Gedichten

Síndrome

Todavía tengo casi todos mis dientes
casi todos mis cabellos y poquísimas canas
puedo hacer y deshacer el amor
trepar una escalera de dos en dos
y correr cuarenta metros detrás del ómnibus
o sea que no debería sentirme viejo
pero el grave problema es que antes
no me fijaba en estos detalles.

Syndroom

Ik heb nog bijna al mijn tanden
nog bijna al mijn haren haast geen grijze
ik kan de liefde doen en laten
met twee treden tegelijk de trap oplopen
en veertig meter achter een bus aanrennen
ik hoef mij dus niet oud te voelen
maar het probleem is dat ik vroeger
nooit aan zulke kleinigheden dacht

 

Eso dicen

eso dicen
que al cabo de diez años
todo ha cambiado
allá
dicen
que la avenida está sin árboles
y no soy quién para ponerlo en duda
¿acaso yo no estoy sin árboles
y sin memoria de esos árboles
que según dicen
ya no están?

Ze zeggen

ze zeggen dat
daar
na tien jaar
alles is veranderd
ze zeggen
dat de bomen weg zijn in de straat
en ik ben de laatste om daaraan te twijfelen
ben ik zelf soms niet zonder bomen
en zonder herinnering aan die bomen
waarvan ze zeggen
dat ze er niet meer zijn?

 

Interview

Ik heb er niets op tegen
u uit te leggen wat ik vind
van het hiernamaals
het hiernamaals is
gewoon
een scherpe koude wind
die de slijmvliezen
de huid
en de metaforen prikkelt
iemand de gebruikelijke tranen
in de ogen doet springen
en een brok in de keel tovert
u heeft het zeker al begrepen
eigenlijk geloof ik niet
dat het hiernamaals bestaat

De politiek tja
jezus
de politiek
mijn overgrootvader die liberaal was
begluurde de dienstmeiden in bad
mijn grootvader de reactionair
maakte de sleutels van zijn schulden zoek
mijn vader de communist
kocht hectaren land met een blik vol afschuw
ik ben dichter
meneer
en u weet toch dat wij dichters
in een andere wereld leven
goed u heeft misschien geen tijd
om geduld te hebben
maar u moet weten dat ik eigenlijk
niet in politiek geloof.

Ja natuurlijk de stijl
wat vind ik van de stijl
iets spontaans dat vanzelf ontstaat
ik heb in bed altijd
veel beter geschreven dan in de trein
wat kan ik er nog meer over zeggen
oh ja ik ken mijn synoniemen
weinig gering matig onvoldoende
als ik schrijf denk ik in de toekomende tijd
maar de toekomst
heeft zijn betovering verloren
ik vergeet even dat u
al weet dat ik eigenlijk
niet in stijl geloof.

De liefde de liefde
allemachtig
de liefde
in ieder geval hou ik
van vrouwen
en dan behalve van
de ziel
het hart
vooral de benen

je hand uit kunnen steken
en haar aan je linkerzijde vinden
rustig
of onrustig
glimlachend vanuit de diepte
van haar laatste slaap
of kijkend
zoals je soms kijkt
voor je elkaar kust
maar u en ik
weten wel dat
de liefde
de liefde
eigenlijk
een ernstige zaak is.

Zet u
dat laatste
maar liever niet in de krant.
 

Gevangene die naar zijn zoon kijkt

Toen ik zo oud was als jij leerden mijn ouders
en ook de lieve en bijziende onderwijzeressen mij
dat vrijheid of dood een tautologie was
wie zei dat nu in een land
waar de president zonder knokploeg regeerde

dat het vaderland of het graf ook een pleonasme was
want het ging toch goed met het vaderland
op de voetbalvelden en de weidegronden

echt mijn jongen ze wisten er geen klap van
de stakkers ze dachten dat vrijheid
alleen maar een woord was van twee lettergrepen
dat dood er maar één had
en gevangenis toevallig vier

ze vergaten de mens te tellen

de schuld lag eigenlijk niet bij hen
maar bij anderen die harder en slechter waren
en die anderen
wat hebben die ons ingepakt
in hun smetteloze republiek van woorden
wat hebben die het trieste leven
van koeien en boeren geïdealiseerd

en wat hebben die ons een leger verkocht
dat in de kazernes thee zat te drinken

een mens doet niet altijd wat hij wil
dat kan niet altijd
daarom zit ik hier
kijk naar je
                    en mis je

daarom kan ik mijn hand niet door je kuif halen
of je helpen met de tafel van negen
of keihard de bal terugschieten

jij weet wel dat ik andere spelletjes moest kiezen
en dat het menens was

en zo speelde ik diefje-met-verlos
en de dieven waren politieagenten
en zo speelde ik verstoppertje
en als ze je vonden werd je doodgemaakt
en ik speelde tikkertje
en elke tik begon te bloeden

mijn jongen al ben je nog klein
ik vind dat ik je de waarheid moet zeggen
omdat je die niet mag vergeten
daarom houd ik niet voor je verborgen
dat ze mij met de picana* hebben bewerkt
dat mijn nieren bijna kapot zijn geslagen
al die wonden striemen en blauwe plekken
waar jouw ronde ogen
gehypnotiseerd naar kijken
zijn afranselingen
zijn laarzen in mijn gezicht
teveel pijn om voor je te verbergen
teveel lijden om uit te wissen

maar ook is het goed dat jij weet
dat je vader heeft gezwegen
of als een ketter heeft gevloekt
wat een mooie vorm is van zwijgen
dat je vader alle getallen was vergeten
(daarom kan hij je niet helpen met de tafels)
en dus ook alle telefoonnummers

en de straten en de kleur van ogen
en het haar en de littekens
en op welke hoek
in welk café
welke bushalte
welk huis

en de gedachte aan jou
aan je gezichtje
hielp hem om te zwijgen

één ding is sterven van pijn
iets anders sterven van schaamte

daarom kun je mij nu
alles vragen
en vooral
kan ik je antwoord geven

een mens doet niet altijd wat hij wil
maar hij heeft het recht om niet te doen
wat hij niet wil

huil maar mijn jongen
                                      het is onzin
dat mannen niet huilen
hier huilen we allemaal
we schreeuwen we brullen we snotteren we gillen
we vloeken
want huilen is beter dan verraad
want huilen is beter dan verraad aan jezelf
huil
        maar vergeet niet

* Picana: een martelwerktuig waarmee elektrische schokken worden toegediend.

(c) Mario Benedetti
Vertaling: Poëzie-werkgroep CCC – Dick Bakker, Hanny Berkelmans, Dick Bloemraad, Fleur Bourgonje, Eric Gerzon, Emma Kwant, Anna Perquin, Ankie Peypers, Mariolein Sabarte Belacortu, Mieke Westra.