Recensie van Een kogelvrije zomer - Martijn den Ouden

Postpuberaal nihilisme

Martijn den Ouden
Een kogelvrije zomer
Uitgever: Querido
2017
ISBN 9789021406237
€ 16,99
96 blz.

Het was de eerste warme dag van het jaar. Kerkgangers fietsten in T-shirt en zomerjurk (kleine meisjes droegen nog wel hun kleurrijke majootjes) langs ons huis. De overburen hadden hun woonkamer met vlaggetjes en ballonnen volgehangen ter gelegenheid van de verjaardag van een van hun kinderen. De eerste gasten werden luidruchtig begroet en traden binnen. Ik zat tussen het groen op het wrakke bankje dat wellicht de zomer niet haalt met de dichtbundel Een kogelvrije zomer van Martijn den Ouden in mijn handen en vroeg mij af waarom op de achterkant van deze bundel de gedichten werden vergeleken met het gebruik van xtc: “Gedichten van Martijn den Ouden zijn net als xtc: in het begin lijkt het eng, maar als je het laat gaan is het behoorlijk prettig.’ CUTTING EDGE”

Wat moest ik met die vergelijking; was hier een autoriteit op het gebied van xtc aan het woord of ging de vergelijking mank? XTC, de uitgaansdrug bij uitstek, brengt je in een opgewekte stemming, op het verliefde af, en maakt dat je urenlang kunt dansen. Werd je dus vrolijk van deze poëzie, zou je na lezing iedereen die je ontmoette wel willen omarmen? Ik zag de link niet met het tot je nemen van poëzie, wat toch een nogal introverte bezigheid is. En wat moest ik met de titel? Een kogelvrije zomer… Een kogelvrij vest is in staat om kogels op te vangen die anders iemand verwond zouden hebben; maar ‘een kogelvrije zomer’? Of is dat net als ‘een ongemartelde herfst’ of ‘een waterdichte winter’ niet meer dan een leuk klinkend ideetje? (Mijn vondsten halen het niet bij die sublieme van Den Ouden).

De afbeelding op de omslag, gemaakt door Den Ouden zelf, laat een ijsdanspaar zien, dat, aan het hoofd, door een witte uil wordt ontvoerd. Ik neem aan dat deze afbeelding bewust gekozen is. Ik was, lijkt mij, al drie maal op het verkeerde been gezet. Misschien is dat ook de bedoeling wel, werd ik op de omslag al gewaarschuwd voor een nihilistische poëzie, waarin alles de er ooit aan toegekende waarde verloren heeft. Misschien is het dus beter om de titel, de afbeelding op de omslag en de tekst op de achterkant te laten voor wat zij zijn, en me te richten op de tekst om te zien wat die voor verrassingen herbergt.

De bundel begint al goed: ‘de winter is een vals wijf zonder kleren / met een eng dun gerimpeld lijf / een koude adem / en een lage hartslag (..)’. En het eindigt zo, dat eerste gedicht: ‘het wordt een lange winter / dat ik niet uit vier personen besta zou ik pas later begrijpen / evenals dat de liefde geen mank paard is / überhaupt geen paard is //’ Asjemenou! Wat is deze dichter ongrijpbaar! Wat is deze poëzie toch een mysterie! Wat een geweldige regel: ‘evenals dat de liefde geen mank paard is’! Loopt die regel zelf niet parmantig mank?

Dat het nog extremer kan bewijst Den Ouden op blz. 69: ‘(..) wat weet je van Adolf Hitler? // het driftig mannetje bouwde graag kastelen / genaamd / Holocaust (leeg kasteel) //’. Wat een stoere bink is die Martijn den Ouden. Dat hij dit durft te schrijven is toch niet niks! Hij heeft het op andere plaatsen over onthoofdingen, het van de ogen deppen van slachtingen en verkrachtingen en over iemand die zichzelf met een broodmes de keel doorsnijdt, na zijn bekentenis over misbruik van zijn kinderen. Den Ouden is een kind van zijn tijd!

Het soort onverschilligheid waar Den Ouden blijk van geeft, bestaat natuurlijk slechts bij de gratie van onbetrokkenheid. Het ziet er anders uit wanneer de zaken waar je zo zonder enig gevoel over schrijft, jou persoonlijk of je familie of vrienden raken. Het is erg gemakkelijk om een man met een strijkbout naar zijn vrouw uit te laten halen; tenminste, zolang je het niet echt hebt gezien of beleefd.

