Recensie van This Is Belgian Chocolate: Manifestations of Poetry - Philip Meersman

Ceci n’est pas un recueil de poèmes

Philip Meersman
This Is Belgian Chocolate: Manifestations of Poetry
Uitgever: Three Rooms Press
2014
ISBN 9781941110010
€ 12,95
142 blz.

Ceci n’est pas un recueil de poèmes, this is belgian chocolate
Een poëziebundel uitgeven bij een Amerikaanse uitgeverij, velen kunnen er slechts van dromen. Dichter Philip Meersman slaagt er met This is Belgian chocolate in om deze Amerikaanse droom te verwezenlijken. De bundel dient alleen nog de waarschuwing mee te krijgen: ‘lectuur van deze bundel kan uw kijk op poëzie voor altijd veranderen’.

Cortázar, Bosch, Apollinaire, Shakespeare, Newton, Danielewski … Wie de bundel van Meersman leest, verkeert vaak in illuster gezelschap. Maar voor mij zijn alle namen te herleiden tot een Argentijnse schrijver-dichter-essayist: Jorge Luis Borges en zijn kortverhaal ‘De Aleph’ dat hij in 1945 publiceerde. De Aleph is een plek die tegelijkertijd alle andere plekken bevat en zo een blik op het ganse universum biedt: zonder vervorming, overlapping of verwarring. This is Belgian chocolate wil een literaire aleph zijn die binnen de beperkte grenzen van het papier een ruimte creëert die het volledige poëtische universum vanuit alle hoeken tegelijk wil vatten.  

Bij uitbreiding is deze bundel een schoolvoorbeeld van ergodische [Grieks: ergon (werk) en hodos (weg)] literatuur, een term die voor het eerst geïntroduceerd werd door Espen J. Aarseth in zijn boek Cybertext—Perspectives on Ergodic Literature. Het bevat  de meest courante definitie van ergodische literatuur: “In ergodic literature, nontrivial effort is required to allow the reader to traverse the text. If ergodic literature is to make sense as a concept, there must also be nonergodic literature, where the effort to traverse the text is trivial, with no extranoematic responsibilities placed on the reader except (for example) eye movement and the periodic or arbitrary turning of pages.”
Op de volgende bladzijden leid ik u rond in de poëzie van de dichter Philip Meersman en toets ik zijn werk aan de definitie van Aarseth.

De dissectie van een aleph 
Een opsomming van alle literaire taalspitsvondigheden in deze bundel  zou de lezer te ver voeren. Meersman kent zijn klassiekers – zowel in kunst als literatuur- en biedt ze ons aan als een hinkelspel doorheen de geschiedenis. De dichter verwijst in het begin van zijn bundel naar een alternatieve leeswijze waarbij hij de lineaire structuur doorbreekt, de vergelijking met Julio Cortázars Rayuela dient zich aan.

Dit leespad leidt je weg van de oorspronkelijke vijf hoofdstukken waarin de bundel verdeeld is. Papieren poëzie, visuele gedichten,  klankexperimenten en performance zijn vier dichterdada’s die dit alternatieve leespad tot een homogeen geheel kneden.

Ceci c’est du chocolat belge
In zijn traditionele lineaire structuur opent de bundel met enkele gedichten die hulde brengen aan de Belgische chocolade. 

Het klankenspel en de herhalingen in dit chocoladegedicht creëren een (on)gewilde incantatie. Herhaling en herkenning vormen de basisprincipes van een goede reclameslogan. Maar Meersman laat zich in dit gedicht niet verleiden tot een potje (reclame)namen noemen. Dit in tegenstelling tot het gedicht ‘Neuhaus’, dat wacht om op een folder gedrukt te worden.

