Recensie van Een serenade voor mijn Shéhérazade - Walter Palm

‘Zwoel en zwanger van erotiek gloeit en glanst de romantiek’

Walter Palm
Een serenade voor mijn Shéhérazade
Uitgever: In de Knipscheer
2014
ISBN 9789062658657
€ 16,50
64 blz.

 
De negende bundel van Walter Palm bestaat uit 52 gedichten voor zijn geliefde die hij Shéhérazade noemt: de betoverende vertelster uit Duizend-en-een-nacht die met haar prachtige verhalen de moordzuchtige sultan nieuwsgierig houdt en zich daarmee het leven redt. Palm probeert op zijn beurt zijn Shéhérazade te boeien met zijn gedichten: iedere week één, een jaar lang.
Het oubollige dubbelrijm in de titel belooft de startende lezer niet veel goeds en de tekst op de achterflap evenmin. Die bevat een kreupele metafoor: ‘De liefde voor en van zijn muze inspireerde Walter Palm tot gedichten die een liefdeswind hem met orkaankracht influisterde’, en bovendien een zin waarin de suggestie wordt gewekt dat ook de oorspronkelijke Shéhérazade een jaar lang liefdesgedichten schreef: ‘Net als de legendarische verhalenverstelster tracht de dichter zijn geliefde een jaar lang te boeien met een lofdicht voor iedere week.’ Een onbedoelde suggestie, zoals uit het vervolg blijkt, maar slordig is het wel: ‘Zij heeft zijn ingeslapen bestaan met haar liefde weer tot leven gekust en hij, hij probeert haar blijvend te boeien met betoverende gedichten. Gloedvol, zoals soms de verhalen van Shéhérazade waren.’
 
Helaas zijn de titel en de tekst op de achterflap inderdaad illustratief voor de bundel in zijn geheel. Ook hierin tref je soms kreupele of op zijn minst gewrongen beeldspraak aan. Ter illustratie ‘Verleidelijke Shéhérazade’:
 

Geel als rijpe
mango’s, de huizen
die aan de horizon prijken.
 
Wit als opgeklopte
kokosmelk, de wolken
die eindeloos hoog voorbijdrijven.
 
Rood als vlammend koraal
de glanzende, glinsterende lippen
van mijn Shéhérazade.
 
Verleidelijker dan gele rijpe mango’s,
dan opgeklopte kokosmelk,
dan vlammend koraal,
 
is zij, mijn Shéréhazade.

 
 
De huizen zijn geel als rijpe mango’s, de wolken zijn wit als opgeklopte kokosmelk en Shéhérazades glanzende, glinsterende lippen zijn rood als vlammend koraal. Dat kan allemaal, al is het de vraag of een vrouw blij zou zijn als ze te horen kreeg dat ze verleidelijker is dan mangohuizen en melkwolken. Maar dat Shéhérazade verleidelijker is dan haar eigen lippen: nee.
Erg consequent in het gebruik van zijn metaforen is Palm overigens niet. In het gedicht ‘Een droom’ schrijft hij: ‘dat ook penetrante geur van / zwangere mangoboom verstomt.’
 
De beeldspraak is ook in een ander opzicht ongelukkig: soms zo sleets, dat die zelfs in levensliederen niet meer worden gebruikt. Sprankelend – een woord dat Palm regelmatig gebruikt – zijn de gedichten daarom niet. Enige voorbeelden: ‘In jouw hart / heb ik met liefde / rozen geplant’, ‘De zon van onze vurige liefde’, ‘Zwoel en zwanger van erotiek / gloeit en glanst de romantiek’, ‘het vuur van onze hartstocht / de vlam van de eeuwige liefde’, ‘een rode roos / brengt een vurige ode aan de liefde’, ‘het vuur van onze liefde’, ‘hemelse poorten van mijn geluk’.   
 
Dit is niet alles. ‘De tropenzon / die bij ochtendstond / met één vuistslag / de duisternis verjaagt’  en die in een ander gedicht ‘zakt ( … ) met gebalde vuist’: mijn gedachten dwalen af naar de opkomst en naderende ondergang van het Cubaanse communisme. ‘In eetcafé “De jaren”, // rimpelen banen / van neonlicht het water’: ik denk aan natte voeten. Een paar regels verder in dit gedicht – ‘Amsterdam’ –  ‘staan vochtige tafels / te transpireren van romantiek, / symboliseert vrolijk versierde / brug de verbinding tussen twee geliefden.’ Moet ik nog meer zeggen?
 
Ik wil niet de indruk wekken dat ik de bundel opzettelijk afkraak. Ik citeer een gedicht, waarin zulke metaforen als hierboven niet voorkomen: ‘Een land heel ver hier vandaan.’ Door de herhalingen heeft dit het karakter van een lied.
 

Een orkaanwind
blies mij naar een land
heel ver hier vandaan.
 
In dat verre land,
leek de stad op de stad hier,
maar het was toch anders.
 
in dat verre land
leek het landschap op het landschap hier,
maar het was toch anders.
 
