Recensie van Een dag niet gelachen is ook wel eens leuk - Mark Verver

De tegel leek eerst beter dan het boek

Mark Verver
Een dag niet gelachen is ook wel eens leuk
Uitgever: Marmer
2013
ISBN 9789460680656
€ 12,50
72 blz.

In
Een dag niet gelachen is ook wel eens leuk ontmoet poëzie de rock-‘n-roll, een verademing voor wie dacht dat gedichten altijd moeilijk moeten zijn, voor wie gelooft dat eenvoud geen diepgang kan hebben.


‘Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd.’
Ik ben plots opnieuw 12 jaar en bevind me in het toilet van mijn grootmoeder. Spuuglelijk rood geschilderd , een laatste opflakkering van levensvreugde, neergekwast op onschuldige muren. Mijn vader heeft er later uit eerlijke schaamte een tegeltje opgehangen in de hoop dat het namaak Delfts blauw zou compenseren voor de rode overmacht. Ik focus op de tegel om het rood niet te moeten laten doordringen en hamer de woorden letter voor letter in mijn hoofd: e-e-n-d-a-g-n-i-e-t-g-e-l-a-c-h-e-n-…

Gelukkig
Ik heb een kat.
Ik heb een vrouw.
De kat ligt te slapen
op de kachel,
de vrouw ligt te lezen
op de bank.

Ik zou zo graag
zo’n mooi somber
gedicht schrijven,
maar gelukkig
lukt het niet.

Of bovenstaand gedicht rock-‘n-roll is, laat ik in het midden, maar de eenvoud van de diepgang is zeker aanwezig. Een huiselijk tafereel waar de obligate kat het leven van een koppel deelt. Banaliteit ten top: de kat slaapt, de vrouw leest. Meer wordt er in de eerste strofe niet verteld, maar dan laat Verver de tweede strofe op de lezer los waarin tegenstellingen tegen elkaar op botsen. Wat denk je van mooi somber of somber gedicht schrijven lukt niet? Het gedicht puurt inderdaad zijn kracht uit deze tegenstellingen.
Ik sluit even mijn ogen en laat de doorrookte stem van Herman De Coninck de revue passeren:

Misschien is dat geluk: een geluk bij een ongeluk.
Misschien is geluk: Nog een geluk dat.
Dat ik aan jou kan terugdenken, bv.,
in plaats van aan een ander.

Ook hier vinden we die tegenstelling terug. Ik moet in de Meanderarchieven tot 1999 terugkeren om de woorden van Sophie van Schouwen over dit gedicht te citeren: "(…) De Coninck benadert verlies vanuit een ander standpunt dan gebruikelijk, zelfs met een vleug van humor en ironie erin. Dat is de troost die De Coninck zichzelf en de lezers te bieden heeft en dit gedicht is wel een van de beste voorbeelden die ik ervan geven kan. ‘Wees blij’, zegt hij in feite tegen de Nederlandstalige bevolking die treurt om het verdriet van een geliefde – of dat nu een verlies is voortgekomen uit het stuklopen van een relatie of door een noodlottig ongeval -, wees blij dat je nog aan hem (of haar) kunt terugdenken, in plaats van aan een ander.(…)

Terwijl ik deze woorden neerschrijf herdenken ouders de tragische busramp in Sierredie die een jaar geleden plots rouw deed neerdalen in de huiskamer. De woorden van De Coninck zouden op deze momenten een strohalm troost kunnen bieden.

Borreltijd

Hij had al
twee kinderen
twee minnaressen
twee miljoen
en
twee verslavingen
toen hij met een
schok besefte:
ik ben slecht
en ongelukkig.

Hij schonk zichzelf
een borrel in:

een derde was
op komst.

Ik moet toegeven dat het één van de weinige keren was dat de eerste lectuur me bedroog. Flinterdun, flensjespoëzie die wegleest tegen hoge snelheid, was mijn genadeloze eerste oordeel. Maar in bovenstaand gedicht keerde ik steeds weer terug naar de laatste versregels. Welke derde wordt er bedoeld? Afhankelijk van je keuze, krijg je telkens een andere invalshoek aangereikt. Opteer je voor een derde miljoen, dan primeert het economische belang en zal het aantal minnaressen wellicht ook wel exponentieel kunnen toenemen. Opteer je voor de ‘onschuldige borrel dan voeg je onbewust een derde verslaving toe. Of wordt het een derde kindje dat de balans zal doen kantelen in het voordeel van gezinsgeluk?

Over de dichter zelf kom ik niet veel te weten op internet. Volgens zijn website is Mark Verver (1969) ondergrondschrijver, cybercolumnist, moordkuildemper. SCHRIJFT: romans, non-fictie, columns en gedichten. PROMOOT: vrijheid van meningsuiting, goede muziek, kunst en vrienden. JONGSTE WERK: Snoep. IN VOORBEREIDING: van alles. Niks goeds.

Intrigerend kan je het geheel wel noemen. Peter Holvoet-Hansen zou wellicht in deze man zijn poëtische wapenbroeder (h)erkennen. Op de foto staart de dichter ons aan, neen ik druk me verkeerd uit. Zijn ogen zijn bedekt met een zwart balkje als betreft het een misdadiger, op zijn rechtvoorarm pronkt een tatouage terwijl zijn knokkels V-E-N-I spellen. De dichter is een Caesar in het diepst van zijn gedachten.

Odysseus

De teerling
is geworpen:
neem de naald
dan nu maar op.
Maak mij in uitvoering
een werk.
Hier is mijn canvas.
Doe het pijn
en voer
het inkt.

Men waarschuwt
mij voor Spijt,
die Sirene die
zo vaak zo
zong en zeurde.
Ik luister
niet langer.
Ik moet
voelen
ach en au.

Licht het anker.
Trossen los.
Bind mij stevig
aan de mast.
Moet nu gaan
desnoods
ten onder.

Niet
hier blijven
nooit
meer terug.
Een vergissing of
het wonder.

Ook hier wordt er weer subtiel gegoocheld met taal en klank. De geoefende poëzielezer moet ik niet wijzen op ‘zo vaak zo zong en zeurde’ met de weerkerende z-klank. Maar let toch ook even op de naald die opgenomen wordt en in uitvoering een werk waar inversie en tegenstelling subtiel in het gedicht ingebracht worden. Of op de samenvoeging van historisch woord en daad waardoor Caesars woorden in verband gebracht worden met de sirenentocht van Odysseus.

Tot slot wil ik via deze link de dichter zelf nog aan het woord laten met het gedicht ‘Het aanzoek’, waarin puberteit en een blauwtje lopen tot een herkenbaar geheel verweven worden.

Met Een dag niet gelachen is ook wel eens leuk heeft Mark Verver een mooi debuut afgeleverd. Hopelijk trapt hij niet in de valkuil van zijn vlotte pen en geeft hij zichzelf de ruimte om zijn poëzie te laten rijpen.