Verzamelsite

De oudste laag van Meander bestaat uit de gedichten die van najaar 1995 tot en met voorjaar 1998 op de site zijn gezet.  Het zijn 232 gedichten van 67 inzenders.
Deze verzameling gedichten werd in 1998 als de zogenaamde Verzamelsite een onderdeel van onze website. Na verloop van tijd kregen we nogal wat verzoeken van inzenders om hun gedichten van onze site te halen. Ze schreven inmiddels heel andere gedichten of dichtten helemaal niet meer.  Daarom hebben we na een paar jaar besloten dit gedeelte van de site af te sluiten.
De afbeelding laat de voorpagina van de Verzamelsite zien.

Behalve van de 67 inzenders vinden we hierop ook de namen van de allereerste redactieleden van Meander. Sommige redacteuren hadden toen nog niet eens internet, zodat ik schriftelijk en telefonisch contact met hen moest onderhouden. Het was een mooie tijd, maar gelukkig hoeft het nu niet meer zo.

Elk van de 67 inzenders had een eigen gedeelte op de website. Voor velen van hen maakte ik een aparte afbeelding. Zoals deze voor Hans Hamburger. Dat moet erg bewerkelijk zijn geweest.

Rob de Vos

Gedichten

Gedichten van Louis Esterhuizen, vertaald door Chris Coolsma


I. Uit: Sloper, Protea Boekhuis, Pretoria, 2007, ISBN 978-1-86919-186-3

Lament

geen oomblik is meer weerloos
as dié oomblik, soggens, wanneer jy
deur die eerste skrefie lig

na jou vrou kyk wat hier langs jou

in droomstreke dwaal waar jy
haar nooit kan volg nie-
nogtans, vir ’n wyle hou jy haar
vas, en dan: die opstaan,
die agterlaat

terwyl haar hand
afwesig om jou duim bly stulp, want

niks is meer blywend
as dié afskeid nie


Klaagzang

geen ogenblik is zo weerloos
als dat ene, ‘s ochtends, wanneer je
in het eerste streepje licht

naar je vrouw kijkt die hier naast je

in droomstreken dwaalt waar je
haar nooit kunt volgen –
maar toch, je houdt haar een tijdje
vast, en dan: het opstaan,
het achterlaten

terwijl haar hand
nog even afwezig om je duim stulpt, want

niets is zo blijvend
als dit afscheid

Lyfkaart

Jy ken die geure van haar lyf,
die reuk van perskes
onder borste. Die gewig daarvan

in jou hande. Jy ken die klam lower
van nat hare teen jou gesig.
So ook donkertyd se vreugdes
Wat sy oor jou lê.

En wanneer jy jou oë toemaak,
vind jy haar telkens weer
in al die voue terug: van agter die knie,

tot in die elmboog se waai;
van die voet se spoor, tot die kurwes
om oogbank en neus. Van wimper
tot sool ken jy immers

die geluide, die kreun van ‘n lyfkaart
wat behoue, dog bykans
verlore is.

Lijfkaart

Jij kent de geuren van haar lijf,
de reuk van perziken
onder borsten. Het gewicht daarvan

in je handen. Jij kent het klamme lover
van natte haren tegen je gezicht.
Zo ook de vreugden van de donkerte
die zij over je legt.

En wanneer je je ogen sluit,
vind je haar telkens weer
in al de vouwen terug: van achter de knie,

tot de knik van de elleboog;
van de holte van de voet, tot de kurven
rond oogkas en neus. Van wimper
tot zool ken jij immers

de geluiden, de kreun van een lijfkaart
die behouden, maar bijkans
verloren is.

II. Uit: die geduld van water, cyclus van 9 gedichten in ‘wat die water onthou’, ongepubliceerd, verschijnt in de nabije toekomst.

