Gedichten

MISMOEDIG

Ze laat mij zakken in een land
van sneeuw en ongeboren wolken,

waar raven hun nest hebben verlaten;
de schuld aan God is kwijtgescholden.

In het nieuwe land

vraagt een jonge godin de weg
naar de hemel. Ik zeg: er is geen weg.

Vastbesloten.

Ik kom eruit. Op eigen kracht.
Er is iets voorbijgegaan. Een raaf

vliegt weg, laat niets achter, behalve ik;
hand in hand met de vers gestreken lucht.

De zon verliest.

Geen berg verrijkt het geheel. Ik zwijg. Langzaam
heelt de wind haar wond tussen mijn zwarte nagels.

HEMELLICHAAM

Dat we als twee beelden
onder de sterren lagen

Er een nachtvlinder
tussen je borsten rustte.

En dat ik weer niets zei,
als een stomme steen, verloren
in de verkeerde tijd.

Je sloeg het allemaal van je af.
Schonk voor de laatste maal je adem,
en liet de aarde onder mij.

ALTOCUMULUS

hoeveel woorden
niet gedacht
voordat ik

vast staat

dansers zijn het
geen van allen

het zijn
verstokte
dwalers

en wij
wij zijn
twee

losgeraakte
wolken

in een wereld
zonder wind