Recensie van Binnen mijn zinnen - Anneke Haasnoot

Geslaagde samenwerking

Anneke Haasnoot
Binnen mijn zinnen
Uitgever: De Witte Uitgeverij ,De Witte Uitgeverij
2011
ISBN 9789461070623
€ 10,00
80 blz.

De Witte Uitgeverij brengt onder de noemer ‘Verse voeten’ poëzie uit. Deze bijzondere uitgeverij werkt nauw samen met haar auteurs. Anneke Haasnoot publiceerde in deze reeks haar bundel Binnen mijn zinnen. Voor Haasnoot (Den Haag, 1953) is dichten ‘het afschilderen van het leven in al zijn facetten’, vermeldt het achterplat. Dat zegt op zich nog niet zoveel, maar bij lezing blijkt deze dichteres veel pijlen op haar boog te hebben. Ze kent de klassieken en behandelt een breed scala aan persoonlijke en minder persoonlijke onderwerpen. Vooral aan het begin van de bundel lijkt een aantal gedichten autobiografisch, maar dit kan bedrieglijk zijn. De dichteres kruipt regelmatig in de huid van anderen, zoals de schilderes Frida Kahlo, de dichteres Alice Nahon en Van Eedens romanpersonage Hedwig (uit Van de koele meren des doods).

In Vlaanderen bezocht en beschreef ze de legendarische beeldentuin Middelheim en de Westhoek met het dichtersparadijs Watou. Haar stijl is degelijk en krachtig. Zij beleeft en beschrijft de omgeving – inderdaad – in al haar facetten. Een voorbeeld:

Ierland 2001

De golven aan de kade van Lahinch
De Keltic Music Shop en tweed en woollen
‘s Nachts onder roze rozen wacht het woelen:
Post Office, supermarket, sheep- en minch

De smalle wegen worden niet verlicht
Waar Bed en Breakfastvilla’s kleurig wenken
The Burren doet je aan het leven denken
Ook kaal, rotsachtig, schots en scheef ontwricht

Hoewel, er groeien bloemen tussen ‘t grijs
En er is groen dat het versteende omgeeft
Zelfs zonneroos en venushaar gedijen

Tin whistle en viool geven veel prijs
Ierlands gezicht heeft groeven; is doorleefd
Je zou je in Yeats’ armen willen vlijen

Terwijl Kathleen een zakdoek voor je weeft
zoemen van R.I.P. de honingbijen

Haasnoot hanteert diverse vormen, soms vrij, vaker gebonden. Binnen mijn zinnen bevat een aantal sonnetten, en sonnetten ‘met toegift.’ Hier staan een of twee extra regels achter de klassieke veertien. Soms vraag ik me af of een toegift nodig was. Het gevaar bestaat dat zulke regels er een beetje bij blijven hangen. Maar wie weet had Haasnoot die extra verzen nodig om te kunnen verwoorden wat ze wilde. Onderstaand gedicht had wat mij betreft zonder gekund.

Als humus lokt

ik trek al krom, zo broos worden mijn nerven
De strohalm zal mij niet lang kunnen dragen
Ik hunker naar het zijn in aardse lagen
en velen zullen – weet ik – met mij sterven

Wat was de lente fris, de zomer drukkend
Velen van ons zijn daardoor vroeg bezweken
De wolken hielden zware donderpreken
Het loof, met twijg en al, van bomen rukkend

Zelfs na mijn dood ben ik voor ‘t oog een lust
De mensen zullen niet lang om mij treuren
Mijn dodenmasker geeft de mensen rust

Soms hitst de wind mij op, ‘t is uit met zweven
En hult de zon de grond in koperen kleuren
Dan wèrvel ik de dans van dood en leven

Maar hoe dan ook pas ik het doodskleed even
Door spinnen ijverig en getrouw geweven

Overigens vind ik dit een geslaagd gedicht. Haasnoot verplaatst zich met succes in het universele sterven van een plant. Zo valt er veel volwassen, rake poëzie te genieten in deze bundel. De samenwerking tussen uitgeverij en dichter heeft hier zeker vruchten afgeworpen.

***
Meander publiceerde eerder een drietal gedichten uit de bundel Binnen mijn zinnen.
In 2009 werd Anneke Haasnoot voor Meander door Elly Woltjes geïnterviewd in de rubriek Dichters: De muze als magneet.

