Gedichten

gezonken dromen

je las ergens een strofe* 
over gezonken dromen,
kon er niet van slapen – de
gedachte van een droom,
zinkend in je eigen brein,
spookte door je hoofd

de hersenen bestaan
merendeels uit water –
wat zink en andere ionen, 
dit voor de expresssie en 
het bespelen van lading

de droom wordt geboren
uit het schuim van gestrande
gedachten die verzanden,
sedimenteren en verstenen 
tot een broze amyloïdose 

gezonken liggen alle dromen
te wachten als de wrakken
van gedachten van de nacht
op een neuronenbodem
waar het licht niet komen kan 

de hersenen bestaan niet;
zij zijn het speelterrein 
in een levensgrote droom 
van iets dat ons bedacht
en ons vurig deed geloven
dat dromen kunnen zinken 

* ‘gezonken dromen’ komt uit Anne Toulet’s ‘dansje met God’
in Meander aflevering 227 van  23 november 2003 

 

Les-Baux-de-Provence

Ik heb eens, lang geleden,

in een bast boven Les Baux,

jouw lange naam gekrast.

Bladerende jaren zijn lang vergleden;

zon en schaduw speelden met je,
zoiets als vingertoppen doen met snaren.

Bries betastte al je letters,

streelde, aaide, wreef ook

als het waaide, graaide naar je.

Hars heeft er gelopen; traag,

al gommend in mijn sporen.

Ben je weggeveegd vroeg ik me af

Dus, met wat weemoed naar weleer,
naar jou, mijn mooie van Provence,

ben ik laatst teruggekeerd,

zoekend naar een kuiltje,

beide: handend, tastend 
naar
mijn brandend brailleschrift.

De kerven, die ik zotte krabbels noemde, 
bestonden niet.
Wel de plataan
die jou had opgenomen.

Ik dacht aan barmhartigheid.

de cirkelkwadratuur