Poëzie Kort 2016/5

Peter van Galen, Je hebt zelf kans op gladheid. Een keuze uit de facebookberichten.

Alle taaluitingen hebben de potentie poëzie te worden, dus ook Facebookberichten. In zijn nawoord zegt Peter van Galen over zijn bundel: ‘Facebookberichten vormen een nieuw genre an sich. Voor deze bundel maakte ik een selectie uit de berichten die ik in de jaren 2012 – 2015 op mijn Facebookpagina plaatste.’ Uit de bundel blijkt dat Van Galen een goede taalbeheersing heeft. Ik neem daarom aan dat de tautologie opzet is, passend bij de humoristische toon van de hele bundel: ‘Het leven is te kort voor euthanasie’; “Ze had d’r eigen laten opereren tot man. Of was het andersom, ik weet het niet eens meer”; ‘Je hebt zelf een douchekop’; ‘Soms moet er iets gezegd worden om te zien waar de voorkant zit’. De berichten zijn per maand gegroepeerd.

De bundel is echter meer dan een serie humoristische berichten, gezien het aantal vragen dat je erbij kunt stellen. Ze draaien uiteindelijk om de vraag wat poëzie is. De oorspronkelijke context is onbekend. Je moet deze zelf bedenken, zodat de berichten meerdere betekenissen kunnen krijgen. Neem ‘Je hebt zelf een zwarte doos’. Op welk woord ligt de nadruk? Op ‘hebt’? Op ‘zelf’? Op ‘zelf’ en ‘zwarte’? Of op ‘doos’? In welke betekenis? Is ‘doos’ straattaal voor vagina of een beledigend pars pro toto voor ‘vrouw’? Of gaat het gewoon om verpakkingsmateriaal?

Nog een vraag: zijn het allemaal posts of zitten er ook reacties op andere tussen? De berichten waarop in die gevallen wordt gereageerd mag je zelf bedenken.
En kun je de opsomming van berichten bij een bepaalde maand beschouwen als een gedicht? Misschien wel, dat hangt af van je leeswijze. Zo zie ik een direct een verband tussen de volgende humoristische posts die achter elkaar staan: ‘Op postmodernisme alleen kun je niet leven’ en ‘Ik vraag me steeds af of ‘The Golden Girls’ echt minder goed is dan Goethe.’
Misschien vormen al die over de bundel verspreide zinnetjes met ‘zelf’ en ‘jou’ (‘Ik zal jou eens acht minuten laten sudderen’) ook wel een gedicht als je ze achter elkaar zet.

Het kan best zijn dat Facebookberichten een poëtisch genre op zich vormen, maar een lang leven is het niet beschoren, lijkt me: het wordt snel meer van hetzelfde. Maar het experiment van Van Galen is geslaagd.

***

Peter van Galen (2016). Je hebt zelf kans op gladheid. Uitgeverij Stanza, 34 blz. € 12,50

 

Jozef Deleu, Het liegend konijn 2016/1

Het Liegend Konijn heeft een nieuwe uitgever, maar het beleid is onveranderd gebleven: ‘twee keer per jaar ‘uit het nest geroofde’, niet eerder verschenen gedichten publiceren van debuterende en bekende dichters uit heel het taalgebied. Het blad wil dé staalkaart blijven van de hedendaagse poëzie in de Lage Landen.’
Dat is gelukt. Je vindt ook dit keer een grote verscheidenheid aan dichters en poëtica’s. Charlotte van den Broeck laat zien dat het succes van haar debuut Kameleon geen toevalstreffer was. Haar gedicht ‘maandag, geel (pastel)’ begint met regels waarvan je het snikheet krijgt: ‘juni, bleke hitte, uit mijn polsen druipen vingers, schaduw / vind ik enkel in ogen achter een zonnebril op mij gericht’. Ellen Deckwitz maakt een lange zoektocht door de straten van januari: ‘Ik probeer nieuwe voornemens / in te lopen, misschien moet ik aan de religie, die welvaartsziekte, die jaarlijks zoveel – nee, denk aan liefde // aan tekeningen in de grotten ( … )’. Piet Gerbrandy heeft ‘Een sjamaan op de toendra’ afgestaan, ‘fragment uit Steencirkels, een episch gedicht in wording’, waarin hij zich als altijd laat zien als een romanticus pur sang. Het zijn gedichten over betovering en de onvermijdelijke onttovering die daarop volgt. Prachtige regels staan erin: ‘liefde kent geen waarde zonder afscheid / smelten schenkt karakter aan het ijs.’ En: ‘Kernfusie is illusie van verliefdsten’. En: ‘Mijn thuis is waar jij mij ontbreken zult.’ De bundel Steencirkels zal begin 2017 verschijnen.
Delphine Lecompte: ‘De mensen in dit dorp ze hollen bieten uit / En maken hun kinderen wijs dat incest goed is voor de oogst.’ Willem Thies: ‘Heer, ik heb een vriend die voor tachtig procent / uit schulden bestaat. Vergeef hem, zijn vrouw // was een ongelukje, zij was haatdragend, de kinderen nevenschade, / een huis scheurt men niet in tweeën.’
Tina van Baren heeft nog geen bundel gepubliceerd, maar uitgevers lezen Het Liegend Konijn ook.