Woorden schieten tekort om uit te drukken wat ik van deze poëzie vind. Om je van de waarde ervan te overtuigen tenslotte nog één compleet gedicht (blz.114):

dit is een prijzenswaardig vergezicht

in de onomstotelijk losgezongen lucht
vliegen exotische vogels
patronen van lichte zeden

het meisje
– een opengesneden vrucht –
ligt lallend op het strand

het animeerteam en de kinderen
kirren
dollen
bouwen zandsculpturen

en als kers op de taart
is er het gemoedelijk rommelen
van vurende marineschepen

in de diepte
van dit prijzenswaardige vergezicht

Dit onomstotelijk van de werkelijkheid losgezongen gedicht is, als alle andere in deze bundel, van elke echte emotie ontbloot. Die ‘opengesneden vrucht’ rijmt natuurlijk prachtig op ‘de onomstotelijk losgezongen lucht’ uit de eerste strofe. Maar welke vrucht ligt daar, lallend in het zand? Wie is het? En wat moet ik mij erbij voorstellen? Een meisje met gespreide benen? Patronen van lichte zeden! Is dat niet prachtig gevonden? Die rare vogels toch! Vurende marineschepen rommelen gemoedelijk als kers op de taart, en dat ook nog eens ‘in de diepte’. Daar werd ik helemaal stil van. Wat een wonderbaarlijk gedicht! De dichter was blijkbaar zeer ingenomen met ‘dit prijzenswaardige vergezicht’. Misschien dat daar de associatie met xtc om de hoek komt kijken. De dosering kan te hoog zijn, dan vervallen niet alleen de grenzen, maar hallucineer je ook…

***
Martijn den Ouden (1983) is dichter en beeldend kunstenaar. In 2010 verscheen zijn debuut Melktanden en in 2013 volgde De beloofde dinsdag.

Recensie van De beloofde dinsdag - Martijn den Ouden

Kom wissel je tanden…

Martijn den Ouden
De beloofde dinsdag
Uitgever: Querido
2013
ISBN 9789021450100
€ 17,95
96 blz.

De Amsterdamse dichter-predikant J.J.L. ten Kate schreef in 1866 zijn beroemde leerdicht De schepping. Ten Kate was daarmee niet de eerste die over de schepping reflecteert en hij zal zeker niet de laatste zijn. Ook Martijn den Ouden heeft de handschoen opgepakt. In zijn nieuwe bundel De beloofde dinsdag gaat hij eigenzinnig te werk. Lees het vers ‘in den beginne schiep hond de god en het bot’ maar eens.

in den beginne schiep hond de god en het bot
de god speelde in veld zee en hemel

moeder de god stak met kop en schoft uit boven de velden
zag dat alles vlak was
vlak en goed

van links kwam de god
drukte zijn neus in moeder de god
verloor een tand

kom wissel je tanden op een dinsdag
geef ons de namen van de god
het bot en moeder de god

Waar Ten Kate met zijn poëzie trachtte nieuwe negentiende-eeuwse (vaak natuurwetenschappelijke) ontwikkelingen te integreren in vertrouwde bijbelse kaders, doet De beloofde dinsdag dat, tot op zekere hoogte, net zo goed. Klassieke, bijbelse beelden (‘in den beginne…’) klinken ook hier. Den Ouden verbindt ze op zijn beurt met eigentijdse begrippen als ‘de beloofde dinsdag’. Dinsdag, de dag die heden ten dage bekend is komen te staan vanwege de onvermijdelijke dip. ‘Na een wild weekend met pillen en andere vormen van drugs hakt de kater er dinsdag hard in,’ schreef iemand eerder.

‘Kom wissel je tanden op een dinsdag’. Hiermee wordt expliciet gerefereerd aan Den Oudens debuut, Melktanden uit 2010. De dinsdag is het begin van nieuw leven, van een volgende stap in de schepping. Tanden worden gewisseld. De kindertijd is definitief voorbij en volwassenheid ligt meedogenloos op de loer. Dit alles gaat hand in hand met de zo kenmerkende stijl van de dichter: robuust, confronterend en altijd ambivalent. Maar dat wisten we al door Melktanden.

