Recensie van Radeloos en betoverd - Pat Donnez

Licht en ontnuchterend

Pat Donnez
Radeloos en betoverd
Uitgever: Vrijdag
2016
ISBN 9789460014994
€ 22,50
96 blz.

Sommige poëzie behoeft geen introductie en zelfs geen verklarende noten. Radeloos en betoverd van Pat Donnez bijvoorbeeld:

Marx had gelijk

Een geschiedenis voltrekt zich altijd in twee fases:
eerst als tragedie vervolgens als farce
Herinner je je nog hoe je me dumpte?
Alleen de hoogste brug in het dorp
vond ik hoog genoeg om vanaf te springen
Een kwarteeuw later glijdt een bootje
waarin wij zitten onder diezelfde brug door
Ze blijkt zo laag dat we ons godverdomme moeten bukken

En om nog maar een greep te doen uit deze lichtvoetige, misschien wat vooropgezette en geregisseerde verzameling:

Wonden

Vergeet nooit hoe
opwindend je het
vond die keer dat ik
nagenoeg je hele mond
aan stukken beet

Nu noem je het al wreed
als ik nog maar naar je lippen
durf te neigen

De tijd heelt helaas alle monden

Raadselachtig wordt het pas als we het omslag bekijken en achterop het volgende commentaar van Yves T’Sjoen lezen: ‘Radeloos en betoverd is poëzie die naar de keel grijpt. Een taalfeest vol geestige kwinkslagen en diep doordringende ironie, onderhoudend en grappig, onthutsend en terneerdrukkend tegelijkertijd. En het sterkst van al: de gedichten horen onmiskenbaar samen.’

Yves T’Sjoen, hoogleraar moderne Nederlandse literatuur, mag zich verheugen in een hoge status als autoriteit op poëziegebied (hij droeg ook bij aan De Volksverheffing, een bekende poëziebloemlezing), maar of deze uitspraken hem eer aandoen waag ik te betwijfelen. Het is natuurlijk een verschijnsel dat wel vaker is op te merken bij nieuwe uitgaven. En ik begrijp dat men een bundel van een vriend(?) of gewaardeerde collega in de kunst niet wil afkraken, maar toch… Het zou de geloofwaardigheid en de inzichtelijkheid van de kwaliteit van de poëzie ten goede komen als men een beetje zou opletten met wat men beweert. Poëzie die naar de keel grijpt? Onthutsend? Terneerdrukkend? De laatste keer dat ik iets onder ogen kreeg dat aan al die kwalificaties voldoet was jaren geleden toen ik dit las (in de vertaling van Theo Hermans):

Ik zal sterven in Parijs bij striemende regen,
op een dag die ik me nu al herinner.
Ik zal sterven in Parijs – en ik heb geen haast –,
wellicht een donderdag, zoals vandaag, in de herfst.

Een donderdag omdat vandaag, donderdag, terwijl ik
deze regels opschrijf, mijn vingers weerspanniger zijn
dan ooit en ik vandaag, zoals nog nooit voordien,
omkijk en mijzelf met heel mijn weg alleen vind.

(…)

Een fragment uit het gedicht Zwarte steen op een witte steen van César Vallejo dat wat mij betreft afrekent met alle kletskoek op de achterflap van ‘Radeloos en betoverd’.
Wat zijn dan wél kwalificaties die opgaan voor de poëzie van Pat Donnez? Hij noemt zelf o.a. J.C. Bloem, Walt Whitman en Dylan Thomas als ‘collega’s’, en hoewel ik het hem gun om met hen vergeleken te kunnen worden denk ik dat ook die dichters (om verschillende redenen) tot een iets andere sfeer behoren. Nee, dan komt in mijn hoofd eerder nog de naam van Toon Hermans op. Misschien op poëziegebied niet zó een coryfee, maar qua ‘onthutsendheid’, toch dichter (dichter!) tegen deze parmantige epistels aanschurend dan genoemde ‘collega’s’. De teksten van Pat Donnez hebben een zekere ‘lichtheid van Toon’, al beweegt deze gedeeltelijk sterk aan de actualiteit gelinkte poëzie zich inhoudelijk wel op een ander vlak dan die van de oudere radio- en tv-clown:

Ik wil geen woorden worden

Ik wil geen woorden worden
aangerand door calculerende terriërs
om hun stakeholders naar de
holderdebolderbeurs te praten

Ik wil geen woorden worden
onder een met sterren bezaaid
hemelbed of gereciteerd in een minaret

Ik wil geen woorden worden
om te wantrouwen

Ik wil
een deuntje zijn
dat herhaaldelijk kwinkelerend
verdwijnt

Ik wil mij wegtoveren in taal

Een deuntje dat herhaaldelijk kwinkelerend verdwijnt? Dat doet denken aan een echo. Een echo die wegsterft zodra de waan van de dag – de actualiteit – waaraan ze is gelieerd in de annalen is bijgezet. De geest van Toon Hermans is wel helemaal uit de fles in:

Poly-amoureus

De mooie zeemeermin
wou zo graag meerminnen
maar hoe meer ze minde
hoe minder het haar zinde
zonde

Met de groeten aan Yves T’Sjoen natuurlijk.

