Recensie van Hoe ver is veilig hiervandaan? - Laurens Hoevenaren

Leest lekker weg

Laurens Hoevenaren
Hoe ver is veilig hiervandaan?
Uitgever: uitg. de Scriptomanen vzw
2015
ISBN 9789462661080
€ 17,50
68 blz.

Soms lees je als recensent verbazingwekkende dingen:

SOLDAATJE SPELEN
 
we gingen kruisen tellen
op het allereerste veld
maar wisten niet
wat er na honderd kwam
dus deden we: wie vindt de jongste
je had er wel van zeventien
 
en daarna: wie heet er net als jij
dezelfde voornaam gaf vijf punten
een achternaam wel tien
 
ooit vond ik er
mijn voor- en achternaam
in marmeren zonlicht staan
toen ben ik stil
en zonder punten
heel stil gegaan

Nee, niet dit gedicht, maar de beoordeling ervan bij een Belgische wedstrijd:  
De jury was het unaniem eens dat de gedichten kwalitatief hoogstaand zijn: er is nagedacht over de vorm, de inhoud, het ritme én het onderwerp. Dat Soldaatje spelen als winnend gedicht werd gekozen, ligt enkel en alleen aan het verschil in smaak van de juryleden onderling. Beide gedichten zijn literaire pareltjes.’  

Het spijt me de (ongetwijfeld bestaande) liefhebbers van deze poëzie te moeten teleurstellen, maar dit is géén literair pareltje. Al bedient de jury zich van fraaie termen die de suggestie wekken dat een objectief oordeel wordt uitgesproken (om elke tegenspraak bij voorbaat al de kop in te drukken). Alleen de uiteindelijke keuze – vertellen ze erbij – is subjectief. Gewoon een gevolg van een verschil in smaak van de juryleden onderling (nou ja, hebben ze na alle objectieve afwegingen toch nog kans gezien om zelf iets in te brengen!). En natuurlijk is tijdens het schrijven van dit gedicht over alles nagedacht. Wat zegt u? Toevalstreffer? Nooit van gehoord! Nee, alleen behoedzaam en bedachtzaam werkend komt men tot een acceptabel resultaat.  
Godsamme! (Alweer) een toelichting die meer vertelt over de jury dan over het winnende gedicht. 

Waarom vind ik dit gedicht niet zo’n succesnummer? Men zou toch kunnen zeggen dat het een interessante gedachte bevat: het idee dat leven en spelen samenhangen. Spelen, dat tenslotte ook te maken heeft met speling. In dit geval: tussen ons en onze dood. Zodra het ernstig wordt (en de speling verdwijnt) is het spel over, vertelt het gedicht ons. Mooi. Leuke inhoud. Maar – zeggen we met Nijhoff – dat is tot daaraantoe. Het feit dat het gedicht zich zo gemakkelijk laat duiden (en dus ook laat parafraseren) toont de zwakke kant ervan. Het is op ‘allereerste veld’ en ‘marmeren zonlicht’ na te prozaïsch. En al weet ook ik niet wat er na honderd komt – want wie wordt er zo oud? – er staat in deze regels gewoon teveel wat er staat (en in de rommelige laatste drie nog lelijk ook). Doodzonde als het om poëzie gaat.  

Het gedicht maakt deel uit van de bundel Hoe ver is veilig hier vandaan, van Laurens Hoevenaren, één van de twee winnaars van de Turing Gedichtenwedstrijd 2014. Het is (gelukkig) niet het winnende gedicht van de Turing Gedichtenwedstrijd. Dat is het gedicht De zotte Charlotte, dat natuurlijk ook in deze bundel is opgenomen. En hoewel dit laatste gedicht inderdaad beter is dan Soldaatje spelen, vind ik ook het oordeel van de jury van de Turingprijs wel erg summier en gedeeltelijk niet ter zake doende. Toelichtend schrijven ze: ‘Een messcherp beeld van een historisch drama. De poëticale merites van dit gedicht zijn treffend: het leest lekker weg en heeft een rijke klankkleur.’ 

Het leest lekker weg! Juist. Ik vraag me af hoe de gedichten van Tonnus Oosterhoff en Nachoem M. Wijnberg door deze jury beoordeeld zouden worden. En hoe is dit te rijmen met Ilja Leonard Pfeijffer, die beweerde dat ‘hoe moeilijker poëzie is, hoe beter’? 
Toegegeven: lekker weglezen is een kwaliteit (ik heb dat zelf beweerd in een eerdere recensie, dus ik ga dat hier niet tegenspreken). Maar het is een weinig onderscheidende kwaliteit. Juryleden houden zich blijkbaar graag op de vlakte.
Is het alleen aan de jury te wijten dat ze op een zo nietszeggende manier hun oordeel onderbouwen? Het probleem kan ook zitten in deze poëzie, die wat zoet overkomt en geteisterd door een hoog candlelight gehalte moeite heeft om persoonlijkheid uit te stralen. Als er sprake is van een niet erg karakteristieke schrijfstijl wordt het lastig voor een jury om er iets origineels over te zeggen! Rest natuurlijk wel de vraag waarom enkele gedichten uit deze bundel überhaupt zo hoog scoren. 
Misschien omdat er toch wel iets aantrekkelijks in zit, dat ik vergeten ben te benoemen? Mogelijk… Het volgende gedicht doet me twijfelen:

DAGJE AAN ZEE

De zee gaat op het strand te biecht
met langgerekte, lispelende golf
die nu als speelse hondentong
de hand van de bezoeker likt
tot later, niet veel later,
het likken bijten wordt,
de liefde koekoeksjong.