Kunst en reclame, Neuhauspralines en Tierenteynmosterd.  Gaan ze al niet lang hand in hand? Was de schrijver Elsschot in het dagelijkse leven niet de reclameman De Ridder en bestaat een groot deel van Magrittes oeuvre niet uit oorspronkelijke reclameopdrachten?  Dat deze Belgische surrealistische schilder een belangrijke rol speelt in de poëzie van Meersman blijkt uit het voorplat van de bundel waarop Magrittes Le témoin afgedrukt is. Bloedige ingewanden en een uitgerukt hart naast een obus tonen oorzaak en gevolg van geweld, een onderwerp dat frequent opduikt in het werk van de pacifistische dichter. In het laatste gedicht duikt een andere bekende Vlaming op want wie herkent in ‘Poets of my fatherland’ niet de typografische invloed van Paul Van Ostaijen?

                  (Uit: ‘Poets of my fatherland’)

Conclusie: Typografie, intertekstualiteit en klankenspel wisselen elkaar in sneltreinvaart af. Tegelijkertijd speelt zich voor de ogen van de lezer een verhaal af ingevuld door diens culturele ervaring.
Waardering: 8/10 op de (fictieve) schaal van Aarseth.
 
L’origine du monde: Genesis 11:1-9
‘In die tijd spraken de mensen nog één taal, iedereen gebruikte dezelfde woorden.’ Zo opent Genesis 11: het verhaal van de toren van Babel. Meersman gaat echter verder. Hij koppelt in een beweging de bijbel aan het controversiële schilderij L’origine du monde van Gustave Courbet. Met deze juxtapositie creëert de dichter een spanningsveld tussen het bijbelvers waarmee hij de eenduidigheid van het woord bepleit en het schilderij waarop een naakte vagina de multi-interpretatie van woord en beeld aankaart. Bij ‘het begin van de wereld’ denkt men aan het scheppingsverhaal van Adam en Eva (bijbel), maar deze schepping is een anatomische verwijzing naar de vrouw, waardoor het schilderij van Courbet in feite hetzelfde zegt op een andere manier.
Andere manieren van taal vormen de rode draad in het tweede deel van deze bundel waarvan morse, klankenbaden en een watergedicht voor drie stemmen(inclusief instructies) slechts enkele voorbeelden zijn.

(uit ‘Message to a past’)

(uit ‘Babylonische Sprache II’)

Ten slotte werd de ‘Tango del Sonnet’, die deze cyclus afsluit, in liggend formaat afgedrukt waardoor je verplicht wordt als lezer de bundel een kwartslag te draaien.

De meeste van de gedichten in deze bundel schreef Meersman voor poëziefestivals overal ter wereld. Dit verklaart wellicht ook dat weinig of geen samenhang is, maar is dat net niet de bedoeling? Genesis 11 eindigt toch met de woorden ‘Die stad heet Babel: Verwarring, omdat de Heer daar de taal van alle mensen in verwarring bracht en hen vandaar over de hele aarde verspreid heeft.’

Conclusie: de cohesie van dit hoofdstuk ligt in het gebrek eraan. Losse gedichten, meestal geschreven voor verschillende festivals overal ter wereld, vinden elkaar terug bij Genesis 11.
Waardering: 9,5/10 op de (fictieve) schaal van Aarseth.
 
Tableaux vivants: poem as landscape
De poëzie in het derde deel van de bundel is vrij eclectisch en vindt haar oorsprong in schilderkunst, films, actualiteit, de liefde en … Brussel.

In sneltreinvaart raast Meersman door de geschiedenis van Brussel. Dit gedicht vraagt om vertolkt te worden op het Paleizenplein. Tegenover dit verbale geweld staat ook de ingetogen vader-dichter die getroffen wordt door kinderen die tijdens de Iraans-Iraakse oorlog door mijnenvelden lopen en waarin hij bewijst een observator te zijn van het detail. In ‘Look dad!’ puurt hij zijn taal tot op het bot. Geen woord te veel en de kinderlijke reactie op het einde raakt je keihard in de maag, wat overblijft is een oorverdovende stilte:

Conclusie:  In het derde deel maken we kennis met een dichter die indruk wil maken, maar tegelijkertijd ook onder de indruk is. De diepe sporen die de beelden over de Iraans-Iraakse oorlog achterlieten, staan in schril contrast met de verliefde dichter die zijn toekomstige echtgenote tracht te imponeren met een metaliefdesgedicht waarin talrijke bekende versregels over de liefde tot een nieuwe gedicht gesmeed worden: een amoureuze aleph.
Waardering: 7,5/10 op de (fictieve) schaal van Aarseth.
 
