Recensie van Zuurstofconfetti - Elma van Haren

Genieten van het heden

Elma van Haren
Zuurstofconfetti
Uitgever: De Harmonie
2018
ISBN 9789463360098
€ 17,90
94 blz.

Eindelijk na bijna tien jaar weer een bundel van Elma van Haren. Voor de liefhebbers van haar werk goed nieuws. Al heeft de schrijfster niet stilgezeten, want een prozadebuut en een eerste roman zijn verschenen. De lezers van Van Haren zijn het gewend: ze maakt het de lezers niet gemakkelijk met haar sterk associatieve poëzie. De bundel Zuurstofconfetti bevat vrij lange gedichten, de meeste zijn langer dan een bladzijde, vaak drie bladzijden. Het werk valt uiteen in drie afdelingen: ‘Bloemistengrond’, ‘Hoefschrapend hart’ en ‘Zuurstofconfetti’. De afdelingen worden voorafgegaan door het volgende gedicht:

Nu

Het heden is een mispelachtig soort,
        grensgeval tussen fruit en groente.
Iets met een grote pit erin,
wat flauws en vlezigs, dat om zout
en peper vraagt, een beetje mayonaise.
Het lispelt overspeligheid en beter
        daar confituur van maken
        dan vers te consumeren,
want het vult de mond vervolgens
        met zijn zilte vergankelijkheid.
Het heden dat geslepen
een voortdurend
zachtblauw gebutste
        afdruk van het zelf gebiedt,
               zodat je vanzelf gaat staan wuiven
               met de felgekleurde wimpel
                                       van het ‘ik’.

Dit gedicht geeft een mooi beeld van wat komen gaat. Typografische eigenaardigheden komen in de hele bundel voor. Woorden worden op een eigenaardige manier met elkaar in verband gebracht. Het heden, een tijdsaanduiding, wordt vergeleken met overrijp fruit of groente. Dat is wel een mooi beeld, want het heden is voorbij voor je er erg in hebt, zoals fruit het ene moment rijp is en het volgende niet meer te eten is. Ze zet dat beeld voort en zegt dat je zelf iets moet maken van het heden, zoals je eten klaarmaakt en het dan opeet. Genieten van het heden en van tevoren weten dat het afscheid nadert, omdat het van voorbijgaande aard is. Leven in het moment en zelf iets van het leven maken.

De titel Zuurstofconfetti komt een keer in de bundel voor en gek genoeg niet in de afdeling ‘Zuurstofconfetti’, maar in ‘Hoefschrapend hart’. Eigenlijk wel grappig, want de woorden hoefschrapend hart kom ik nergens meer tegen al zou je verwachten …., maar niet dus. Zuurstofconfetti heb ik nog even opgezocht in Van Dale, maar zoals ik al vermoedde: het staat er niet in. Dat geldt voor veel woorden. Van Haren heeft een voorkeur voor neologismen, wat ik wel prettig vind. Je zou de taak van een dichter kunnen opvatten als het tot leven wekken van taal en nieuwe woorden maken daar deel van uit. Een paar voorbeelden: eierkoekgeel, kentekenplaatkleur, (soms) merelt (het daarboven), pijpenstelenstrelende (regen), wegbollende (armada), spektakelbrakende (wereld). Sommige woorden heeft ze duidelijk gekozen omdat ze goed klinken.

Het moet natuurlijk begrijpelijk blijven, al mag een lezer best uitgedaagd worden, maar daar zorgt de dichter wel voor:

Heet is het. Heet en stil.
De ventilator zwiept lucht rond,
zuurstofconfetti. De voorwerpen
                        verroeren zich niet
koel als ze zijn,
                        grillig gevormd of glad als marmer
                        elk ding onaangedaan steen,
geglazuurd ketsen ze glans
                        op je beschaduwde wangen.

Dit is de eerste strofe van het gedicht ‘Schrikwekkend wezen’ en je voelt hoe koele luchtdeeltjes als confetti op je neerkomen, terwijl de omgeving roerloos is. Op deze manier roept ze beelden op en ze gaat er al associërend mee aan de gang. Dat heeft ook wel een gevaar in zich, want als lezer moet je het wel kunnen volgen. Je moet mee kunnen in de stroom associaties. Lukt dat niet dan wordt het orakeltaal en kun je hooguit genieten van het muzikale aspect van het taalbouwsel. Iets dergelijks geldt ook voor de parodie die alleen leuk is als je weet wat er geparodieerd wordt. Als je het niet weet, kan het interessant zijn, maar je mist toch een dimensie. Van Haren weet het wel begrijpelijk te houden al blijft er nog veel te raden over zoals in de eerste strofe van ‘Koude kleren’

De nieuwe wereld is verschenen aan de rafelranden van de oude.
We herkennen flarden van een toekomst.

Het eerste zorgwekkende: doeltreffendheidstekort.
Zwarte gaten tussen handel en wandel.
Orde is een vereiste. ‘Excell’ het prototype van lineair denken.
Alle problemen komen genadeloos bloot aan het licht.
        Neem bijvoorbeeld de panda!
        Te lui om te jagen > van omnivoor bamboe-eter geworden.
        Ligt lollig takken te knabbelen en weigert de weg terug.
        Daar is geen ruimte meer voor heden ten dage.
        Geen bamboe geen panda.
                                            Zo is het nu eenmaal.

