Gedichten

Koos Hagen was docent Frans in Amsterdam, schrijft verhalen en vooral gedichten, was stadsdichter van Amstelveen (2010-2013) en werkt graag samen met muzikanten en andere dichters. De bron van zijn werk is gelegen in onophoudelijke verbazing over het minuscule, het grootse en het oneindig gevarieerde menselijk gedrag. Hij is niet vies van engagement, wel van cynisme.
 
Dode zielen

Hooggeleerde bracht het nieuws
dat via voorpagina’s en weekendbijlagen
ten slotte belandde in talkshows
geen houden aan binnen drie maanden
had op gezag van de wetenschap
de randstadelite de ziel afgeschaft

ik wist niet wat mij te doen stond
waar kon ik de mijne verbergen
ik zou ermee voor gek lopen
bij een officiële gelegenheid
binnenkort ook onder vrienden
waar kon ik me dan nog vertonen

gelach in de tuin bij de barbecue
geen vuiltje aan de lucht tot buurman
begint over de almacht van het brein
hilariteit ontstaat om simpele geesten
valse sentimenten voorbije tijden

lang nadat iedereen is weggegaan
vind ik bij smeulend vuur mijzelf terug
en zie omhoog hoe zwijgend en meedogenloos
de sterren aan de hemel staan

Poëtica

Mijn lief is een vormvast gedicht
maar hoogst divers, met groot gemak
slijpt zij een puntdicht, danst zij een ballade
of hijst zich in een strak sonnet

ooit neigde zij naar het rondeel
maar nu mijdt zij herhaling en refrein
en het gehobbel van enjambementen
dan liever een bijtend kwatrijn   

haar tekst is op de man af, nooit
bezondigt zij zich aan quasi filosofietjes
of beeldtaal die leegte verhult

geen zouteloze woordenbrij, trefzeker
richten haar klanken, vorm en ritme zich
op eindrijm dat mijn liefste wens vervult

Lounge

Een golf vals blond valt binnen
wankelt op iets te hoge hakken
naar de bar om droge witte wijn
klikklak

Strakke pakjes dikke lippen
met een iets te schelle stem
commentaar op haar of hem
hakketak

Wat zie jij er fan tas tisch uit
vandaag, vertel hoe doe je dat
weet je dan niet mijn nieuwe liefde
drie maanden al en zo bijzonder

Ze lachen, strelen, stoten aan
met blossen op de wangen
spelen zij nog even vroeger
meisjes van zestig

Recensie van Tijdelijk geen bereik - Koos Hagen

De onherstelbaar verbeterde wereld van een utopist

Koos Hagen
Tijdelijk geen bereik
Uitgever: Venstra Uitgevers ,Venstra Uitgevers
2012
ISBN 9789461934048
€ 13,95
68 blz.

De twintigste eeuw was de eeuw van Utopia. De eeuw van de wereldverbeteraars, van talloze ‘ismen’: socialisme, anarchisme, kubisme, fascisme, futurisme, enz. En van de ontluisteringen. Talloze ideologieën die eind negentiende eeuw gegrond waren, kwamen tot ontplooiing en vonden hun einde, zonder helemaal te verdwijnen. In een aantal gevallen: gelukkig maar. Echter, waar zouden we zijn zonder het idealisme van in elk geval enkele gedrevenen die nog steeds geloven in een betere wereld? In de poëzie kom je ze niet zo vaak meer tegen. Geen nieuwe Henriëtte Roland Holst, geen nieuwe Gorter. Over het latere werk van de laatste wordt wel beweerd dat het geen poëzie meer is, zo bedolven als zij werd onder de boodschap die Gorter wilde overbrengen.

