Gedichten

Ariel Dorfman (Chili, 1942)

Tegen de muur

De gevangene
wordt tegen de muur gezet
een soldaat houdt zijn handen vast
zijn vingers grijpen hem zacht beet
strelen hem ruw ten afscheid
‘vergeef me, compañero’
fluistert de soldaat hem toe
en door de echo van die stem
en
die vingers om zijn arm
wordt zijn lichaam vervuld van licht
ik zeg u, wordt zijn lichaam een en al licht
en hoort hij
de schoten bijna niet


Vertaling: Eric Gerzon

*

Erich Fried (Oostenrijk, 1921–1988)

Wat het is

Het is onzin
zegt het verstand
Het is wat het is
zegt de liefde

Het is tegenslag
zegt de berekening
Het is alleen maar pijn
zegt de angst
Het is uitzichtloos
zegt het inzicht
Het is wat het is
zegt de liefde

Het is belachelijk
zegt de trots
Het is lichtzinnig
zegt de voorzichtigheid
Het is onmogelijk
zegt de ervaring
Het is wat het is
zegt de liefde

Vertaling: Geert van Istendael

*

Shujing Zhulian (China, 1981, pseudoniem van Chen Huan)

Serveerster A

Ik kom met man B dit restaurant binnen
serveerster A
je staat nog steeds op dezelfde plek
je pakt een lepel, pakt die soms ook niet, net als de vorige keer
je bekijkt graag de gasten

je herinnert je mijn tas
herinnert je hoe ik tegenover mensen sta
je bent nog jong
maar in je gezicht geen enkel blijk van liefde
je kijkt naar mijn tas
ik kan hem alleen maar voortdurend open doen
kan je misschien alleen maar
dat onthouden –
hoe hij zonder reden
steeds open wordt gedaan?

Vertaling: Annelous Stiggelbout

*

Marin Sorescu (Roemenië, 1936–1996)

Ogen

Mijn ogen worden groter en groter,
als twee cirkels water,
ze hebben mijn hele voorhoofd bedekt
en de helft van mijn borst.
Gauw zullen ze net zo groot zijn
als ik.

Groter dan ik.
Veel groter dan ik.
Ik zal alleen maar een zwarte stip zijn
tussen hen in.

En om me niet eenzaam te voelen,
zal ik heel, heel veel dingen
in hun cirkels toelaten:
de maan, de zon, bossen en zeeën
waarmee ik zal blijven kijken
naar de wereld.

Vertaling: Daan Bronkhorst

*

Claribel Alegría (Nicaragua, 1924)

Tamarindebos van Cambray
(5.000.000 Tamalitos)

Voor Eduardo en Helena, die mij
om een Salvadoraans recept vroegen

Twee pond mestiezendeeg
een half pond Spanjolenhaas
gekookt en flink gekruid
een doosje vrome rozijnen
twee eetlepels Malinchemelk
een kopje razend water
gesauteerde conquistadorenhelmen
drie Jezuïetenuien
een zakje multinational-goud
twee drakentanden
een presidentiële wortel
twee eetlepels pooiers
boter van Panchimalco-indianen
twee ministeriële tomaten
een half kopje televisiesuiker
twee druppels vulkaanlava
zeven pikbladeren
(niet zo vunzig, ‘t is een slaapmiddel)
dit alles moet je koken
op een laag pitje
gedurende vijfhonderd jaar
en je zult zien hoe lekker het is.

Vertaling: Sander de Vaan

*

Anna Swirszczynska (Polen, 1909-1984)

Dank je mijn lot

Grote nederigheid vervult me,
grote zuiverheid vervult me,
ik vrij met mijn liefste
alsof ik sterf terwijl ik vrij,
alsof ik bid terwijl ik vrij,
tranen stromen
over mijn armen en zijn armen.
Ik weet niet of dit vreugde is
of verdriet, ik begrijp niet
wat ik voel, ik huil,
ik huil, het is nederigheid
alsof ik dood was,
dankbaarheid, ik dank je, mijn lot,
ik ben onwaardig, hoe prachtig
mijn leven.

Vertaling: Daan Bronkhorst en Jerzy Rozenblit