Interview met Kira Wuck

Over Finse meisjes

 

Kira Wuck (1978), dochter van een Finse moeder en Indonesische vader, stond in de belangstelling als winnaar van het NK Poetry Slam 2011 en van de Festina Lente Poëzieslag. Ze studeerde aan de Schrijversvakschool Amsterdam af op poëzie en scenario. Donderdag 27 september presenteerde ze haar eerste dichtbundel Finse meisjes.

Je bent half Fins en half Indonesisch. Beïnvloedt dit de manier waarop je schrijft?

Dat vind ik moeilijk om te zeggen. Ik ben nog nooit in Indonesië geweest, maar in Finland kom ik erg vaak. Daar zijn voelt ook echt als thuiskomen, als ik er te lang niet geweest ben, gaat het knagen.
Finnen zijn zuinig met woorden. Iemand heeft mij wel eens verteld dat Finse woorden zo lang zijn om je gesprekspartner de tijd te geven een goed antwoord te bedenken. Ik schrijf zelf ook erg kalig en been mijn teksten vaak tot het bot uit. Ook gebruik ik weinig bijvoeglijke naamwoorden. Ik wil graag dicht bij de kern blijven.
Het uiten van gevoelens gaat de meeste Finnen niet makkelijk af. Ik schrijf ook niet zo snel over grote gevoelens en verlangens, denk ik. Een Fin zal zelden zeggen dat hij van je houdt omdat de term ‘houden van’ daar zo krachtig is. De lading van die woorden is veel sterker dan als je bijvoorbeeld in het Engels ‘I love you’ zou zeggen.

In september verschijnt je eerste bundel Finse meisjes.
*)  Waarom juist nu?
De Finse meisjes zijn helemaal klaar om de wereld in te gaan. Ik heb er lang aan gewerkt en ben er best wel trots op. Ik ben niet bang om het los te laten. Schrijver ben je tenslotte niet alleen. Je bent pas schrijver als je ook gelezen wordt.

De titel van je eerste bundel is dus Finse meisjes. Zijn dat ook letterlijk Finse meisjes?

Een deel van de gedichten gaat wel over Finland, maar dat heb ik niet bewust van te voren zo bedacht. Ik denk dat de Finse meisjes in de bundel wat roekeloos zijn en op zoek gaan naar bevestiging en contact. De bundel gaat ook over hoe je tegen dingen aan kunt kijken, en misschien zegt het ook wel iets over hoe ik vroeger was.

Je hebt in 2011 het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam gewonnen. Op welke manier werken je gedichten het best: als je ze leest of als je ze beluistert?
Ik denk niet dat het een beter werkt dan het ander. Als ik ze voordraag kun je wel een extra laag meekrijgen; het voelt dan persoonlijker en het publiek voelt zich misschien meer betrokken.

Je hebt aan de Schrijversvakschool in Amsterdam gestudeerd. Wat is voor jou het meest waardevolle dat je daar hebt geleerd?

Ik had een erg fijne tijd op de Schrijversvakschool Amsterdam. Wat me vooral bij is gebleven, is dat we elke zaterdagmiddag na de les de kroeg ingingen en daar tot sluitingstijd bleven. Daar werden goede gesprekken en soms felle discussies gevoerd. Maar vooral was het een feest der herkenning, ik had me nog nooit eerder zo thuis gevoeld bij een opleiding. Ik voelde me voor het eerst geen vreemde eend meer.
Het meest waardevolle wat ik op de schrijversvakschool heb geleerd, is dat je schrijven als werk moet zien. Toen ik net begon, dacht ik nog dat je alleen schrijft als je een goed idee hebt, maar eigenlijk bestaat inspiratie niet. Je moet gewoon elke dag aan de slag gaan. En als het lukt voel je je even heel gelukkig. Daar doe je het denk ik voor.

Wat is, na het uitbrengen van je eerste bundel, je volgende focuspunt?
De komende tijd ga ik weer meer energie in proza en scenario stoppen. Ik heb daar nog geen concrete plannen mee, maar daar ligt op dit moment wel de grote uitdaging voor mij.
Verder lijkt het me heel leuk om op buitenlandse literatuurfestivals op te mogen treden, zoals in Indonesië. Ik moet nog uitzoeken hoe ik dat het beste kan gaan aanpakken.

___

*) De bundel Finse meisjes wordt binnenkort voor Meander gerecenseerd door Yves Joris.