No time

Terwijl ik me verwonder over het vliegmechanisme
van een insect dat niet veel groter dan een punt
neerstrijkt tussen Gizzy’s regels A day mulches
according to gravity / and the sow bug marches

laat aan de oever van de rivier een man stenen springen
over het water loopt een vrouw zingend het pad af
valt een kind en schreeuwt dat hij bloed heeft
en ik lees And everything better than
the present is gone

en blaas naar het insect en hoop dat het
wegvliegt en niet als een roodgele veeg
eindigt in een dichtgeslagen boek
in no time.

Die bundel komt er wel.

***

Het Liegend Konijn 2016/1. Samenstelling Josef Deleu (2016). Uitgeverij Polis, 226 blz. € 20,00

 

Wim de Vries, Zo vaak heb ik haar gedroomd

Het verzameld werk van Wim de Vries (1923 – 1994) is verschenen: Zo vaak heb ik haar gedroomd. De Vries werd bekend als geëngageerd arbeider-dichter. Hij was pijpenbuiger bij Fokker in Dordrecht tot aan zijn pensioen in 1988. (Ik realiseerde me bij het schrijven van de voorgaande zin dat het woord ‘arbeider’ nauwelijks meer wordt gebruikt sinds de verregaande automatisering en het accent op handel en dienstverlening. We leven nu in een totaal andere wereld).
Zijn eerste gedichten publiceerde De Vries eind jaren zestig in het dagblad Het Vrije Volk en het ‘critisch humanistich’ tijdschrift De Nieuwe Stem. Samen met Pierre van Vollenhoven publiceerde hij in 1972 de bundel M’n woord een wapen tot verweer, gedichten uit de arbeiderswereld. Hij was mede-oprichter van het tijdschrift WAR van de Werkgroep Arbeidersliteratuur Rotterdam.
Zo vaak heb ik haar gedroomd bestaat uit een inleiding van Dick Gebuys, alle poëzie, de verhalen (waarin ook een eenakter blijkt te staan), de briefwisseling tussen De Vries en Van Vollenhoven die ook is opgenomen in M’n woord een wapen tot verweer, drie artikelen over ontmoetingen met De Vries, een verantwoording door Henk Verweerd en een uitgebreide bibliografie.

 Kees Klok zegt in een artikel over een van zijn ontmoetingen met De Vries terecht dat hij in hem een dichter zag die toevallig ook arbeider was. Liefde, dood, het werkende leven en de natuur zijn belangrijke thema’s in zijn werk. Kindergedichten schreef hij ook. In zijn gedichten klinkt vaak weemoed door, in tegenstelling tot die van de felle, vaak verbitterde Van Vollenhoven. Symbolisch – maar hoogstwaarschijnlijk onbedoeld – is dat de foto van De Vries op het voorplat dezelfde is als die op het voorplat van M’n woord een wapen tot verweer. Alleen: Van Vollenhoven is eraf geknipt.

