Recensie van Doorheen de duisternis het licht - Patricia De Landtsheer & Etienne Van den Bulcke

Auschwitz in foto's en gedichten

Patricia De Landtsheer & Etienne Van den Bulcke
Doorheen de duisternis het licht
Uitgever: C. de Vries-Brouwers ,C. de Vries-Brouwers ,C. de Vries-Brouwers
2013
ISBN 9789059274617
€ 15,90
80 blz.

Samen met de fotograaf Etiennne Van den Bulck heeft Patricia De Landtsheer een foto/dichtbundel gemaakt over de shoa. De foto’s zijn gemaakt in een aantal concentratiekampen. Zij zijn bewust leeg gehouden; geen spoor van menselijke aanwezigheid. Maar de tekst gaat over die afwezige mensen van wie tallozen daar hun leven hebben gelaten. Laat ik het maar hard schrijven: die daar vermoord zijn. Anoniem. Massaal.

In het voorwoord wordt de uitspraak van socioloog/filosoof Adorno aangehaald: ‘Na Auschwitz kan men geen gedicht meer schrijven.’ Van Imre Kertesz wordt de aanpassing vermeld: ‘Na Auschwitz kan men alleen maar over Auschwitz een gedicht schrijven.’ Er wordt daar dieper op ingegaan, maar dat is voor deze recensie niet noodzakelijk.
In de bundel Doorheen de duisternis het licht wordt alleen maar over Auschwitz, of liever over waar dat kamp symbool voor staat, de Jodenvernietiging, geschreven.

Doorheen de duisternis het licht. Op de foto van blz. 35 zie je een kale ruimte waar helder zonlicht door een raam valt op de kale betonnen vloer, waar onder een laken een menselijke gestalte lijkt te liggen. Het moet wel een pop zijn die symboliseert wat er in die ruimte heeft plaatsgevonden, waar die ruimte voor diende.

In zekere zin heb je het als fotograaf gemakkelijker dan als dichter. Het beeld is er, het is aan jou om dat op een zo sprekend mogelijke manier vast te leggen.
Als dichter moet je kiezen uit talloze mogelijkheden: kruip je in de huid van de slachtoffers, op welk moment dan, en wat laat je van dat moment zien. Kijk je naarbinnen of naarbuiten? Kies je voor een bepaalde emotie, of laat je die juist weg. Wanneer je probeert je ermee te identificeren, zie je je eigen achterkant niet, het waarom ervan. Probeer je de lezer de weerzinwekkende details voor te spiegelen? Er schijnt zelfs Auschwitzporno te zijn…
Het is ook mogelijk om als beul naar je slachtoffers te kijken. Antisemieten doen niet anders. Misschien is dat wel veel gemakkelijker: van een afstand zie je meer. Wat probeer je te bereiken als dichter, welk gevoel probeer je te raken, wat te ontketenen? Daar gaat het om.

Patricia De Landtsheer heeft niet gekozen voor de stilte waar de foto’s van spreken. De stilte van je eigen sprakeloosheid waarin het bewustzijn van deze tragedie je dompelt. Zij probeert vooral iets zichtbaar te maken van de persoonlijke verschrikking van verschillende slachtoffers. En daar struikelt zij over haar goede bedoelingen:

Mamma’s adem glijdt over me heen
haar hand, dichtbij
zoals haar stem, streelt
[…]

Het zijn regels uit ‘Deportatie’, dat eindigt met:

kom pop we gaan
naar die poort
want daar in mamma

Ik moet aan Adorno denken. Hij had gelijk. Poëzie als woordkunst is niet te rijmen met de verontmenselijkte slachtoffers. Noch met het gedehumaniseerde bestaan van de beulen die vaak zo goed waren voor hun hond, of prachtig piano konden spelen. Gewone mensen bijna.
Het gebrek aan inlevingsvermogen is geen tekort van De Landtsheer; het is ons algemene tekort. Van sommige zaken kan geen van ons zich een voorstelling maken. Dat kunnen we dan ook maar beter niet proberen, of in het besef van ons onvermogen daartoe.

In bovenvermeld gedicht raakt een kind haar moeder en haar pop kwijt. De gevoelens van het kind worden op de pop geprojecteerd:

met gebroken armen
ligt ze in de modder
van het plein
haar ogen staren dood
haar mond lacht niet meer

En ik gruw.
Maar van de kitsch.

De foto’s naast dit gedicht laten barakken zien, een getralied hek, de omheining met wachttorens, de vele lagen prikkeldraad. Stille getuigen waarvan ik begrepen heb dat vele niet authentiek meer zijn, maar illustraties bij de verhalen die op school worden geleerd. Ik betreurde het dat er nergens beschreven stond wat we zagen.
Sommige details zijn duidelijk herkenbaar: een galg, koffers met familienamen. Die koffers zijn echt. Aan de galg geen touw. Er is een foto van de keurige misschien wel tien meter lange vitrine met kunstbenen, krukken, enz. Het meest verontrustende aan de foto’s vind ik de properheid van de gefotografeerde ruimten en trappen; geen vlokje stof, keurig geverfde en gezeemde ramen. In de gangen glimmen de tegels. Nazi-properheid. Hier wordt niet geleefd.

Na het zien van de film Shoa van Claude Lanzman was ik weken van streek. Ook nu nog, wanneer ik terugdenk aan de geïnterviewde kapper, die niet meer kon spreken van verdriet, maar die door praatte omdat de geschiedenis verteld moest worden, en die door ging met knippen – hoeveel onvoorstelbaar diepe pijn de ene mens de andere aan kan doen…

Patricia De Landtsheer heeft persoonlijke gedichten willen maken van wat geen persoonlijke ervaring is:

Ik heb je gevonden Mens
ik heb het gat gekrabd
tot mijn nagels pijn deden
tot ik geen nagels meer had

(uit: ‘Lamentaties’)

De titel heeft als onderschrift: Mens in de betekenis van moeders, vaders, kinderen, die in het kamp alles moesten achterlaten, ook zichzelf. Maar ook Mens in de betekenis van hen die terugkwamen en met hun leven verder moesten.

De twee laatste strofen:

kom nu Mens
het strijden is voorbij
je mag nu rusten
er is geen pijn meer
geen angst geen droefenis
wij zijn samen nu
wij dansen op de wolken
zwemmen in de zee

waar je ook gaat Mens
zal ik je vinden
altijd en altijd weer zal ik je vinden
omdat je Mens bent
toen en nu en dan

Nu en dan.
Ik kan in dit gedicht niets anders lezen dan als de woorden van iemand die vol is van zichzelf, van haar warme gevoelens en van goede bedoelingen. Van wie zelfs de gevoelloze nagels pijn doen, totdat ze geen nagels meer heeft.
Na het concentratiekamp is het lijden van de overlevenden opgehouden? Misschien hadden de overlevenden in België het beter dan in Nederland, maar dat de overlevenden op wolken dansten lijkt mij onwaarschijnlijk. De geïnterviewden in de film van Lanzman bewezen juist dat er aan hun lijden geen einde was gekomen. Dat het nooit ophoudt. Bij de achtergebleven waren zij vaak niet welkom. Zij waren alles kwijt. Op hun leven na.

Ik vermoed dat Patricia Landtsheer in haar eentje op de wolken danst. Zij moet De Mens nog vinden… Hopelijk in elk mens.

***
Informatie over Patricia De Landtsheer (1952) en Etienne Van den Bulcke (1941) hier en hier