Ik vermoed dat Excel bedoeld wordt, maar dat schrijf je met één l, dat programma is lineair van opzet en zorgt voor een prachtige orde. Waarom ze het met twee l’s neerzet, is me een raadsel. Of neemt ze ons in de maling?

Ook humor ontbreekt niet:

Zorgeloos zeilt een stoet hybriden voorbij.
        Lijgers en teeuwen,
        hazellen en gerten,
dzo’s en zezels.
Zelfs een savannah in levenden lijve

Zuurstofconfetti is geen bundel voor luie lezers. Als je wilt begrijpen wat de dichter bedoelt, dan betekent het soms dat je flink moet werken, vaak moet herlezen en soms dring je dan nog niet tot de betekenis door. Daarbij komt dat het over het algemeen nogal lange gedichten zijn, wat ook complicerend werkt. Ik denk wel dat een avontuurlijke lezer de uitdaging kan oppakken en al het moois zal weten te ontdekken.

***
Elma van Haren (1954) is naast dichter beeldend kunstenaar. In 2017 verscheen haar prozadebuut Mevrouw OVO. Verder publiceerde ze o.a.: De reis naar het welkom geheten (1988), De wankel (1989), Het schuinvallend oog (1991), Al in het koren verloren (toneel, 1995), Grondstewardess (1996), De wiedeweerga (poëzie voor kinderen, 1998), Eskimoteren (2000), Verten van papier (2000), Het Krakkemik (poëzie voor kinderen, 2003), Zacht gat in broekzak (2006) en Flitsleemte (2009).

Recensie van Likmevestje - Elma van Haren

Alleen voor jeugdige lezers

Elma van Haren
Likmevestje
Uitgever: De Harmonie ,De Harmonie ,De Harmonie
2011
ISBN 9789061699682
€ 16,50
60 blz.

Elma van Haren (1954) publiceert sinds 1988 poëzie. Heel productief is ze niet, maar al haar bundels hebben veel lof toegezwaaid gekregen. Incluis prijzen. Ook verschenen er twee bundels voor kinderen: De Wiedeweerga (1998) en Het Krakkemik (2003). Het in mei verschenen Likmevestje is de derde.

Ofschoon de uitgever op het achterplat meldt dat deze bundel ‘bij uitstek geschikt is voor lezers van alle leeftijden’, is het klip en klaar dat deze versjes (zoals Van Haren ze zelf met regelmaat noemt) voor jeugdige lezers bestemd zijn. De titel lijkt daar al op te duiden.
De verwachting dat we veel recalcitrante, en misschien wel punky teksten kunnen verwachten, wordt niet ingelost. De inhoud en het woordgebruik zijn tamelijk braaf. De term ‘likmevestje’ klinkt al zo belegen. Zoiets als ‘lik me reet’ zou moderner en brutaler bekken. Hoe braaf is braaf?
 

            Mijn nieuwe buurjongen is echt een stuk
            met half lang haar en hemelsblauwe ogen.
            Mijn hart hinkt stapt springt
            Over de heg naar hem toe.

 
Dit lijkt me niet alleen braaf, maar ‘hemelsblauw ogen’, dat kan werkelijk niet meer. De taal maakt hier sowieso geen vreemde bewegingen. Niet syntactisch en evenmin op woordniveau.

Elma van Haren maakt veel gebruik van rijm. Echter, verrassende rijmvondsten heb ik niet gevonden. Kortom, veel waarvan je hoopt het in gedichten te vinden, tref je in deze bundel niet aan.
 
Dan toch is er magie. Naast dichter is Elma van Haren ook beeldend kunstenaar. Wie dit niet wist,  zou het kunnen raden. Exemplarisch voor haar werk, poëzie en schilderijen, is dat het beeldend is: ‘… omdat ik eerder spreekbeeld dan aan beeldspraak doe’, zegt ze in de bundel Grondstewardess.

De beelden die ze oproept zijn gekneed uit de platte werkelijkheid, gemengd met de verbazing daarover van de dichter. En dat is de magie: na lezing van een gedicht blijft de lezer achter met een beeld. Dat is knap. Hoe ze dat flikt? Geen idee. Magie! Lees maar:
 

             Aan zee zitten zonder zon
             is een zeurdag zielig zuchten.
             Zelfs regen zeikt tegen de ruiten,
             zodat we alleen kunnen fietsen buiten
             in een jack met capuchon,
             maar daar hebben we geen zin in.

 

Gedichten

Tien tips voor seks

1. Wordt u wakker en hebt u zin in seks
kijk dan om u heen of ze in de buurt is.
Als niet, dan houdt het hier op en kunt u het
later op de dag nog eens proberen.
Zo ja, vraag of ze naast u komt liggen
en pak haar dan voorzichtig vast.
Vraagt ze naar uw bedoelingen, dan zegt u:
‘ik heb zin in u, seks!’
Haar antwoord is niet te voospellen,
maar nee heeft u en ja kunt u krijgen.

