Gedichten

Woord

Want is er een woord voor vastzitten aan pezen,
voor kou tot op het bot, voor uilen schieten
en toch loslaten, tegelijkertijd loslaten,
iets dat zegt: van huis gaan als je bezoek verwacht,
een ander woord dan losweken, iets
dat uitdrukt waarom mensen honden aan
bomen binden en hoe de speld door de libel
ineens karton raakt en daar stomp wordt,
een woord voor vleugels plakken, voor
spielatten zagen, voor wonen in een vitrine,
voor niets zeggen als alles afhangt
van één woord: liefhebben misschien. Of doodgaan.

Tussen ons en de wereld

Je was er nooit en wij waren
er altijd, onder tafels. Wij ademden door dekens
en dachten dat mensen kussen omdat ze dat
in films zien zoals ze alles eerst in films zien.

Je kwam nooit en wij raasden
verder dan het einde van de straat, voorbij
het verboden punt – wij wilden bij jou horen –
om dan weer om te keren; terug, terug.

Stel, je was gekomen, je had ons
kunnen tellen. Vertel nog eens hoe
je nooit geboren werd. Wij hadden je goed
kunnen gebruiken: een broer

tussen ons en de wereld.

Dit is de lucht

‘Dit is de lucht,’ zegt het kind
en steekt er zijn elleboog in:
nu even niets zeggen.

Dan gaat hij op zijn tenen staan
om nog meer in de lucht te zijn.
Hij weet nog niets van tang en schaar
en dat de lucht niet om je hoofd begint, maar
daar waar wij niet bij kunnen.

‘Dit is de lucht,’ zegt het kind.
De gekortwiekte vleugel houdt hij hoog:
nu even niets zeggen, maar kijken.