Gedichten

Pat Donnez (1958) is schrijver, dichter, interviewer, performer en radiomaker.
Zijn meest recente boek, de roman Lichterlaaie wordt verfilmd. Over dit boek schreef Trouw: ‘Dorrez’ belangrijkste kwaliteit is ongetwijfeld zijn fantasierijke taal. Hij verwoordt de wereld op een ongeëvenaarde manier.’
Voor de VRT maakte Donnez o.a. de programma’s Titaantjes, Bromberen, Piazza en Zot van Elsschot. Nu maakt hij voor Klara op zondagochtend het programma Berg en Dal.
Eind september verschijnt zijn nieuwe dichtbundel: Radeloos en betoverd. Waaruit hieronder drie gedichten. (Foto: Joost Joossen)

Ik wil geen woorden worden

Ik wil geen woorden worden
aangerand door calculerende terriërs
om hun stakeholders naar de
holderdebolderbeurs te praten

Ik wil geen woorden worden
onder een met sterren bezaaid
hemelbed of gereciteerd in een minaret
 
Ik wil geen woorden worden
om te wantrouwen

Ik wil
een deuntje zijn
dat herhaaldelijk kwinkelerend
verdwijnt

Ik wil mij wegtoveren in taal.

INT. APPARTEMENT KEUKEN – MIDDAG

ZIJ
Soms brengt een verkeerde trein je
naar het juiste station.

HIJ
Ben ik dan die trein?

ZIJ
Wie zegt dat?

HIJ
Jij, iemand anders is hier niet.

Ze breekt wat eieren in een pan. En roert.

ZIJ
Waarom vat je alles wat ik zeg
zo persoonlijk op.

HIJ
Je gebruikt graag beelden en dus…

ZIJ
En dus wat?

Hij staat op, roert door de pan.

HIJ
Vind je mij met stoppelbaard beter dan
gladgeschoren?

ZIJ
Hoe wil je dat ik spreek? Duidelijk of in metaforen?

Onder het open raam houdt een vuilniswagen halt.

HIJ
Die trein ben ik.

ZIJ
Ik hoor geen trein.

Rien à déclarer

Wallen onder ogen
zo groot dat een
douanier je vraagt
om ze open te maken
Rien à déclarer
Hooguit
een groot gemis

Hoe kun je gemis
laten zien
behalve in een lege strip
tranquillizers?

Uit: Pat Donnez (2016). Radeloos en betoverd. Uitgeverij Vrijdag

Gedichten

Anobium

Zo zijn wij getraind in doen
alsof de houtworm in huis ons
niet kan deren
We zien hoe hij de overloop naar de
slaapkamer vraatzuchtig ruïneert
en met veel kabaal de deur uit haar
hengsels hijst
Het houtmeel vegen we gracieus
onder de mat. De larve zakt bij
voorkeur naar de weekste delen van
het koude hout
Straks vreet hij de poten weg
en zelfs dan, als we met een smak
op de mulle vloer belanden,
zullen we het veel gedoe
om niets vinden
Zo zijn wij. Zo veinzen wij ons
een veilig houtwormloos bestaan

M

Deze stad die mij bekeerde tot losbandigheid
en leerde hoe je in donkere kroegen
kunt blijven hangen
Lichtjaren lang
Mij wees langs welke spleten en gaten geruchten
zich over haar gehuchten spreiden
– ’t Schijnt dat de burgemeester reptielen kweekt
– Allez!
– Zijn wijf is een serpent
– Echt? Wat een vent

Deze stad hoe ik haar haat
Het geblaat van straatkakkerlakken
Ratelende makakkenbakken
Haar vuile maniertjes
Vette labradordrollen in de
strooiweide aan de Kerkhoflei
Het achterlijk geklaag
over een uitheems liggende kassei

Deze stad wat heb ik haar ongeneeslijk lief
Wanneer Malinois naar derde degradeert
Veertienduizend man you’ll never walk alone
zigzagzingt en in eerste revancheert
Of als we badend in het zweet met
beschonken ogen naar een paar ebben
benen kijken wadend door de Dijle
Hoor mij ijlen

Deze stad, mijn heidens, onkuis en teder deken
Ik kruip onder u, dek me toe
Straks wil ik weer verhuizen, u verguizen
Maar nog even niet, nog lange niet…

Opa sneeuwt

Opa wijst naar waar de
hoge bomen staan.
Kijk, zegt hij ontdaan,
ginder vliegen leeuwen.
Hij trekt aan zijn sigaret
en begint te zweten.
Opa bedoelt het goed,
weet wel hoe het moet,
maar zegt in zijn
hoogsteigen alfabet
dat leeuwen vliegen.
Is dit liegen?
Nee hoor.
Hij zoekt gewoon naar
meeuwen. Hapert,
wil het van de daken
schreeuwen
terwijl het in zijn hoofd
zacht begint te sneeuwen.