Recensie van Kaas treft geen schuld tot het tegendeel bewezen is - Philip Hoorne

De verf van Gerrit

Philip Hoorne
Kaas treft geen schuld tot het tegendeel bewezen is
Uitgever: Van Gennep
2015
ISBN 9789461643551
€ 14,95
48 blz.

Een humoristisch dichter heeft moed nodig. Meer dan ‘gewone’ collega’s kan hij schril afsteken tegen betere dichters, omdat mooie humoristische frasen zich snel vasthaken in het hoofd van lezers. Als ik bij Hoorne lees over een onbeholpen jongetje in de gymles, dan denk ik onvermijdelijk aan Lévi Weemoedt. Hoorne in ‘Gymles’:

( … ) en dan die geur
dat misselijkmakend mengsel van
zolen zweet en zaad
 
ik maande de klok tot spoed
trachtte te verdampen maar finaal
werd ik altijd weer ontdekt en te kijk gezet
als een kleine jongen in een veel te groot lijf
 
nu nog vrees ik alle hoogten hoog en laag  
de diepte daarentegen heb ik lief.

 De tweede strofe van het voetbalgedicht ‘Lullopertje’ van Weemoedt: 

Alleen bij toeval raakte ‘k in het spel betrokken:
soms kreeg een tegenstander plots de slappe lach
als hij mijn broek zag, tot de schouders opgetrokken;
ik liep intussen snikkend naar de cornervlag.

De bundel met zevenendertig alfabetisch gerangschikte gedichten – grappig – heeft een motto: ‘Remember me like acid drops [Public Image Ltd]’. De hele regel luidt: forget me, forget me not, remember me like acid drops’. Dat is aan de lezer, natuurlijk.
Het eerste gedicht is zo’n zuurballetje. De laatste twee strofen luiden: ‘luchten trekken in gekende tinten voorbij / aan jou en mij en alle schaapjes klein en groot // als we maar genoeg met onze ogen / knipperen gaan we vanzelf wel dood’. Hoorne kan het motto indien gewenst ook gebruiken als disclaimer. Vaak toont hij zich een onverschrokken strijder als Youp van het Hek, met als wapen de provocatie om stompe geesten de ogen te openen. Op de achterflap worden we gewaarschuwd: ‘Hij dicht over uiteenlopende onderwerpen en doet dat niet zelden in snedige bewoordingen die de lezer aan het denken zetten.’ Hij kastijdt ons bijvoorbeeld als volgt: 

cocktails moeten betaalbaar zijn als het over aids gaat
staat er op mijn placemat
 
( … )
 
hier te eten maakt van mij een goed mens
de dienster komt uit myanmar en de barman uit soedan
afrekenen voelt als ontwikkelingshulp
het loont de soedanees praat al platter dan ik
 
hier vind je ook lieden die niks geven om welke ideologie dan ook
alleen om de goedkoop
ze zouden zelfs komen als hitler himself achter het fornuis stond
– hij heeft een paar joden gepest maar zijn prijzen zijn scherp –
 
( … )
 
Uit: ‘Textielhuis’

Er valt ‘bij Hoorne altijd wel wat te lachen’, staat er verder op de achterflap. En: ‘Verlies daarbij nooit uit het oog dat humor de overtreffende trap is van ernst.’ Het is maar dat u het weet.
Vaak lijkt Hoorne inhoudelijk op Komrij, die hem de eer gunde de Sandwich-reeks te openen. De dichter lijkt sardonisch te willen zijn als zijn voorbeeld: 

TWEE KLOTEDROMEN
 
ik dacht in mijn droom
harry van der looven te horen
maar het was die hooghartige
rimpelzak van hier voren
 
net op dat moment droomde
harry dat hij door een levensgroot
condoom gevangen werd genomen
van telepathie gesproken 

Dit gedicht vind ik trouwens wel aardig. Minder is weer de volgende passage, over een dichteres op een festival in Groningen:

de dichteres voor mij somt al haar
wel en niet gewonnen prijzen op
ik vind het schaamteloos
maar steek mijn duim omhoog
goed gedaan meid! 