2. Mist u seks?
Zoek dan uit waar ze zich bevindt.
Begeef u naar de plek van haar verblijf.
Treed haar open en vertrouwelijk tegemoet
en vertel in duidelijke bewoordingen, dat u ze mist.
Als zij dan zegt,
‘maar ik ben hier! Dat ziet u toch!’
dan kunt u dit als dé gelegenheid beschouwen
om een hand op haar knie te leggen.
Seks is gevoelig voor missen, daarom zal ze proberen
om het missen samen met u op te heffen.

3. Verlangt u naar seks?
Dan is het niet meer dan fair, dat zij dat te weten komt.
Dit is de gelegenheid haar met romantische attenties te overladen.
Spaar moeite noch kosten en maak een afspraak voor
het volgend weekend. Huur een buitenhuis met kaarsen en
haal haar aan het station af met koets en paarden.
‘Ik heb zo naar u verlangd’, zegt u, terwijl u haar
verwaaide haar uit het gezicht strijkt. Zij stuurt u
een peilloze blik vanuit de diepte van haar ogen.
Het versmelten zal alle verlangen stillen.
Weet daarom wat u doet!

4. Biedt u seks aan?
Wees dan zeer op uw hoede voor oplichters en lieden
die kwaad in de zin hebben.
In feite is dit een heel kwetsbare positie.
Voor u het weet,
heeft seks de rollen omgedraaid en zijn het
uw zakken die gerold worden.

5. Is seks afwezig in uw gevoelsleven?
Ja, dan is het zaak haar te zoeken.
Ze kan overal gevonden worden eigenlijk.
Dat maakt het net zo lastig. Hoe weet u nu,
als u seks vindt, dat dit uw seks is!
U zou het, om te beginnen, gewoon kunnen vragen.
Waarom moeilijk doen? Het is altijd beter
er recht vooruit te komen, dan achter seks’ rug
omtrekkende bewegingen te maken.

6. Kunt u niet van seks afkomen?
Weet dan, dat vriendelijk verzoeken niet helpt.
Seks kan hardnekkig aanwezig blijven en steeds
haar kop op blijven steken, juist daar,
waar u er het minste zin in heeft.
Blaft u haar af, dan is zij in staat u te compromitteren,
net als u in gezelschap van vrienden het glas heft.
De beste tactiek is haar negeren.
Met een beetje geluk richt haar gekwetste ego zich
op de in uw buurt drinkende vriend.

7. Trekt u seks aan?
Pas dan op niet uw identiteit te verliezen.
Zij kan erg dominant overkomen en u kunt zich
vergissen in de kracht van uw vermomming.
Trekt seks u aan, dan is het helemaal
oppassen geblazen, want zij kleedt u uit
waar u bij staat.

8. Houdt u van seks?
Dan is het zaak te zorgen dat zij van u houdt.
Zo zult u altijd samen kunnen robbedoezen.
Niet te ver van elkaar wonen echter,
of er een te lange tijd tussen laten zitten.
Elkaar een tijd niet zien werkt heel stimulerend op seks,
maar te gek moet het niet worden.
Te ver is slecht voor houden van seks,
te lang zonder dodelijk.

9. Gaat u zich te buiten aan seks?
Zorg dan voor de juiste afstand.
Blijf een paar dagen binnen met de deur op slot.
Neem vooral de telefoon niet op.
De stem van buitenseks kan ook opdringerig zijn
binnenshuis en u heel geraffineerd
weer uit uw schulp lokken.

10. Is seks u te moede?
Ga dan gewoon rustig slapen zonder haar
en kijk of het morgen beter zal gaan.


Tussen water en vuur

Ik ben geboren in een ronde watertoren
en mijn moeder werkte bij Jamin.
Zij kon mijn vader zeer bekoren
met zo’n roze schortje voor.
Daar zaten roze spikkeltjes in.
Waarin? …In haar zoete roze jujube

Mijn vader was een kapitein.
Mijn moeder heette Marjolein.
Zij was charmant, van hand heel fijn.
Haar haar, een blonde suikerspin.
Daar zaten gouden schittertjes in.
Waarin? … In haar glinsterende dure jujube

Van over de wijde verre zee,
nam mijn vader een zwart broertje mee.
Mijn moeder ontbond haar roze schort
en zei het koel en zei het kort,
ik neem mijn eigen kind wel mee
en verder, stik er maar in!
Waarin? … In die donkere verre jujube

We gingen naar de overkant
en betrokken een vuurglorende toren,
die diende als baken voor schepen op zee.
Daar deed mijn moeder steeds trucjes mee
en de schippers die trapten daarin!
Waarin? … In die woeste hardvochtige jujube

Ah, hoor de schepen kraken,
de matrozen kreten slaken.
’s Ochtends was het schatten rapen
en al de zeemannen op apegapen.

Als er een nog ademde, pakten we hem mee
naar binnen voor een potje vrouwbeminnen.
Huppekee! Hij had best wel zin.
Waarin? …. In een vrolijk swingende jujube of twee

(beide gedichten ongepubliceerd)