Gedichten Amber Herber

Laura Ashley Jurkje

 
Voor mam
 
Ik ben geboren in een Laura Ashley jurkje.
Ik heb gegeten, gedronken, gezopen tot ik
niet meer lopen kon.
 
Trok de stoute dichtersschoenen aan toen
ik acht was en vroeg me af of een draak echt
vuur spuwde of confetti.
 
Reed paard en stommelde al radslagend 
door karatezalen. Spinning als masochistische 
neiging die ik niet onderdrukken kon.
 
Men zag mij acteren, of toch niet. Tienen
halen in Latijn, vallend en opstaand. Ronddansend
in de salsa zonder zorgen. De danszaal als mijn
eigen caleidoscoop.
 
Moeder, wat zie ik nu. De jeugd is wazig als
kijken door tien glazen whisky. Maar ik zie je
dansen; ik zie je op een paard zitten, zoals ik
zat, radslagend, roodgespannen spinninglessen.
 
Ik zie reisverhalen onder jouw naam, gedichten
langer dan mijn muren, van toneel opgetrokken.
 
Ik zie je staan in dat Laura Ashley jurkje.
 

 

Een weg in sangria, een handleiding
 
Voor wie denkt dat merengue een mengeling is
van fruit dat men van iemands naakte lichaam kan proeven.
 
Sangria is als feilloos dansen, 
salsa 18+, een manier van sensueel genot 
dat iedereen ziet. 
 
Stukken zacht smeulend fruit, 
rond sidderend in een koele, 
alcoholische atmosfeer. 
Elkaar aanrakend en juist niet.
 
Een schaduwspel in samba, 
een continu ritme
op de bal van de voet. Zachtjes balancerend 
in zwaartekracht voelt ieder lichaam
als fruit in sangria ondergedompeld.
 
Paella mag er zijn en 
men mag deze aan elkaar voeren, 
mits men geniet van alles in degelijke maten.
 
Eenieder mag zich ontkleden, 
bloot aankleden, 
de laatste resten van de schil achterlaten aan wal. 
 
Uit het schuim van zee zullen we herboren worden. 
Natuurlijk mag je het fruit van mijn huid eten, 
mits de sangria vanavond opgaat.
 
 

Handleiding voor het worden van een landschap

 
De jazz glijdt weg in de gele, lome straten van Chicago
en tijd is niet langer tijd, maar water. Als watervallen
vallen mijn herinneringen in de zee. Regenboogforellen 
springen naar mijn hoofd en inktvissen spuiten mijn herinneringen
zwart. Mijn graf in een diepblauwe oceaan.
 
Zachte pompoen groeit in groen en later in oranje,
lavendel groeit mijn voeten in. Tot mijn lippen 
paars zijn en de haartjes op mijn arm madeliefjes.
Op mijn arm rust een roodborstje en de hoed op 
mijn hoofd staat scheef. Mijn voeten onder water.
 
Zon brandt gaten in de grond en mijn stro is droog.
Ik voel me als Durango dust, kleurloos alsof het Caraïbisch blauw
uit mijn ziel verdreven is en vervangen door kaki-groen. Alsof
ik overleven moet als behang op de rotsen. Mijn koraal is van stro
en mijn water van verf.