In dat verre land
leek alles op hier
maar het was toch anders.
 
De stad, het landschap,
alles was anders
maar toch hetzelfde.
 
Er was één verschil.
 
Hier ging alles schuil
achter een sluier
van verdriet.
 
En daar, in dat verre land,
schitterde op alles jouw
glimlach.
 
Een orkaanwind
blies me naar een land
heel ver hier vandaan.

 
Palm zorgt ervoor dat geen enkele lezer de pointe ontgaat: het leven zonder Shéhérazade was treurig en het leven met haar is gelukzalig. ‘Daar’ is het nieuwe ‘hier’. Alleen: je kunt het gedicht ook anders lezen. Als je schrijft: ‘Een orkaanwind / blies mij naar een land / heel ver hier vandaan’, dan kun je daar logischerwijs niet zijn. Je bent ‘hier’, ‘achter een sluier / van verdriet.’ Dat is natuurlijk niet de bedoeling.
 
Een recensie is het beargumenteerde oordeel van een enkele lezer en het komt waarschijnlijk maar zelden voor dat iedereen is met hem eens is – gelukkig niet. Zonder enige twijfel onderschrijft de uitgever de informatie achterin de bundel over het auteurschap van Palm en hij is niet de enige. Een citaat: ‘In 2001 wordt hij mede voor zijn literaire werk benoemd tot Ridder in de Orde ven Oranje Nassau. In 2005 wordt hij opgenomen in de prestigieuze ‘Spiegel van de moderne Nederlandse en Vlaamse dichtkunst’, de literaire eregalerij van alle belangrijke moderne Nederlandstalige dichters.’
 
Dit keurmerk heeft ongetwijfeld ook de instemming van Palm. Dat blijkt wel uit zijn ‘Epiloog’:
 

Deze gedichten
 
( … )
 
zijn zo vurig
dat ze verbranden dit papier,
 
waarop ik ze – met een in goud gedoopte
veer – heb geschreven.

 
Mij heeft Palm nog niet overtuigd van zijn meesterschap, dat zal duidelijk zijn.
  

***
Walter Palm (1951) publiceerde bij In de Knipscheer eerder de bundels Met lege handen ging ik slapen, met een gedicht werd ik wakker (2002) en Sierlijke golven krullen van plezier (2009).

Recensie van Sierlijke golven krullen van plezier - Walter Palm

Onder smorende zon

Walter Palm
Sierlijke golven krullen van plezier
Uitgever: In de Knipscheer
2009
ISBN 9789062656448
€ 15,00
64 blz.


Sierlijke golven krullen van plezier
is dan al wel de achtste bundel van de Curaçaose dichter Walter Palm, grote bekendheid geniet hij in Nederland niet. De informatie achter in de bundel wekt wel hoge verwachtingen. Naar aanleiding van de eerder verschenen verzamelbundel Met lege handen ging ik slapen met een gedicht werd ik wakker roemt Pim Heuvel daar de universele gerichtheid van Palm (‘een rijke aanwinst voor de Nederlandstalige poëzie’), ziet Wim Rutgers Palm vanwege diens woordprecisie en beeldenrijkdom als een van de belangrijkste Antilliaanse dichters en heeft Mario Molegraaf voor een van de gedichten zelfs de kwalificatie ‘onweerstaanbaar als van M. Vasalis’ over. Of ze ook zo zouden oordelen over Palms nieuwe bundel? Misschien in meerderheid wel, want wie de West in hoofd en hart en huid draagt, heeft ongetwijfeld haast van nature affiniteit met poëzie die expliciet en heftig is, nadrukkelijk niets te raden laat en zich voortdurend herhaalt.
De bundel bestaat uit drie afdelingen: ‘Curaçao’, ‘Curaçao in het hart van Den Haag’ en ‘De vluchtige kus van de zwarte vlinder’. In het openingsdeel beschrijven tien gedichten de kracht van de Curaçaose zon. Dit is het eerste:

Koning Zon en de zonnecollector

Bij het ochtendgloren werden mijn zoete dromen
ruw verstoord door wrede tropische zon
die heerste over geblaakte aarde.

Messcherpe silhouetten, als stiletto’s als tekenen van dood
schreven hun onbarmachtige boodschap
van hitte en staken elke koelte dood.

En de ijdele tropische zon
vond het prachtig om zich als een Zonnekoning
te spiegelen in mijn zonnecollector.

Maar wat de Zonnekoning niet wist
was dat ik als een listige Nanzi mijn zonnecollector
had aangesloten op mijn aircondition.

En terwijl de Zonnekoning als het Boze Oog
de aarde vervloekte met zijn hitte, zat ik stilletjes
te genieten van door airco gewekte …koelte.

