Gedichten

De alchemist

Aanschouw de alchemist:
wolkjes melk in slappe thee
opdat ook hij de tijd terugvindt.
Ik hoor zijn ruwe zolen
twijfels krassen in de vloer
en dansen op een duizeling.
Zijn blik (een bliksemschicht,
verleerd hoe in te slaan)
die tastend over tafel gaat;
zijn denken, lang ontheemd,
verstart gelijk zijn knokkels
en volgt zijn weke aders trouw.
Wie mint nog koude handen?
Hijzelf vergeet ze maar
en laat ze ongezien wat
suiker door het water roeren.

Daniël Hogers (1990)
 "Poëzie is voor mij een manier om muziek te schrijven. Weliswaar ontbreekt – tot nu toe – het gebruik van harmonieën, maar daar staat tegenover dat het gemakkelijker is om te refereren aan (concrete) concepten. Poëzie heeft voor mij niet (noodzakelijk) te maken met het vertellen van een gepolijst verhaal, maar meer met zinspelen, ritme en klank."

Niets gezegd.

Niemand die mijn vader uitgeleide deed
De zaal zweeg stom
Mijn moeder zat verstild van leed

Ik stond daar op de grens van dag en nacht
En speelde flink zijn
Nog nergens over nagedacht

Vraag niet de woorden die ik sprak
Mooi gesproken
Grote jongen in zijn goeie pak

Wie was eigenlijk die man daar in zijn kist
Al dood gegaan
Voordat ik het antwoord wist

Stel hij had naast mij op dit toneel gestaan
Had hij mij iets gezegd
Of ook alleen zijn plicht gedaan

Zoveel uitzichtloosheid daar in die zaal
Er scheen geen licht
Gordijnen zwaar het hout zo kaal

Onder erbarmelijke muziek daalde hij neer
Hem niets gezegd
Dat kon ik niet en kon ik ook nooit meer.

Loosdrecht, november 2002

Oleandro Eduardo Ricardo LeMans (1937)
"Poëzie is mijn dagelijkse uitlaatklep waarin ik mijn leven verwoord dat ik niet in woorden kan uitdrukken."
 
 

Psalm

Onderweg naar azuur springt er iets op rood,
ineens ben ik een blatend schaap te midden van een kudde.

Het is heet, ik heb dorst.
Een gordel snoert me om mijn borst, ik moet hier weg en gauw.
Ik blaas en snauw en dring me naar de voorgrond.

De herder komt al aangesneld en noemt me bij mijn naam.
Ik volg hem naar een bank in de schaduw van de palmen.

Hij is mijn vader, mij zal niets ontbreken.
Hij zal mij leiden naar de plaats, waar hij zijn messen slijpt.

Als ik straks geschoren ben, ga ik me baden bij de bron
in de rode avondgloed.

Mark de Kok (1956)
"Poëzie is uitbeelden, jezelf en anderen verrassen, de werkelijkheid plus …"