De gedichten van De Vries zijn heel persoonlijk:

 Of niet soms

Toen een predikant eens
aan mijn vader vroeg of
hij ook dankte voor zijn
dagelijks brood, antwoordde
hij – Danken? Waarvoor?
Ik heb er toch altijd
keihard voor gewerkt?
En inderdaad hij heeft er
keihard voor gewerkt.
Alleen de dood kreeg het
eelt van zijn handen.

 (Uit: Bekentenissen uit een vervlogen liefdeleven)

Een minpuntje: in de inhoudsopgave vind je de titels van de bundels niet terug, alleen de afzonderlijke gedichten. In het boek zelf herken je ze aan de aanduidingen boven aan de pagina’s. Een voorbeeld. Op p. 251 staat nog: ‘Bekentenissen uit een vervlogen liefdeleven (1989)’ en op p. 252 ‘Terug naar Kassel / Ballade van de waanzin’. Het blijkt de inleiding van ‘Terug naar Kassel’ (1990) te zijn.
Maar: alles van De Vries staat nu in een band. Eindelijk gerechtigheid.

 ***

 Wim de Vries (2016). Zo vaak heb ik haar gedroomd. Verzameld werk. Uitgeverij Liverse, 482 blz. € 29,95

 

Hilda Smits, Die bome reusagtig soos ons was

Er wordt te weinig Afrikaans gelezen. Bij ons zijn vooral dichters als Breyten Breytenbach, Antji Krog en Ingrid Jonker bekend, maar er zijn natuurlijk veel meer goede dichters. Onder hen mag zich nu ook Hilda Smits scharen. Zij schreef een bijzonder debuut: Die bome reusachtig soos ons was.
Smits werd geboren in de stad Potchefstroom en studeerde psychologie in Londen. Op dit moment volgt zij een postdoctorale studie psychotherapie in de Verenigde Staten.
De bundel wordt op het achterplat als volgt beschreven: ‘In hierdie bundel staan die werklikheid van die expat teenoor die wêreld waarin die digter grootgeword het. Klein besonderhede van haar kinderjare kry reusegestalte in die geheue, maar staan in ander kontekste skerp afgeteken teen ’n besef van nietigheid. Skrynende, eerlike jeugdherinneringe en brose familiebande word sonder skroom ondersoek. ’n Ondertoon van melancholie kenmerk die hele bundel.’
In het laatste gedicht van haar bundel verwoordt ze dat besef van nietigheid op indrukwekkende wijze en ook haar poging zich daartegen te verzetten: door middel van poëzie en verbeelding. Of dat lukt is de vraag: de herhalingen zijn veelzeggend.

as daar niks is nie laat my vingers vrot tot woorde
en in sinne hunself bevind rasper my tong gerus daar
is ’n pols daar is ’n pols bewend onder die hartsnaar
daar is beslis ’n pols en ’n insek wat haarself bevind
are getak tot agt pote gereed soos die son om dae teen
die horison te verslind miskien dramaties maar daar
is ’n insek met ’n hartklop wat die plafon beklim en as
daar niks is nie maar daar is ’n insek wat die platform beklim
ogies wat hulself in die ongetemde vlaktes van ’n kamer
bevind vlerke deurskynend wat vibreer vibreer gereed
dus is daar geen god nie maar wel die hartklop van ’n insek
wat alles plafon mure die bed stelselmatig verslind daar is

Afrikaans moet je zeer geconcentreerd lezen. De taal is ons zowel vertrouwd als vreemd en daardoor word je geconfronteerd met de werking van de taal, wat deze poëzie extra-aantrekkelijk maakt. Hilda Smits heeft dezelfde ervaring met het Nederlands. In een gedicht (een brief aan haar vader) over haar bezoek aan Amsterdam schrijft ze onder andere: ‘ ek / het op die punte van my tone geluister soos toe ek as kind / jullie geheime taal wou ontsyfer’.

Nogmaals: het is een bijzondere bundel, bereikbaar voor iedereen die hem wil lezen: er zijn genoeg internetwinkels.

 ***

Hilda Smits (2016). Die bome reusachtig soos ons was. Protea Boekhuis, 52 blz. R 160,- (ongeveer € 10,-).