Gedichten

De vreemde eend
 
Ik ruik de appels aan draadjes.
Er is wiegend blad.
Dat is buiten.
 
Het open raam speelt,
met zijn scharnieren.
De hond onder de tafel zucht.
 
En dat alles merk ik.
 
Het is vroeg.
De zon dampt in de mist.
In mijn schijnbaar goed leven.
 
Want zegt men;
het is lang niet slecht.
Maar het is ook niet mooi, zeg ik.
 
Ik ben niet men. Ik ben niet men.

Drie conclusies naar aanleiding van het journaal

1 op een steenworp afstand van een steen staat meestal een werper
2 het uiterlijk van de steen verraadt niets van de werper zijn emotie
3 zijn emotie verplaatst wel de steen in de hem gegeven ruimte

Ik kijk Journaal en dwaal af naar de samenstelling van Palestijns zweet
hoe dat in flauw zonlicht de steen binnenbreekt.

Litoraal

in de wasteil schonk moeder leven
verderop werd de zee ingehaald

drie emmers zout water, vader
waarin ik nog altijd uw kolk bewaar

ik riep doorgaans van de kant
zie mij dan, hoor mij dan, laat mij doen

va-der
moe-der

uit zand bouw ik nu uw contouren
in de meeuwen echoot uw ziel.

Gedichten

Weerzien

Hier ligt mijn grootvader dan.
Eindelijk boven de grond.
Vaak fantaseerde ik over hoe
zijn knekels rusten zouden.

En over zijn holle kassen
waaruit het Japanse boompje
kronkelend en deftig bloeien zou.

Er waren wel twintig jaren verstreken.

Maar hier lig jij, grootvader.
Cliché is het, om je nu nog te missen.
En er komt een ander, onder jouw prunus.

Het is geen goedkatholiek.
Op zijn lint staat Yunus.

Rotterdam

Hier zijn geen velden
Boven de haven hangen wolken
En trams trekken lijnen van staal

De stad spreekt niet mijn taal
En de mensen groeten niet

Schippers lopen hier hun ritme
Hun avond brengt madammen
En in de ochtend is men brak

De bloesem pluist aan elke tak
Maar de mensen zien het niet

De stad waar ik geboren ben
Het eerste licht in mijn ogen
Onze lijn werd hier bewaard

Mijn naam in haar speelkaart
Maar de mensen weten niet.

Je bent mooi

Dat er vreemde dingen gebeuren
langs spoorlijnen, onder bruggen
En dat ik dat niet weten wil, meen je

In het donker vang jij licht &
Je hebt een net vol sissende motten

Jouw elleboogholtes zien eruit als zo’n spel
van puntjes verbinden met streepjes
Rode en donkerblauwe puntjes

In elleboogholtes zonder lijnen
druk jij af met heldenvocht

Je draagt een foto om je hals
Een meisje in communiejurk
Dat zij je moeder is, weet je

Ik zal je dragen en cremeren.