(3) skoling

om ’n akwarel te maak moet jy
water kan beheer, sê sy en plaas
’n spatsel groen presies

waar sy ’n boom vermoed –
ook mag jy nie huiwer nie, want
anders as met olie

laat waterverf jou nie toe
om te plooi of skik nie: jy moet
klaar wees vóór

die papier moeg word

en meteens sien jy
die druppeltjie bruin tussen
al die groen –

verbaas oor hoe vinnig
die papier dit alles
absorbeer

(3) scholing

om een aquarel te maken moet je
water kunnen beheersen, zegt ze en plaatst
een spetter groen precies

waar zij een boom vermoedt –
ook mag je niet beven of dralen, want
anders dan met olie

staat waterverf geen plooien
of schikken toe: je moet
klaar zijn voordat

het papier moe wordt

en meteen zie je
het druppeltje bruin tussen
al het groen –

verbaasd hoe snel
het papier dit alles
absorbeert

(4) oop en bloot

ywerig vertel sy jou van verberg
en vind as verftegniek: die gedeeltes
van ’n muur wat nie geteken

word nie, en skielik verskyn daar uit
al die ferm en verbeelde lyne
die suggestie van ’n huis: letterlik

oop en bloot, lag sy, maar
om die oog nie met detail gevange
te hou nie, word die oordaad

by die agtergrond
ingesmelt soos in ’n gedig

dit die geval is
met liefde en ook
die dood

(4) open en bloot

ijverig vertelt zij je van verbergen
en vinden als verftechniek: de gedeelten
van een muur die niet getekend

wordt, en schielijk verschijnt daar uit
al de ferme en verbeelde lijnen
de suggestie van een huis: letterlijk

open en bloot, lacht ze, maar
om het oog niet in details gevangen
te houden, wordt de overdaad

bij de achtergrond
ingesmolten zoals in een gedicht

het geval is met liefde en ook
met de dood

III. Uit: Amper elders, ’n Reisjoernaal, ongepubliceerd.
Praag, 28 maart- 2 april 2008

dodestad

1

diep onder die strate van praag
is daar nóg ’n stad: ’n doolhof van stegies
en geplaveide strate, gange en kamers
van verspoelde lewens

toe die vltava nog magtig was
en wild: stom, die ingekelderde stemme
wat klank verloor het, afgegee aan
die rommel en slik

toe hulle stilweg die nuwe stad
gebou het in barokstyl
bo-oor die verdronke stiltes
ondergronds –

intussen is die rivier opgedam,
met sewe brûe bekroon en vele aanslae
op die stad afgeweer,
intussen is begraafplase ver en wyd gevestig,
monumente gebou en weer
afgebreek, want hoe lank kan ’n grafsteen
staande bly

voor dit gewoon klip word
met inskripsies wat niemand
meer wil glo nie

dodenstad (1)

diep onder de straten van Praag
ligt nog een stad: een doolhof van steegjes
en geplaveide straten, gangen en kamers
van weggespoelde levens

toen de vltava nog machtig was
en wild: verstomd de ingekelderde stemmen
die hun klank verloren, afgegeven
aan rommel en slik

toen zij stilaan de nieuwe stad
bouwden in barokstijl
bovenop de verdronken stiltes
ondergronds –

intussen is de rivier ingedamd,
met zeven bruggen bekroond, en zijn vele
aanslagen op de stad afgeweerd,
intussen zijn heinde en ver begraafplaatsen gevestigd,
monumenten gebouwd en weer
afgebroken, want hoe lang kan een grafsteen
staande blijven

voor hij gewoon weer steen wordt
met inscripties die niemand
meer wil geloven

Eenmansteeg

Verlange is ’n eenmansteeg in die stad
se oudste deel met ’n robot weerskant
om die deurloop te reguleer.

En kyk jy terug deur die smal gang,
weet jy: vanoggend is die lug
poeierblou
bo Jonkershoek.

Dit is immers die aard van verlange.
Om só iets te weet. En dié wete
is ‘n straat

breed genoeg

vir die één voetganger
op ’n keer


Eenmanssteeg

Verlangen is een eenmanssteeg
in het oudste stadsdeel met een automaat
aan weerskanten om de doorloop te regelen.

