Recensie van In de bocht van de rivier - Pieter Sierdsma

De onthaaste gedichten van traag drijvende wolken

Pieter Sierdsma
In de bocht van de rivier
Uitgever: Demer Uitgeverij ,Demer Uitgeverij
2012
ISBN 9781471692611
€ 14,-
52 blz.

In zinnen geschoven zinnen. Je bent de ene aan het lezen, blijkt de volgende al halverwege. Als golven rollen ze langzaam over elkaar. Het is een apart avontuur om de gedichten van Pieter Sierdsma te lezen. Langzaam te lezen, want voor je het weet is er een laagje ontsnapt.
Niet dat er bijzonder veel gebeurt in deze gedichten; integendeel, het nu waarin zij spelen is vredig, en de mens speelt een bijrol lijkt het wel, hij wordt op afstand gezet, zelfs waar hij in wezen de hoofdrol speelt:

autobaan

de weg verdwijnt aan de einder
tussen hemel en aarde valt
het reisdoel samen zonder
het begin te verklaren
een weg loopt door naar een
monding met wolken beladen

De gedichten lijken te spelen in een droomachtige wereld. Volledig de onze, vertrouwd, maar met een transparant karakter. Misschien is dat te enkelvoudig uitgedrukt; al lezend lijk je zelf doorzichtig te worden, als wandel je in een zwak isolerende cocon door een vreemd bekende maar vertraagde wereld:

bezoek

de kamerdeur knipt open naar het licht
dat even vertrouwd als hun gewoonte is
theekopjes rinkelen door verdoving
van tijd een gashaard brandt laag in
kleine kring het gesprek dat wegzakt
naar de schemering wanneer ik weg ga
blijf ik op het pad even staan in de kamer
veegt iemand de adem van het raam

De zorg waarmee dit is geschreven, doet aan miniaturen denken. Ook die lijken volledig autonoom, zelfs waar zij de wereld die zij oproepen exact geschilderd weergeven. Getekend met de fijnste penselen. En prachtig: ‘in de kamer veegt iemand de adem van het raam.’

Pieter Sierdsma heeft veel mooie zinnen geschreven. Het duurde even voordat ik het lezen van deze gedichten leuk begon te vinden. Het duurde een tijdje voordat ik mijn ritme had aangepast aan deze onthaaste poëzie.
Ondanks de irritatie die ik nergens helemaal kwijt raakte, (dat is geen waardeoordeel, integendeel) genoot ik er steeds meer van. Mijn irritatie gold niet zozeer het trage ritme van de gedichten, de aandacht die zij met elke regel eisen, maar vooral de archaïsche beelden die in nogal wat gedichten opdoken, met name van ruiter paarden en vaandels:

aan de kust

golven slaan op de kust
er is alleen een weg terug
hoge ruggen woelen los ruiters
zwermen wit bevlogen dreunend
over de zeebodem aanvallen die
kolkend gebroken teruglopen
[…]

Of als in ‘zomer op het land 1’:

de hemel is een tactiek van elegante divisies
die het veld hebben geruimd na een slag met weg
vluchtende luchtschepen ruiters klimmen
op een wolkenband ontplooien standaarden
de paarden rusten wat het zonlicht rinkelt in de
voederzak van al weer een nieuwe dag
[…]

Het menselijke speelt hier in de beeldspraak de hoofdrol, wat mij voor een historicus niet ver gezocht lijkt. Dreiging duikt slechts op als iets uit het verleden, en van een romantische soort.

Pas na lezing van het volgende gedicht, bijna aan het einde van de bundel, ging ik echt overstag. Dit vond ik toch wel heel erg mooi:

zomer op het strand 2

schelp van zee ronde richels kalk spoelt
aan land geruisloos over het nat patroon
stroomdraden zand traag tij korrels voetschreden
rimpels gedachte is een vorm gebleven zweven
zeepwolken in de diepe hemel
zee is een natte jurk opgeschort schuim
verlangende schrijvers van eenregelige confetti
bewegen papieren naar de kustlijn
een onbesproken lief raadsel sluimert
als een zeef van vergeten
golven bidden witte slingers
de zee is een zoutwater bak
het schip een blauw plaatje
aan de einder geplakt

de zon brandt een kus op roerig stuivende
kinderen ze vieren valken aan de hand die
bovenaan wegduiken de vleugels uitslaan
badgasten luieren in een slaapkamer
het bed is het strand door hun halfslaap
drijven wolken zeeanemonen
roodwit aan de rand

Een zeil duikt op schuim
de groene berg vloeit van de kruin
lichter lichter is de dag
twee ruiters dalen
van een duin af

Deze ruiters stoorden mij niet in het minst. Het gedicht roept bij mij helemaal het gevoel op van een lome middag aan zee. Heerlijk. Je hoeft niets. Alles is zoals het is, en de hele wereld met zijn alledaagse, absurde, onontkoombare, wellicht onuitwisbare problematiek gaat even aan je voorbij. Het is geen onverschilligheid. Alleen krijgt ‘het andere’ de volledige aandacht. Het buitentijdse of tijdloze.

Hoe zouden deze gedichten klinken, als Pieter Sierdsma ze zou voorgedragen?
Zou je niet al snel veel missen?

het koraal golft tussen pilaren stralend vroom
de donkere kolk van het orgel vlucht over geribde
mazen van het dak naar de ovale poort van de dag die
daar buiten klein wacht
(uit: ‘Notre Dame’)

Dit is poëzie om te lezen.

***
Haarlemmer Pieter Sierdsma (1948) is historicus en was werkzaam als archivaris. In 1975 verscheen bij Bosch & Keuning in de Seismogramserie Tussen licht en geluid.