat de socioloog in Kruithof hem een betrokkenheid
bij de wereld heeft bezorgd. De condition humaine van de wereld weet hij in zijn gedichten voelbaar te maken. Zoals in het gedicht ‘Afzondering’:
 

     Een gevangenis zit vol stommiteiten
     met af en toe een schuldgevoel
     dat overtreders schreien doet.
 
     Cellen gestapeld met enge daden
     muurvast tussen tralies geklemd,
     schuld die onzichtbaar zit en boet.
 
     Verblijf met uitzicht op vergeten
     en eindeloze tijd, zichzelf verbijten
     en rillen van het vocht, de kwelling
     van tucht en tocht en niets te beleven.

 
Ik gebruikte hiervoor het begrip ‘voelbaar maken’. Dat doen deze gedichten ook, ondanks dat Kruithof veel abstracta bezigt. Zijn ontsnapping dankt hij eraan, dat hijzelf de deur van de gevangenis openzet. Geen claustrofobie hier.
 
Is dit briljante poëzie? Nee. Daarvoor wordt de lezer te weinig verrast. Maar het is wel geschreven met een groot hart voor de wereld en de mensheid, ofschoon Kruithof donders goed weet dat beide verrot zijn.
De slotstrofe van het gedicht ‘Lava’ getuigt van dat grote hart:
 

     Maar afgekoeld wordt zij versteende weelde,
     ligt zij gezwegen als gestolde pracht,
     een woestenij van zwarte stenen, een schat
     die op bewondering en rapers wacht.

 
We wachten de volgende eruptie af.