The entry of Christ into My Poetry
“Behind every trial and sorrow that He makes us shoulder, God has a reason.” Het citaat is afkomstig uit Hafid Hosseini’s Duizend schitterende zonnen en vat perfect de vierde cyclus van deze bundel samen. De poëzie in dit hoofdstuk is minder experimenteel; de dichter keert terug naar de meer lineaire poëziebeleving. De meeste gedichten ontstonden in de periode waarin het dertien maanden oude zoontje van de dichter met een zware longontsteking op intensieve zorgen in het ziekenhuis lag. Alles kwam in orde, maar voor andere kinderen op dezelfde ziekenhuisafdeling was de afloop minder positief. Het inzicht dat verschillende culturele achtergronden op hun eigen manier omgaan met dezelfde rouw, trof de dichter hard. Opluchting en schuld, de hulpeloosheid omdat je in bepaalde situaties niets kunt doen, spoorden Meersman tot schrijven aan. Deze persoonlijke betrokkenheid zorgt ervoor dat de gedichten minder sterk zijn. Langs de ene kant is er de opluchting over de goede afloop en aan de andere kant blijft de eeuwige vraag ‘waarom mijn kind wel en dat kind niet’. Ook al  slaagt Meersman erin om sterke en universele woorden op papier te zetten, toch had  dit gedeelte  een extra  snuifje zout gemogen.

 

Conclusie: Krachtige verzen waarin Meersman de bloeddorst van de menigte vergelijkt met het gezoem van vliegen sluiten perfect aan bij het dreigend staccato ritme van deze regels. Alleen de momenten waarop hij zich (on)rechtstreeks tot een hoger wezen richt, zijn te melodramatisch. In het begin voelt deze wollige breedspraak  als een postmoderne spielerei, maar na een tijdje dreigt ze het pittige taalspel van de sterke regels te verlammen.
Waardering: 6/10 op de (fictieve) schaal van Aarseth.
 
The garden of earthly delights: In Flanders fields
Dit vijfde en laatste deel van de bundel toont ons de vredesdichter. Wanneer hij vrij kan associëren, zowel in klank en beeld, is Meersman op zijn best.

Een grondige analyse van dit gedicht zou me (te) ver leiden. Moet ik de woordspelingen opsommen? Me verliezen in de allitererende cadans van het gedicht? Genieten van de deconstructie van lichaam en taal (army – arm, pieces of chess – flesh,…)? De kracht van deze poëzie schuilt in het bijna argeloze taalspel dat Meersman op zijn lezers loslaat; zo subtiel dat een snelle lezing van het gedicht je deze schoonheid ontzegt.
Conclusie:  This is Belgian chocolate biedt de lezer geen voorgekauwde route, maar een kaart met wandelknooppunten waarop je je eigen literaire wandeling kunt uitzetten.
Waardering: 9/10 op de (fictieve) schaal van Aarseth.
 
Met This is Belgian Chocolate heeft de meertalige dichter/performer een tweede sterke bundel afgeleverd die in het Nederlandse taalgebied nieuwe grenzen kan afbakenen. Zijn eerste bundel Manifest van de poëzie verscheen bij de Nederlandse uitgeverij De Contrabas. Experimentele poëzie vergt moed, zowel van dichter als van uitgever. Wellicht dat Meersman zijn tweede bundel in het Engels uitgeeft en deze onderbrengt bij de experimentele New Yorkse uitgeverij Three Rooms Press: een ruimer en progressiever poëziepubliek?
Bij uitbreiding zou deze bundel een virtueel leven moeten leiden op internet waarbij de lezer kan doorklikken op elk beeld, geluid en bekende naam. Een titanenwerk voor zowel schrijver als lezer die op een odyssee door tijd en cultuur wordt meegenomen. Maar zoals Aarseth in zijn definitie al vermeldde, is ergodische literatuur niet gemakkelijk en vergt ze inspanning van de lezer. Deze inspanning beloont je wel met tintelende taal, woeste woordspelingen en interessante intertekstualiteit. Met onderscheiding geslaagd als ergodische poëzie.

