Gedichten

Ach (waarschuwing op een pakje tabak)

De wereld, laat deze wereld lijden
aan de ziekte der geleerden:
zij, die na de ontlasting
de handen wassen in onschuld

en, als alles om zeep is
wat bijverdienen met het grossieren
in één of andere therapie.

Alleen de namen van grote rokers
leven voort: ze vertrouwen op hun adem
wijl hun longen weigeren
het volmaakte na te praten.

Kruim

Zo kwam de nacht over ons:
als versgebakken brood, als iets
dat we niet konden breken,
want te warm van woede.

Als een koppel stervende dieren,
elk op onze hoede, strooiden we
hongerige woorden in het rond.

Zo verscholen we onszelf
met een boos vertrouwen
in elkander, elk met schuim
en as om de mond.

Oksel

Traagheid is m’n zonde,
weet ik, ik kan haar raadsel
amper bijbenen. In eigen nat
volg ik haar vormen

in vlekken en kleuren die,
ietwat ontheemd, verloren lopen
op ‘n weeë ondergrond.

Als ik kan, verschuil ik me
in haar holte, verdraag ik
de onbeschaamdheid die
ongeschoren geurt naar meer.