Gedichten

Moeder en zoon

Moeder ontzet haar jongen
toont buik en billen
heel de tuin druipt van juli
wat zal er van hem worden
in dit duister midden in de dag
beesten aan zijn oren
groeien onbehoorlijk
ze zoemen een boodschap
die hij op goed geluk verstaat
zo geraakt hij uitverkoren
vertolker van gewassen
die golven bij nacht
maar laat die aanspraak varen
wordt een vent met vrouw en kind
beperkt zijn droefenis tot soms

 
De hof
 
De hof blijft levensgroot
alaam in het tuinhuis
liggende wip in onkruid
ik neem alles aan
een stenen bank een vogelkastje
voorouders die kijken door een raam
ik ben een vent en geloof wat ik wil
dat de hof eindigt in wirwar
in maïsveld oceaan
door seizoenen steek ik
niet bij machte me bij te staan

 
Op een bank

Op een bank waarachter
Jezus in een spar verdwijnt
kijk ik naar braambessen
deze dag vermoedde ik niet
ik woonde lang elders
maakte brieven op waarin ik afscheid nam
kleren en boeken verdeelde
de stad die mijn lot was
verwerd tot museumbezoek
al mijn ontroostbare cellen wisselden

Gedichten

Een reis voorbereiden
wanneer het vertrek aanbreekt
is al het mogelijke bereikt

maar we zoeken het beven
in dit gebalde deze vaste hand
we liggen languit
overmand door ons willen

tot onze greep lost
de reis begonnen en beëindigd
vertrekken we buiten ons weten

De oude meubels terugzien
in een donker dat niet meer benauwt
maar geborgen zonder eind
in een vertrek dat naakt

strijken over de verruwde vlakken
golfslag is nog te voelen
over het tafelblad nog het reiken

uren van gepuzzel
kachel die in ons gezicht brandt
schat in onze aanstalten

om te vertrekken staan we nader

In welke appelflauwte
strekken we ons uit
gesprekken dwalen af

naar schaduwrijkere delen
geen beweging is heel zeker
het moment beeft ontembaar

en hier is een opening
om in te verdwijnen
als de dag in weiden terwijl alles

is zoals het was
boom vrucht beslissing
die voorbij beslissing voert