Gedichten

Evenwicht

Achterwaarts hinkelt ze door straten in één richting,
zo is ze haar lot te slim af. Op kruispunten verdwijnt
ze even, is ze haar ziel, maar niet haar lijf. Dan
krimpt de wereld, en lacht ze vol mededogen

voor wie haar al die jaren slaat, arme arme
bange man, ook als de wereld een punt is kun je
staan en wieken met je armen als een molen, kijk
zo doe je dat.

Plooi de tijd op lijnen

Plooi de tijd op lijnen, knip nu door, verf blauw.
Word even onherroepelijk, wandel daarna door tot
aan het hek. Ga rechts waar ik je ontmoette.
Voel je als herboren. Als het klopt.

Ga zitten in het gras, zonder kleren aan, in een
cirkel van scherven. Poog. Verkeer
in hoge sferen, denk aan mij. Nee, niet zo lang.

Houd die wolk in de gaten, verstil hem tot
je ogen tranen. Roep de naam uit van je
eerste hond. Blaf zoals hij dat deed naar
wie bloemen bij zich draagt.

Plooi de tijd op lijnen. Knip nu door.
Vergeet niet, ga nu huiswaarts. Laat me,
ga naar wie je huist en denk

Derde brief aan M

M :

Je aaide bruine beren toen je niet meer was dan een
kleuter die kon tellen tot je zomerknieën, altijd
gehavend, zoals je leven daarna, beter
was je een boot geweest. Of een vis.

Wie toen, al was het langs honderden hoofden,
schouders, armen heen, je blik vasthield, speelde
met zijn/haar geluk.

Maar mij ontbreekt het niet langer meer
aan jou, je bent net genoeg. Maar ook zoveel
meer. Je blonde
hart is. Redding en troost.

De laatste dans

Weet je nog die laatste dans vraagt ze?
Welke dans, die tegen wil en dank?
Neen, niet die dans

Die rond middernacht? De Zieke Ritmeloze?
Noch die, gewoon de laatste

De Roekeloze Gladde? De Verlegen Hoekige?
De Dronken Hangende? De Intens Slepende?

Of de Vergeten Laatste?

Ja die. De vergeten laatste, weet je nog
hoe gelukkig je toen was?

De keuze van Frouke Arns

Peter Helsen

Alleen gras 

Hij wist niet waar hij begon. In zijn hand hield hij onveranderlijk 
een landkaart waarvan de blauwe lijnen hem verwarden.  De avond
viel vroeg, de dagen werden zieke hompen koude tijd.  Hij nam 
haar naar een film over verre vrouwen en hoe ze overleefden.

Geen grenzen, ook niet aan de randen;   hij vergat haar te
herkennen toen het afscheid kwam.   Een vluchtige knik 
en het begin van een levenslang gemis.  Wat daarna kwam 

is droevig en staat reeds in de boeken. In de tuin is er alleen
gras. Binnen vorsen mensen het verval en vermaken zich met 
scherven. Toch nog kinderstemmen.  De kat bleef, 
de rust van nu diep in haar pels verzonken.