Recensie van Soms moet het werkelijk stil zijn... - Theo Magito en Henk Sissing (sam.)

De school als beleving

Theo Magito en Henk Sissing (sam.)
Soms moet het werkelijk stil zijn...
Uitgever: Douane
2011
ISBN 9789072247391
€ 17,50
352 blz.

In Soms moet het werkelijk stil zijn… (de eerste regel van een van Ed Leeflangs mooie gedichten uit Op Pennewips plek) verzamelden Theo Magito en Henk Sissing 245 onderwijsgedichten vanaf 1591, het verschijningsjaar van ‘Regel der Duytsche schoolmeesters’ van D. A. Valcooch, een in de school op te hangen plakkaat, waarvan de tekst een afstraffing belooft voor leerlingen die wangedrag vertonen:

Hij
"Die zijn muts niet afneemt voor een man van ere,
die daar lopen krijten, vloeken en zweren,
die wild en onzedig lopen langs de straten,
die spelen om geld, boeken of leugenen praten,
[…]
die buiten meesters of ouders raad thuis blieven,
die geld, boeken, pennen, papier nemen als dieven,
[…]
die speeksel uit de neus of de mond,
met de voeten niet uit en treden terstond,
die op de wallen lopen als men gaat naar huis,
die malkanderen bewerpen met snot, vlooien en luis,
die niet zedig lopen naar de kerk of daarvan,
die malkander smijten stukken, korf of kan,
wat scholiers deze voorzeide punten niet onderhouden
zullen twee plakken hebben, of zich met de roede klauwen."

Via Vondel met een kwatrijn over rekenmeester Willem Bartjens, Jan Luyken, Bilderdijk, Van Alphen, De Génestet, Gerrit van de Linde (alias De Schoolmeester) en Beets komen we al snel bij Dèr Mouw, die hier merkwaardigerwijs als negentiende-eeuwer wordt gezien en nog voorafgaat aan Multatuli.

Magito en Sissing zijn wat de periodisering van de gedichten betreft wel op meer ‘verrassingen’ te betrappen. Voor na 1900 onderscheiden zij 1901-1925, 1926-1950, 1951-1980 en vervolgens nog vier periodes van tien jaar, maar delen dan in naar de uitgave die ze toevallig in handen hebben. Vasalis publiceerde haar ‘Thuiskomst van de kinderen’ in Vergezichten en gezichten van 1954, maar op grond van de gebruikte herdruk uit 2009 staat het hier in de afdeling 2001-2010. Slordig is dat. Zoals het ook slordig is, dat Vasalis ineens twee voorletters M krijgt, en Tom van Deel hier consequent Ton heet.

Het doet een beetje afbreuk aan een verder voortreffelijke uitgave, die met een schat aan bekende en onbekende gedichten de geheel eigen wereld die onderwijsland nu eenmaal is, ontsluit. Voor wie? Magito en Sissing dragen de bundel op aan ‘alle meesters en juffen, leraren en leraressen, directeuren, rectoren, bestuurders en hun beleidsmedewerkers’ en breiden die doelgroep in hun voorwoord uit met bijkans het hele directieve onderwijsveld, al blijken ze ook te denken aan de ‘examenkandidaten in het MBO, het havo en het vwo met aspiraties om te werken in het onderwijs.’

Flauwekul, die beperking. De hele afbakening trouwens, want een goede onderwijsbloemlezing is natuurlijk gewoon voor iedereen; iedereen heeft immers schoolgegaan en het onderwijs van binnenuit beleefd. Maar het zal ermee te maken hebben, dat de uitgave een samenwerking is tussen Poetry International, de Onderwijsraad, het Nationaal Onderwijsmuseum en de CED-Groep (een Rotterdamse educatieve instelling) en als cadeau werd aangeboden aan alle aanwezigen bij het afscheid dit jaar van de voorzitter van de Onderwijsraad.

Eeen aardig aspect van de bundel is de uitgebreide trefwoordenlijst, met een kleine 300 items als angst, braaf, dood, orde en zittenblijven. En huiswerk natuurlijk, waarover Robert Anker een heel mooi gedicht maakte:

Heimwee naar huiswerk

De zure lucht van potloodslijpsel in de tekendoos
zware boeken blauwe schriften voor de plusquamperfect
voor algebra Romeinen en de wet van Buys Ballot
uit willekeur verzameld tot een plicht van zuchten –
wordt hij gestremd en weggehaald en in een nieuwe
ruimte van zichzelf gezet door alle vreemde namen
anders in elkaar gepend dan hij zich kende en het wenkt
hem tot verstaan: de namen nemen straks een wereld aan
die hem zal verbreken maar vernieuwen in zijn naam.

Dat is wat goed onderwijs doet: je een nieuwe ruimte geven, je boven jezelf uit laten stijgen, je brengen tot wie je werkelijk bent. Ook het lezen en ervaren van goede poëzie zou dat effect kunnen hebben. In haar voorwoord spreekt politica Gerdi Verbeet, ooit oud-lerares Nederlands op het Amsterdamse Berlage Lyceum, dan ook niet voor niets over het belang van beleving. In de bundel is die in ieder geval volop aanwezig.