De beloofde dinsdag zit sowieso vol tegenstellingen: niet alleen staat het kind tegenover de volwassene, ook thema’s als heiligheid en onheiligheid (of hier: ‘onreinheid’) worden aan de orde gesteld.

rond dit bed
ruist een zee van honing
van bloed en wijn

ik was mijn handen in bloed
in bloed melk en honing
ik was mijn handen in heilig water
in rivieren in zeeën
ik was mijn handen in olie en zand
ik was mijn handen in de vrouw en de dieren die over het land kruipen
ik was mijn handen in de slang
ik was mijn handen in de longen van mijn grootvader
ik was mijn handen in het luipaardjong

heilig is het luipaardjong
heilig is het veulen

in de adem van het veulen was ik mijn handen
en ik ben rein

Opnieuw valt het grote aantal bijbelse referenties op: ‘[het land van] melk en honing’ (Ezechiël 20:6) en ‘ik was mijn handen in…’. Deze laatste uitdrukking is onder andere terug te vinden in het Nieuwtestamentische bijbelboek Matthéüs. Matthéüs 27 vertelt het verhaal van Jezus die bij stadhouder Pilatus wordt gebracht. Wanneer Pilatus de opdracht heeft gegeven om Jezus te kruisigen, wast hij ten overstaan van het hele volk zijn handen en zegt: ‘Ik ben onschuldig aan het bloed dezes Rechtvaardigen.’ Het ‘je handen wassen in onschuld’ is een oud ritueel, maar Den Ouden geeft er een nieuwe vorm aan. De inhoud blijft echter bestaan. De menselijke drang ‘rein’ te zijn en het (beloofde!) land van melk en honing te vinden en te betreden lijkt een existentiële waarde.

Opvallend verder is de aandacht voor kleur in de bundel. Het zal alles te maken hebben met de achtergrond van de auteur. Den Ouden studeerde af aan de Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam. Met name de kleur ‘blauw’ springt eruit. Ter illustratie een fragment uit een proza-achtig aandoend stukje uit De beloofde dinsdag.

denk maar aan iets blauws, aan een zwembad met aan de rand rustende
vrouwen in blauwe badpakken die met blauwe rietjes van blauwe
cocktails drinken en boeken lezen met een blauwe kaft en soms kijken ze
even op naar de hemel om zich ervan te vergewissen of het uitspansel
nog helder en strak is, of er niet ergens een wolkje drijft, en nee,
de lucht is kraakhelder, hemelsblauw, en de vrouwen leggen hun boeken op hun
benen, met de blauwe kaft naar boven, bekijken hun blauwgelakte nagels,
nemen een slok met het blauwe rietje van hun blauwe cocktails…

‘Blauw’ is de kleur van het hemelse, het betrouwbare, het geestelijke. Dat alles wordt hier verbonden met bij uitstek aardse zaken: zonnende vrouwen, luierend en nippend aan een drankje, bakkend in de zon. Juist de contrastwerking is het sterke aan dit vers. Als lezer wordt je blik bijna ongemerkt afgewend van deze platte, leeghoofdige dames en getrokken naar meer verheven zaken.

Uiteindelijk blijkt de schepper echter ook maar een mens van vlees en bloed. In de trant van ‘En dan komt er een olifant met een grote snuit en die blaast het hele verhaaltje uit…’ besluit de dichter zijn bundel. Aan het einde van het laatste gedicht roept hij bijna laconiek uit:

hé!
ons grafiet is op

De schepper is afhankelijk van zijn schrijfwaar. Zonder potlood is ie niets. Dat getuigt van een gevoel voor ironie, maar ook van zelfinzicht. Toch is deze bescheidenheid niet op z’n plaats. Want Den Ouden is zonder twijfel nog niet in staat om te stoppen met scheppen. En dat is maar goed ook.

***
Martijn den Ouden (1983) studeerde in 2009 af aan de Gerrit Rietveld Academie, afdeling Beeld en Taal. Naast schrijver van gedichten en korte verhalen is hij beeldend kunstenaar: hij maakt collages en schilderijen. Zijn bundel Melktanden werd door De Poëzieclub ‘Het boeiendste debuut uit 2010’ genoemd.

Recensie van Melktanden - Martijn den Ouden

Volwassen gebit gevraagd

Martijn den Ouden
Melktanden
Uitgever: Querido
2010
ISBN 9789021438450
€ 17,95
80 blz.

Melktanden lijkt op het eerste gezicht te bestaan uit onschuldige jeugdherinneringen van een jong kind. Een bundeling vergezichten over kinderlijke vriendschap, dieren, kwajongensstreken en klein plezier. Niets is echter minder waar. De bundel zit niet alleen zeer geraffineerd in elkaar, de inhoud komt ook uiterst bedreigend op de lezer af.
Eerst die vorm maar eens. Melktanden bestaat uit vier afdelingen: ‘Het uit papier gevouwen dier’, ‘Kan iemand dit koord vasthouden’, ‘Een ijzeren regen’, en ‘Straten die we overslaan’.
De zinnen zijn kort, op het oog eenvoudig. De versvormen zijn vrij, variëren sterk, doen weinig consistent aan. Alles in de bundel springt van de hak op de tak, zoals een kind dat eerst met lego bouwt, vervolgens naar zijn autotootjes rent, om even later te gaan zitten kleuren. Achter die simpelheid gaat echter een hele wereld schuil. Het gaat hier niet om zomaar wat jeugdherinneringen, maar om een volwassen kijk op het leven. Met zulke opmerkingen ben ik echter al bij de inhoud aangekomen.