En kijk je terug door de smalle gang,
dan weet je: de lucht is vanochtend
poeierblauw
boven Jonkershoek.

Het is immers de aard van verlangen
om zoiets te weten. En dát weten
is een straat

breed genoeg

voor één voetganger
per keer.

Amsterdam, 23-28 maart 2008

Sirkelgang

Party sê dié stad is die duimafdruk van God
wat konsentries ingegroef lê teen die stinkende Ij.
Ander reken weer dis eerder Dante se simbool

vir die hel wat jou deur etlike dwaalstrate heen
lei na waar die hoop kniediep in flou water staan.
Party sê dié stad is die duimafdruk van God

met ’n ingedykte vervlegting van waterkanale
wat kapsie maak teen die tyd se ontydige verloop.
Ander reken weer dis eerder Dante se sirkels

wat jou verlei om dieper in te dwaal na waar
aanwysing en verbod iets is wat nouliks bestaan.
Party sê dié stad is die duimafdruk van God

wat deurstraal is met lig en die elegansie
van verdraagsaamheid te midde van oude gang.
Ander reken weer dis eerder Dante se tekens

waarmee die mot ingereken word by die vlam –
’n heuningpot van selftevredenheid en eigenwaan
wanneer daar gesê word
dié stad is die duimafdruk van God, rygdrade

waarmee jy rigting vind
en verloor

Cirkelgang

Sommigen zeggen dat deze stad een duimafdruk van God is
concentrisch ingegroefd tegen het stinkende IJ.
Anderen vermoeden eerder het symbool van Dante

voor de hel die je door ettelijke dwaalstraten
leidt naar waar de hoop kniediep in brak water staat.
Sommigen zeggen dat deze stad een duimafdruk van God is

met z’n ingedijkte vlechtwerk van waterkanalen
die protesteren tegen het ontijdige verloop van de tijd.
Anderen vermoeden eerder de cirkels van Dante

die je verleiden om dieper te dwalen naar waar
gebod en verbod nauwelijks bestaan.
Sommigen zeggen dat deze stad de duimafdruk van God is

die doorstraald is van licht en de elegantie
van verdraagzaamheid waar alles bij het oude blijft.
Anderen vermoeden eerder tekens van Dante

waarmee de mot naar de vlam wordt geleid –
een honingpot van zelfgenoegzaamheid en eigenwaan
wanneer er gezegd wordt
dat deze stad de duimafdruk van God is, rijgdraden

waarmee je richting vindt
en verliest

Verantwoording van selectie en vertaling
In de vertaling van deze gedichten met hun vele lagen en intelligente verwijzingen is naar mijn mening het behoud van de zeggingskracht het belangrijkste. Deze dichter doet zorgvuldig onderzoek, zijn gedichten zijn vaak te vergelijken met een concentraat, waarin ideeën, beelden en betekenissen zijn teruggebracht tot de kern. ‘Gestroopte gedigte’ noemt hij ze zelf.
Daarnaast streefde ik naar behoud van klank en naar ritme dat zo soepel blijft als in het origineel. In het gebruik van hoofdletters en leestekens volg ik zo getrouw mogelijk het origineel.
In deze selectie heb ik gekozen voor recent werk. Daarbij mochten allereerst de liefdesgedichten en de gedichten waarin de muze een centrale rol speelt niet ontbreken. Daarnaast koos ik gedichten waarin het schrijfprocédé goed te herkennen is. Het moeilijkste daarbij was, dat de twee nieuwste (nog ongepubliceerde) bundels elk een sterke interne samenhang vertonen, in zekere zin als versromans gelezen kunnen worden. Uiteindelijk koos ik voor gedichten over Praag en Amsterdam, omdat die steden in mijn ogen tot het mooiste werk geïnspireerd hebben.