Ik moest hieraan denken tijdens het lezen van de bundel Tijdelijk geen bereik van Koos Hagen. Hij is zo’n utopist die het niet kan laten om de mensen te herinneren aan de ellende die geweld met zich meebrengt, of aan een betere, meer harmonische manier van samenleven. Je zou hem met een besmette term ‘politiek correct’ kunnen noemen. Of hem het etiket ‘ethisch dichter’ kunnen opplakken.
Hij kan het in ieder geval niet laten ons met de neus op de aard van de werkelijkheid te duwen:

Een schreeuw

De oerknal begroef met een doodklap de stilte
of god sprak, er vielen woorden
er was licht, de aarde kwam schokkend
klaar, alles kroop rond, stond gulzig op
het grote moorden kon beginnen.
(…)

De hevigheid waarmee hij de zaken poneert, doet mij aan de expressionisten denken ten tijde van Paul van Ostaijen, die zichzelf ook een expressionist noemde. En ik moest, waarschijnlijk door de eerste regel van de volgende strofe, aan Belgische toestanden denken, het kolerieke van het Vlaams nationalisme:

(…)
Daartegenover vaandeldragers
heilige baarden, raszuivere schedels
gedreven naar geregisseerde pleinen
goed kunnende marcheren
op slag van morgenrood-heldendood
geloof-gelijk-geweld. Leve Neocratie!

Wees sterk, slijp de messen, genees
stad en dorp in een storm van vuur
verzeng alle straten in een gericht
van gestapelde boeken. Geef je bloed!
Operatie beschaving!

Laat doden bij duizenden vallen
maar noem het bevrijding
predik de vrede.

(uit: ‘Voor de leider’)

De bedoeling zal duidelijk zijn. Iedereen die de geschiedenis een beetje kent, begrijpt waar hij het over heeft. Nu denk ik dat ‘herinneren aan’ een functie is van kunst. ‘Oproepen’ is een andere. Dat laatste mis ik. Het is veel en heftige emotie, maar het werkt niet. Ik voel zijn intentie, in de zin van bedoeling, maar kon niets invoelen. Hij doet verslag van het leven, maar brengt het niet dichterbij dan het journaal dat ons dagelijks met narigheid volstouwt:

Alabama blues

Op een dag toen een jochie van zeven
het geladen geweer van de kast nam
naar het plein met het dorpsschooltje liep
en schoot op een meisje van zes

op de dag toen de vader zich meldde
als lid van de Rifle Association
een geweer met patronen kocht
het laadde en schietklaar neerlegde

op de dag toen zijn vrouw hem vroeg
iets te doen tegen alle geweld
want gisteren want vlakbij
je hoort niet anders op straat

op een dag werd uit moedertje angst
en vadertje haat geboren
het kind van de rekening

Van het probleem om zo van de poëzie af te dwalen, lijkt Koos Hagen zich goed bewust, gezien de manier waarop hij dat soms probeert op te vangen:

(…)
In de stad zijn de tuinen verdwenen
met liederlijk rondkruipend onkruid
planten woekerend buiten de paden
bloemen die lekten van geilheid

(uit: ‘Bodemloos’)

Voor hen die niet zo vertrouwd zijn met de natuur: de bloem is het geslachtsorgaan van de plant; en ja: er zijn sommige bloemen die druipen.
Dat hij als dichter meer en beter kan, blijkt als hij nog dichter bij huis blijft en ophoudt de goed bedoelende buitenstaander te zijn:

Intensive care

De engel van de zachte dood staat bij
en houdt heet beeldscherm in de gaten
jij en ik ernaast, geen tijd meer om te praten
de laatste adem blaast zich uit
maakt haar lichaam zwaar, laat leven
gaan voor eeuwigheid

nog geen uur later in de lift
zij verkleed als zomermeisje
bijt in een ronde, rode vrucht
of wij soms ook
de engel lacht

wij zakken in het gat omlaag
de nacht ligt achter ons
het is alweer vandaag

Het is niet alleen een wisselvallige bundel, maar ook een afwisselende. Er zijn twee gedichten bij kunstwerken die daarnaast zijn afgebeeld, een aantal gedichten die hij als stadsdichter heeft geschreven, jeugdherinneringen, en onder de titel: ‘Het ouwe lijk’ een gedicht geïnspireerd door ‘Het huwelijk’ van Willem Elsschot. Tijdelijk geen bereik is de bundel van een onverbeterlijke mens- en wereldverbeteraar. Met een goede luim.

*****
Koos Hagen (Zwijndrecht,1939) volgde het gymnasium te Leeuwarden, studeerde in Amsterdam en Montpellier en haalde zijn doctoraal Frans. Hij publiceerde eerder de bundel Glasscherven, rood (De Beuk 2005) en de novelle Het bed van Balzac (Gopher 2005). Begin 2010 werd hij de eerste stadsdichter van Amstelveen.