Waar gisteren de vloed nog schelpen dreef
in los verband
ligt alles stil, alsof het letters zijn,
verkalkt en kalm verzand
maar leesbaar nog als flarden van verscheurde woorden,
uitwisbaar, zondig en uit lust geboren
voor wie hun taal verstaat.
 
Vermetel om zo kalm te zijn
alsof de orgie is gelogen,
er nooit een duin is afgeslagen
noch drenkeling in mui gezogen,
gelokt in diepe hinderlagen.
 
Hij is de minnaar die zijn lief verlaat,
met leugens troost.
 
Ik werd nog nooit
zo zoet bedrogen.

 
Ook dit leest lekker weg… Maar vooruit, laat ik er iets meer van zeggen: het zijn vooral de inhoud en de vorm, die me aanspreken. En oh ja, er is ook nagedacht over het ritme! Zeker weten, want ik meen hier de jambe te herkennen. En tenslotte het onderwerp: dat spreekt me helemaal aan! Geweldig! Maar zonder gekheid: de échte reden waarom ik dit mooi vind is eigenlijk niet te zeggen: ik val waarschijnlijk voor de vloeiende, rijke woordkeus en woordcombinaties als ‘langgerekte, lispelende golf’ en ‘liefde koekoeksjong’.  Ach, het allermooist is: ‘waar gisteren de vloed nog schelpen dreef in los verband…’. Met zulke regels wil ik wel vaker (zoet) bedrogen worden.

***
Laurens Hoevenaren (1960), bedrijfsmaatschappelijk werker Wageningen University & Research centre, won in 2014 een wedstrijd van de Belgische uitgeverij vzw de Scriptomanen, rond het thema ‘Oorlog en vrede’. In 2015 kenden Anne Vegter, Joke Hermsen, Ingmar Heytze, Philip Hoorne en Françoise Geelen hem de Turing-prijs toe. Naar aanleiding daarvan werd hij door Yvonne Broekmans voor Meander geïnterviewd.
Hoe ver is veilig hiervandaan? kreeg een voorwoord mee van Louise O. Fresco.

Gedichten

Eigen weg

Het was een bloeddoorlopen droom in niemandsland
die men wel heeft als men verzuimt
het lot te volgen: hij wilde nog naar Ameland
om vuur te maken op het strand met stokjes en wat stro,
en rauwe oesters eten.

Het was een droom als opgeschuimde melk
die lippen en de tong verbrandt,
zijn schubbig lijf een overspannen draak
die nooit gedoofd in onversleten maagdenschoot
tot stokvis was verdroogd.

Zelfs in zijn dromen was hij figurant
en doodgeboren, onzichtbaar buiten spel
en ook zijn dood zou niemand storen:
in zee ontbindt men snel.

 

Wiegelied

Haar tonen kende hij vanbinnen
totdat de rode voile als vloeipapier verdween
en hij geen taal of teken kon beginnen,
de open ogen blind in ongenaakbaar licht. Er was geween
en toen een toon, een klank, nu niet omfloerst
zoals hij kende maar helder en haarscherp.

Of het nu woorden waren, zinnen,
of wie het was, dat wist hij niet
maar wel dat hij, gedragen door het lied,
voor ’t eerst alleen,
nog altijd veilig was.

 

Pastis

Ze kwamen eindelijk, al uren zwijgend,
op een dorpsplein met een bron,
gesloten luiken en platanen;
zelfs honden bleven uit de zon.
De camembert was in de rugzak uitgelopen
het stokbrood tot beschuit verdroogd.
Er was één winkel, de deur ervan gesloten,
met klein terras. Een overvolle asbak op de tafel,
zwart van trage vliegen,
drie stoelen, twee gebroken poten.

Hij belde lang en dringend aan;
een vrouw deed na minuten wachten
amechtig open. ‘We willen graag wat drinken,
zei hij terwijl zijn vrouw al zat.
Ze vroeg om rooibos of een ‘infusion’.
Er was alleen pastis en halflauw water:
de stoppen doorgeslagen vanwege airconditioning.
‘Wij roken niet,’ zei hij en schoof de asbak weg.
‘Alors, er zijn hier anderen die roken.’
Dus bleef de asbak staan en dronken ze pastis
met halflauw water.

Hoe komt het toch, dacht hij. Vertroebelt water de pastis,
of andersom? Ooit waren wij zo helder
maar sinds we samen zijn
vertroebelt zij mijn geest, verkalk ik haar bestaan.
Hij nam een slok van zijn pastis
terwijl hij op zijn iPhone keek
en zei toen tegen haar:
‘We hebben
geen bereik.’