In het vervolg van dit gedicht laat hij zien dat hij lak heeft aan de burgermansmoraal, om een belegen term te gebruiken. De dekselse dichter komt weg met zelfspot: 

vier dagen later ontvang ik een brief
van een jongedame uit het publiek
 
hallo dikke dichtende vlaming
ik heb zóóóó van uw voordracht genoten
eigenlijk had ik gehoopt
dat u op mijn gezicht klaar zou komen
maar het was erover
nou ja geen man overboord
want wat een kracht spreidde u ten toon
in daad en woord
banzai
famke

Het is me allemaal te makkelijk. Je schudt zulke frasen zo uit je mouw: ‘In Kortrijk brak een ei van kip Komrij’ – met allusie, dat is modern. Of: ‘De verf van Gerrit dekt vlotter dan de stier van Paulus Potter.’ De laatste is van een snedige huisschilder. Hoorne mag ze hebben; hij hoeft ze alleen nog maar in stukjes te knippen.

***
Philip Hoorne (1964) publiceerde eerder vijf dichtbundels, waarvan de eerste, Niets met jou, werd uitgebracht in de Sandwich-reeks onder redactie van Gerrit Komrij. Daarna verschenen Inbreng nihil, Het ei in mezelf, Het is fijn om van pluche te zijn en de verzamelbundel Grootste Hits! De Jaren Nul. Verder schreef hij o.a. de verhalenbundel Het vlees is haar en is hij actief als bloemlezer en recensent.

Recensie van Het is fijn om van pluche te zijn - Philip Hoorne

De dagelijkse kost van een dichter

Philip Hoorne
Het is fijn om van pluche te zijn
Uitgever: Van Gennep
2012
ISBN 9789461640987
€ 17,90
96 blz.

In Vlaanderen presenteert televisiekok Jeroen Meus op Eén het kookprogramma Dagelijkse kost. Hierin helpt de sympathieke sterrenkok Vlaanderen bij de bereiding van maaltijden als stoofvlees met frieten en gevulde groenten: simpele gerechten, waarvoor bij mijn grootmoeder zaliger geen kookboek, laat staan een kookprogramma, aan te pas hoefde te komen. Dat gevoel van ‘dat kan ik ook’ overvalt me telkens weer wanneer ik poëzie van Philip Hoorne lees.

Ondertussen is de dichter-bloemlezer reeds aan zijn tiende dichtjaar toe. In 2002 verscheen onder de goedkeurende auspiciën van Gerrit Komrij zijn debuut Niets met jou als eerste deel van de befaamd geworden Sandwichreeks. Tien jaar en drie poëziebundels en één verhalenbundel later nodigt een pluchen beer me uit tot de lectuur van de nieuwe Hoorne. De witte beer is strategisch geklemd op wat de achterkant van een vuilniswagen lijkt te zijn. Is dit een metafoor voor het poëtisch werk van Hoorne? Op de grens tussen redding en stort?

BILAN

De hele week moe geweest.
Ik las alleen maar korte gedichten, keek in troebele
gezichten, stopte twee benen in één pijp.

De hele week een koe geweest.
Ik loeide atonaal maar polyfoon om het groenste
gras naar de sleutel in de vaas op de kast.

De draden onder stroom, het schurken aan een boom.
Glaswerk dat altijd weer aan diggelen valt.

De hele week scheen een waterzonnetje
in het floridawater van de droogdokzee.

Met dit gedicht opent de bundel en al dadelijk heb ik het gevoel dat mijn stoofvleesmetafoor klopt. Dit kan ik ook. Een goed rijmwoordenboek helpt me dadelijk op weg. Wat ik nodig heb is een banale gedachte om mijn gedicht aan op te hangen. De dichter was moe. Daardoor beperkten zijn bezigheden zich tot het lezen van korte gedichten (zou een speelse verwijzing kunnen zijn naar de bladzijdenvullende poëzie van Van Bastelaere waarmee Hoorne niet de beste ervaring heeft) en terloops vermeldt de dichter zijn vestimentair gevecht. Een banale openingszin, gevolgd door het gratuite rijmwoord gezichten: tot op heden heeft mijn stoofvlees nog niet veel smaak. Daarom besluit Hoorne er als kruidentuiltje een absurde rijmassociatie aan toe te voegen: Moe-koe. We blijven in ieder geval in de culinaire wereld en krijgen er bovendien nog het binnenrijm gras-kast als extra ingrediënt bij. Daarna volgen er nog vier versregels, maar als lezer haak ik af. Klank overheerst ten nadele van inhoud. We krijgen iets opgediend uit de moleculaire keuken, waarbij de bestanddelen uit hun natuurlijke omgeving verdwijnen. New age stooflvees hoeft voor mij niet.