***
Philip Meersman (Sint-Niklaas, 1971) studeerde archeologie en kunstwetenschappen. In 2012 verscheen van hem bij De Contrabas Manifest voor de poëzie.
This is Belgian Chocolate  is te bestellen bij Amazon: 
http://www.amazon.com/This-Is-Belgian-Chocolate-Manifestations/dp/1941110010
Ter gelegenheid van de publicatie van de bundel wordt er van 19-21 september een gratis Underground Poetry Festival  georganiseerd. 

 

Recensie van Manifest voor de poëzie - Philip Meersman

Een eigentijdse reliek

Philip Meersman
Manifest voor de poëzie
Uitgever: De Contrabas ,De Contrabas ,De Contrabas
2012
ISBN 9789079432639
€ 15,-
60 blz.

Zie ze gaan, een rijtje bruine gestalten gehuld in habijten. Zwijgend, dan weer stamelend, lopen ze over de Antwerpse keien. Mensen blijven staan, slaan ze gade. Het lijkt een processie zoals die in vroeger tijden wel passeerde.
Niets is minder waar. Want het zijn geen geestelijken of mystici. Wie goed kijkt, herkent dichter Philip Meersman (1971). En in zijn handen niet het Evangelieboek, maar zijn nieuwe felgekleurde dichtbundel Manifest voor de poëzie.

Meersman presenteerde zijn Manifest voor de poëzie op 7 oktober 2012 tijdens een ‘dadaïstische boekprocessie’ in Antwerpen. De bundel werd daarbij plechtig de stad rondgedragen, als een eigentijdse reliek. Het werk bevat Meersmans ‘geloofsbrieven’ met daarin zijn standpunten en ideeën over poëzie. Niet voor niets draagt het boek de titel Manifest voor de poëzie.
De dichter behandelt ‘grote’ thema’s als angst – met name voor de dood of voor oorlog -, de drang naar de vrede, naar God of het Heilige. De bundel bezoekt hoogten en diepten, gaat ‘van miserie tot geluk’, zoals een van de verzen kernachtig luidt. Het snijdt onderwerpen aan die ‘er toe doen’, in ieder geval voor Meersman en zijn beoogde lezers.

Tijdens de processie reciteerde Meersman bovendien het werk van zijn grote literaire Vlaamse voorbeelden als Guido Gezelle, Paul Van Ostayen, Tom Lanoye, Antoon van Wilderode, Hugo Claus en Herman De Coninck. Dat de dichter zich door hen heeft laten inspireren, is overduidelijk. Een voorbeeld.

‘k Heb veel geleerd, Pa !

‘k Heb veel geleerd vandaag, Pa !
Hoe te sterven bijvoorbeeld
waardig
meelijwekkend
gewelddadig
’t Was interessant
Maar wel griezelig
We hebben veel gelachen
Het werd ons voorgedaan
en daarna
was het onze beurt.
Heel leuk!

En mag ik nu een ijsje pa?

Het vers, en niet alleen dit, is grafisch sterk. Het ‘wit’ dat het gedicht omringt, de spreiding van de woorden over het papier, is veelzeggend. Wendingen, stiltemomenten worden op die manier duidelijk gemarkeerd. Maar de visuele vorm ondersteunt ook de inhoud van het gedicht. De ironie, de eenvoud en de over grenzen heen schrijdende metafysica zijn overweldigend en prachtig.