Wat moet je hier nu van zeggen? Misschien dat je wel een ijdele dichter moet zijn om zo’n gebrekkige tekst, met zo’n flauwiteit aan het slot, als openingsgedicht – toch altijd een statement – te kiezen. Inderdaad, een ‘onbarmachtige boodschap’, maar anders dan Palm bedoeld zal hebben.
Een paar bladzijden verder doet hij het nog eens over:

De Zonnekoning

Vanachter een steile berg
verschijnt elke ochtend de ijdeltuit,

spreidt parmantig zijn vurige, gouden veren over aderblauwe zee
splijt wolken, slijpt hemel tot een diepblauw juweel,

denkt dat hij heer en meester is…
Maar wij, tropenbewoners, weten wel beter.

Na twaalf uur heer en meester
zal hij toch bloeden aan guillotine van de horizon.

Wat afgezien van de beeldspraak en de wel heel nadrukkelijke assonantie opvalt, is het lelijke elliptische taalgebruik. Waarom dat hier zou moeten, is volstrekt onduidelijk.
In veel gedichten heeft Palm de gewoonte om regels voortdurend te herhalen. Een voorbeeld:

In memoriam de Curaçaose schrijver Tip Marugg
(1923-2006)

Verscholen voor tropenzon
stond je op, als de maan opstond;
ging je slapen, als de maan onderging.

Verscholen voor tropenzon
was je net als de maan altijd aanwezig, maar vaak onzichtbaar.

De maan en jij vormden een paar.
Net als de maan, hield je afstand van de wereld.
net als de maan, hield je afstand van mensen.

In de eerste regel dus weer zo’n merkwaardige ellips, maar veel beroerder is de irritante uitleggerigheid die het gedicht alles wat eventueel kon intrigeren, ontneemt.
De eerste afdeling besluit met een gedicht over de muziek van zijn betovergrootvader Jan Gerard Palm. In vier korte strofen lezen we vier keer ‘in jouw muziek’ en vijf keer ‘hoor ik’. Dat is te veel. Bij lezing van het eerste gedicht van de volgende afdeling, over een in het Haagse Diligentia gegeven Jan Gerard Palmconcert, valt weer op hoezeer Palm zich wenst te herhalen. Waar hij eerst in de muziek Curaçao hoort, toveren de klanken nu Curaçao tevoorschijn, ‘het zwoele ritme van de passaat’ wordt ‘zwoele passaat’ en waar hij eerst ‘bloeiende flamboyant’ (de exotische delonix regia) hoorde, geven tropische klanken nu ‘blos van bloeiende flamboyant. Soms is herhaling rijkdom, maar dit heeft meer weg van gemakzucht, of in ieder geval van te weinig zelfkritiek. Dit middendeel met Haagse gedichten wordt afgesloten met een gedicht waarin de dichter het bericht krijgt van de dood van zijn moeder: ‘Toen op 31 juli 2006 de vermoeide/ tropenzon de horizon verkoos,// doofde voorgoed de zilverkleurige/ stem van mijn moeder.’ Het is de opmaat (en qua bundelopbouw is dat natuurlijk prima gedaan) voor het slotdeel, dat uitsluitend bestaat uit gedichten over de dood. Helaas overtuigen deze gedichten evenmin. Geen formulering treft, geen gedachte prikkelt of ontroert, geen regel beklijft. Dit is, met alle tekortkomingen, nog het beste, omdat er tenminste de evocatie is van een bepaalde sfeer:

De vluchtige kus van de zwarte vlinder

Op een zucht van de wind
rinkelt een gerucht
in de kristallen kroonluchter.

Een duivels gerucht over vergruisde
illusies. Een sluimerend verdriet
fluistert in de ruisende struiken.

Een rafelig en akelig geroezemoes blijft haken
aan de giftige Franse Bloem. Zoemt rond een ijskoud gerucht
in het bloedhete gehucht:

‘Heb je het gehoord?
De dood heeft hun zoon gestolen.’

De bundel eindigt met het korte gedichtje ‘Vermalen’. Daarin schrijft hij: ‘Als ik vermalen/ ben door de kaken/ van de dood// dan leef ik voort/ in deze gedichten en woorden,/ is mijn stem niet gesmoord.’ Palm lijkt het oprecht te menen.

*******

Walter Palm (1951) is een schrijver die zowel in het Nederlands, Engels als Papiaments publiceert. Winds of Words (1978) is een Engelstalige gedichtenbundel, Un boka di poesia (1983) is Papiamentstalig en Poetry, Poesia, Poëzie (2000) een multilinguale bundel. Hij debuteerde in 2002 voor een Nederlands lezerspubliek met Met lege handen ging ik slapen met een gedicht werd ik wakker, waarin zijn drie voorgaande Nederlandstalige gedichtenbundels – Genesis en Apocalypse (1980), Palmblad (1990) en Avondmuziek (1997) – werden opgenomen plus nieuw materiaal. Hans Warren en Mario Molegraaf selecteerden voor hun Spiegel van de moderne Nederlandse en Vlaamse dichtkunst (2005) twee van Palms gedichten, ‘Bonaire’ en ‘Beschaving’. Palm publiceert daarnaast essays, toneelstukken en korte verhalen.