Maar wacht even. ‘Bilan’ betekent o.a. netwerk, overzicht. Hoorne bereidt er voor de aandachtige lezer een compilatie in van verschillende gedichten. Uit Achterbergs ‘De dichter is een koe’ onthoud ik Het hek waartegen ik mij schuur/ wordt oud en glad en vettig op den duur. De vaas? Lees Peter Verhelst er even op na: Kun je een vaas haar breekbaarheid verwijten / of een hand het breken van de vaas? Gerrit Krols ‘Over het uittrekken van een broek’ wordt bij Hoorne een onhandige manier om zich aan te kleden. Wellicht heeft hij dus inspiratie geput uit de samenstelling (met Chrétien Breukers) van de bundel De Nederlandstalige poëzie in pocketformaat  en speelt hij een spel met allusies. Maar mijn conclusie blijft: New Age stoofvlees.

Wat te denken van een gedicht als ‘Clericum’?

CLERICUM

Eerwaarde heer Cardinael bewaart zijn sperma
in een glazen bokaal? Elke zondag vóór de mis
smeert hij een petieterig kwakje in zijn haar.

Voor haar, de Madonna met de omhaalschaal.

Hij die worstelt met geloften en verboden
klampt zich vast aan devotie en symbolen
de levenslang vanzelfsprekende plicht.

Spuit des avonds in haar engelengezicht.

Staat u me toe om dit gedicht flauw en scabreus te noemen. Voorstanders van dergelijke verzen zullen op internetfora wel verwijzen naar de volkse aard van dergelijke poëzie. Anderen zullen steevast de term light verse in de mond nemen (wat binnen de context van dit gedicht misschien niet de juiste woordkeuze is).
De Engelse journalist Mark Lawson omschreef light als volgt: ‘In the World of alcohol and yoghurt ‘light’ (or lite) is used to indicate that the product is good for you but not so much fun. In the world of poetry the word ‘light’ is used to suggest that the product is fun but not much god for you.’
Deze definitie van light verse duidt voor mij precies aan waar bij Hoorne het schoentje knelt. Zijn gedichten zitten meestal wel leuk in elkaar, getuigen van een zekere poëtische kennis, maar zijn even plat als het Middeleeuws wereldbeeld.

lopers langs de leie

dragen altijd een polshorloge
waar ze om de zoveel meter
doordringend op kijken

wat is er te zien op het horloge
van een loper langs de leie?

niet de eenden die broeden in het riet
niet de flikker die in de bosjes
op een andere flikker schiet

lopers langs de leie zitten opgesloten
in hun horloge en hun lopen

lopers langs de leie mogen
langs de leie lopen
maar ik moet ze niet

Light? Inderdaad, een soufflégedicht durf ik het te noemen. Licht verteerbaar, maar je hebt dadelijk weer honger. De gedichten van Hoorne zullen niet zwaar op de maag blijven liggen, maar of ze toereikend zijn om een dichterlijke honger te stillen? Ik heb mijn twijfels.

***
Philip Hoorne (Kortrijk, 1964) is dichter, schrijver, publicist, recensent en bloemlezer. Hij debuteerde in 2002 met Niets met jou (nominatie Vlaamse Debuutprijs 2003). Inbreng nihil (2004), werd genomineerd voor de J.C. Bloemprijs 2005. In 2005 verscheen Het ei in mezelf en in 2009 Grootste Hits! De Jaren Nul, een keuze uit eigen werk.
De bloemlezing Antwerpen, de stad in gedichten is van 2003, de Patricia Lasoenbloemlezing Trouw, rouw en andere feestelijkheden van 2007 en in 2012 stelde hij met Chrétien Breukers De Nederlandstalige poëzie in pocketformaat samen. Als prozaïst publiceerde hij de verhalenbundel Het vlees is haar (2007).