‘‘k Heb veel geleerd, Pa !’ vormt de opmaat naar een van de centrale verzen in Manifest voor de poëzie, ‘Num 14, 29’:

Num 14, 29

(Uit het boek “Numeri”: Hier in de woestijn zullen jullie lijken liggen, de lijken van
allen die ingeschreven zijn, allen van twintig jaar en ouder, niemand uitgezonderd,
omdat jullie je tegenover mij beklaagd hebben.)

Troepen roepen roepen ROEPEN
krijsend in de woestijn
goeie strijders tegen ’t kwaad
niet meer
niet weer
kwaad bloed
stroomt
– daar zijn ze weer –
ik kan niet meer
niet weer

ik wil ogen sluiten zonder
branden
bloeden
breken
makkers
maten
stukken
’t hoofd dat daarnet nog lachte
en chocolade at

ik wil geen chocolade meer
niet meer
niet weer

Het Oudtestamentische Bijbelboek Numeri vertelt over het joodse volk dat door God onder het juk van de farao is bevrijd, uit Egypte is geleid en op weg is naar het beloofde land Israël. Maar het duurt ze te lang, de inspanningen zijn te groot en het vertrouwen in God raakt zoek. Ze beklagen zich over hun lot en trekken Gods leiding in twijfel. Mozes ziet het geweeklaag van zijn mensen en vraagt God om recht en vergeving. God belooft het te geven, maar zweert dat Hij velen straffen zal voor hun ongehoorzaamheid: ze zullen 40 jaar in de woestijn ronddolen om te boeten voor de ontrouw, tot hun lichamen in de woestijn vergaan zijn.

De ‘ik’ in dit gedicht lijkt een personage van alle tijden en plaatsen. Hij kan niet meer, de (oorlogs)situatie heeft hem lamgeslagen, machteloosheid overheerst. En dan klinkt er een oerkreet. Een moderne Mozes is aan het woord, een stem die roept om recht. Maar die gerechtigheid komt niet. Nog niet. ‘Kwaad bloed blijft maar stromen.’ Schrijnend is het en het geheel wordt nog eens onderstreept door het ritme van het vers. De woorden dreunen en slaan in als raketten.

In het gedicht ‘Dichtbij’ overheerst een romantisch levensgevoel.

DICHTBIJ

lezen doe je met gretige ogen
je drinkt de woorden van het blad
absorbeert de letters in je geheugen
schikt ze
als een bruidsboeket
vliegend door de lucht

Het boeket denkt
aan de tijden van ongebondenheid
aan het frisgroen bloeien
aan de het eenzame buigen
met de wind mee

De wind lacht
glooiend in de ondergaande zon

Jij straalt
En ik
ik schrijf

En ook hier weer die aandacht voor verlies en teloorgang.

Manifest voor de poëzie wordt tenslotte besloten met een gregoriaans kyrië à la Meersman. Hier lijkt een priester, een mysticus aan het woord. Het ‘Kyrie eleison, Christe eleison, Kyrie eleison’ (Heer ontferm u over ons, Christus ontferm u over ons, Heer ontferm u over ons) mag dan wel niet letterlijk klinken, de lezer herkent de gelijkenis onmiddellijk.

Zie hem gaan, een bruine gestalte gehuld in een habijt. Zwijgend, dan weer stamelend, loopt hij over de Antwerpse keien. Mensen blijven staan, slaan hem gade. Het lijkt op een processie zoals die in vroeger tijden wel passeerde. Niets is minder waar. Want het is geen mysticus. Of misschien toch wel?

***
Philip Meersman (Sint-Niklaas, 1971) heeft al een behoorlijk aantal dichtbundels op zijn naam staan. Een deel van zijn werk is bovendien vertaald in het Bulgaars, Roemeens, Russisch, Spaans, Italiaans, Hebreeuws, Arabisch, Frans en Engels.
Meersman, die archeologie en kunstwetenschappen studeerde, heeft ook zijn sporen verdiend op het gebied van theater, poëzie en beeldende kunst. Hij is volgens eigen zeggen ‘voortdurend op zoek naar nieuwe kunstvormen en creatieve mensen’.