Een aantal begrippen wil ik uit deze bundel lichten, dit ter ondersteuning van de stelling: ‘niets is wat het lijkt in Melktanden.’ Allereerst de rol van de dieren. Er is iets mee, met de dieren, iets treurigs. Kijk maar naar ‘van de honderd ramen’:

van de honderd ramen
gedraagt zich er een
als een uit papier
gevouwen dier

er brandt nooit licht

achter het uit papier
gevouwen dier
brandt nooit licht

alleen vandaag
stoft een tengere vrouw
de vleugels

dat hoor je gebeuren
de vleugels van dit dier

Is het uit papier gevouwen dier nog de enige optie? Omdat alle levende dieren weg of dood zijn? Tezelfdertijd spreekt uit de verzen nog een diepere, duistere kant als het over dieren gaat. Iets mysterieus. Zelfs mishandeling, al dan niet door de dichter, wordt niet geschuwd! (‘een naar gezicht/ nu de mens het dier doodslaat’) Kracht van de mens en kracht van dieren, ze staan tegenover elkaar.

Uit deel II, ‘Kan iemand dit koort vasthouden’, wil ik het volgende korte gedicht citeren, met het oog op de rol van de mens in Melktanden:

huil niet zo moeder
je sjaal zit zo strak
losjes zei de dokter
LOSJES

Zie hier een maatschappij- en menskritisch vers à la Loesje. Eenvoudig en direct, maar ook dit keer is het anders dan anders. Het gaat niet om een uiting waarin op een Loesje-achtige manier naar de dingen om ons heen wordt gekeken, maar om de moeder (en een kind), de dokter en de sjaal. Er is letterlijk en figuurlijk geen touw aan vast te knopen.

In het derde deel, ‘Een ijzeren regen’, komen begrippen als schuld, onschuld en waarheid ter sprake. De ruwe werkelijkheid van oorlog, verderf en dood is aan de orde. Dode soldaten uit Afghanistan en de ‘ik’ die meedoet, meeleeft en meeschiet. Alle kinderlijkheid is hier verdwenen. Of toch niet? Tekenend is het gedicht ‘ik mag geen schoten lossen op een gezond gezin’. Het gaat zo:

ik mag geen schoten lossen op een gezond gezin
ik mag geen schoten lossen op een gezond gezin
ik mag geen schoten lossen op een gezond gezin
ik mag geen schoten lossen op een gezond gezin
ik mag geen schoten lossen op een gezond gezin
ik mag geen schoten lossen op een gezond gezin
ik mag geen schoten lossen op een gezond gezin
ik mag geen schoten lossen op een gezond gezin

En dit gaat anderhalve pagina onafgebroken door. Een rijtje strafregels, zoals ieder kind die op school wel eens heeft moeten schrijven. Maar met een gruwelijke inhoud. Als eerder opgemerkt: vorm en inhoud gaan in deze dichtbundel niet samen.

‘Straten die we overslaan’ tenslotte. Deze vierde afdeling herbergt een scala aan vergezichten en is voornamelijk nostalgisch van toon (zie: ‘het speelkwartier van mijn jeugd’). Maar ook hier wordt men een serieuze ondertoon gewaar. In ‘straten die we overslaan’ gaat het erom de narigheid te ontlopen, om kind te blijven, tegen beter weten in.

straten die we overslaan:

-de Lindelaan
-de Ketenlaan
-de Dorpstraat
om de brandende autobanden, hoeren en gokgarages

vanuit mijn raam zie je een mooie dag

de supermarkt
de clochard met zijn gitaar
-there is a house
in het watergeklater van de fontein

daar varen kinderen in gasballonnen door de lucht

dat zijn de deugdelijke straten
in het licht van een mooie dag

Is Melktanden een bundeling jeugdherinneringen? Zeker. Maar de lezer behoeft wel een volwassen gebit. Om af en toe even door te kunnen bijten.
***
Martijn den Ouden (1983) studeerde in 2009 af aan de Rietveld Academie, afdeling Beeld en Taal.