Gedichten Anneke Haasnoot

door Anneke Haasnoot (1953)

GEDULD

Het kirt en ritselt voor de ruiten
De watersnip behoedt zijn nest
Een krokus doet te vroeg zijn best
Gaat zich daardoor spontaan te buiten

Het park wordt overmand door zagen
Ik steek een hand buiten mijn schaal
Vang premature lentetaal
Maar het is kort, het welbehagen

Verschrikt haal ik die hand weer binnen
Te angstig nog om uit te breken
Te kiezen uit de vele wegen

Trek ik mij terug binnen mijn zinnen
Die lange tijd slapende leken
Tot nog toe heeft het hart gezwegen

Maar ‘t stuwt naar het gehoorkanaal
Straks een gerijpt vervolgverhaal

Uit dit gedicht komt de titel van de bundel Binnen mijn Zinnen
In de bundel is het het laatste gedicht.

RAMSBECK

Zo liefelijk als het stadje was
Zo toegetakeld de poëet
Van wie niet een de naam nog weet
Van wie niet een de verzen las

Versvoeten vol versplinterd glas
Spoorden het dier aan dat hij reed
De schrijftaal die hij openreet
Vormde een incompleet karkas

Het vakwerk dat het stadje sierde
Kenmerkte hem nu niet bepaald
Tot hij een kleine kerk bezocht

Waarin een stilte open kierde
Die maakte dat een man, verdwaald,
Niet meer tegen zijn tranen vocht

Alles, door hem al aangehaald
Bleek in reliëf te zijn vertaald

ETTY (1941-1943)

Het zinnelijke in mijn geest en bloed
Wat houdt het van het stormen en het gaan
Liggen van wind onder een half-lach maan
Wat moppert het als het voor nieuwe moed
Urenlang achterin een rij moet staan
Wat houdt het van de opkomende vloed
Het zinnelijke in mijn geest en bloed
En van de eb daar dan weer achteraan
Het is een kostbaar en een kwetsbaar goed
Dat opveert bij de oogst van rijpend graan
‘t Bakken van lariekoek in vreugdetraan
Ziel zonder opperhuid, privé-Talmoed
Het zinnelijke in mijn geest en bloed

NB: Geinspireerd op de dagboeken van Etty van Hillesum

Gedichten

door Anneke Haasnoot (1953)

TABEH MARINIER

Soms draaide hij muziek
Walste met haar de kamer door
Fluitte met opzet hard en vals
De man die zich op schilderles
Afzijdig hield bij het pauzeren

Zij bracht de stille kunstenaar
Dan altijd koffie

Met verbazing zag ik
Hoe hij tijdens reünies
Kleurrijk en met open blik
Tapijten conversatie knoopte

Voor mij bleef hij gesloten boek
Batik om magerte, mijn vader

BRILLANT DE LUMIÈRE

Wat was dat toch met ons
Onze wegen kruisten elkaar geregeld

Mijn verlangen werd dan een beker
Die ik niet ledigen kon
Ik raakte verdwaald tussen Gethsémane
En Calvarie, wilde mijn geest in je handen
Bevelen, mij

Ik noemde mijn eerstgeboren zoon naar je
Hoewel je niet zijn vader was en al die tijd
Bleef het bevatten uit

Ik ging verder, jij ging verder, je bleef
Op de achtergrond aanwezig, van je zevende
Tot acht maal dat getal, tot ik je hoorde zingen

I love an angel instead

Toen wist ik het weer, hoe we hand in hand
De sprong in het diepe waagden, onze vleugels
Verloren, hoe ons volmondig ja uit ons geheugen
Werd gewist

GEBOORTE COLLEGE

Ook ik uit het donker
Krijsend op een buik van leem
Sappho, die de navelstreng doorknipt

Zo fel het licht, zo hevig de honger
Gaia’s borsten lekken inkt
Verkrampt wacht ik op ontspanning

Hoe angstaanjagend de ruimte
Hoe nieuw mijn longen vol lucht

En, hoe gaat het kind nu heten?
Socrates’ moeder meent het oprecht

Tuesdays with Morrie zegt vader Tijd

Kijk, zegt hij vertederd, ze heeft hem nu
Al op haar schouder, de kleine vogel met
Telkens zijn vraag wat als je nu zou sterven

MADE IN MIND

Met lichamen van Ming
En harten van China
Paarden we ons aan scherven
We probeerden elkaar en onszelf
Te lijmen
Er ontstond een vreemd mozaïek

Een rozig herderinnetje
Op een blauw VOC schip
Een Rus in Worcester
Een feniks op een bok
Napoleon tussen fuchsia’s
En een tafelbelvlinder
Op een ruiterklok

Aan een Hongaars asbakje kleefde
De trekharmonica van een hummeltje
Mohammedaans blauwe schilfers
Lagen tussen flinters kerstdorp

Slechts de set Leestijd Accessoires
Bleef in tact