Gedichten

Mariet Lems is specialist literatuureducatie, dichter en tekstschrijver. Auteur van Weten waar de woorden zijn, een methodiek creatief schrijven voor leerkrachten PO. De gedichtenbundels Zwervelingen (2011) en Zie mij (2017) zijn gebaseerd op schilderijen van Cora Vries. Onlangs verscheen Wat we achterlieten/What we left behind: 20 gedichten van dichtersgroep Divers bij twintig Ierse foto’s van Mariet. Onderstaande gedichten komen uit Zie mij.

 

Verboden terrein

Dit is het schuurtje van mijn man
ik sta er buiten, luister, hoor geschuifel,
doffe dreunen, een zacht tikken,
zwaar gebrom, gemompel of een vloek

soms fluit hij een liedje dat van vroeger is
maar vaker is het heel lang stil

dan roep ik bangig of hij koffie wil

laatst vroeg ik of er schuurtjes zijn
voor vrouwen
zwaaiend met de hamer zei hij:
alles daar
is al   
van jou

de schuurdeur dreunde
in het slot

ik dacht
mijn god
en schaafde
bloed
bloedrode bietjes

Zorgmantels

Mijn moeder reist
in al mijn jassen mee, soms
in mijn jaszak naast de sleutel
van haar huis, vaak schuilt ze
loodzwaar in de zomen
die er van rafelen gaan
– wanneer verlies ik haar

vandaag heeft ze doodleuk
mijn hele winterjas genomen
de kraag te strak voor lucht
haar benen botsen hol
tegen mijn knieën
als ik te hard voor haar
naar huis toe fiets
– waar laat ik haar

morgen vouw ik de vrouw
die mijn oneindige moeder was
in al mijn jassen
sluit knopen, ritsen
de capuchons strik ik
met felgekleurde
koordjes langzaam dicht

zodat ze voelt
dat ik
nog altijd bij haar ben
als ik met blote armen
rillend uit haar kamer vlieg

Recensie van Zie mij - Mariet Lems en Cora Vries

Te mooi om waar te zijn

Mariet Lems en Cora Vries
Zie mij
Uitgever: U2pi
2017
ISBN 9789087596934
€ 17,50
69 blz.

Het combineren van poëzie en schilderijen is een hachelijke zaak. Maar al te vaak doet het ene element af aan het andere, zoals iemand die door een mooi stuk muziek heen zit te praten of iemand die zich bij een fraai uitzicht hinderlijk in beeld bevindt. De smaak van de lezer en beschouwer speelt immers een belangrijke rol bij het waarderen van de combinatie van beeld en woord: de kans dat zij elkaar versterken is daarmee niet zo heel groot.

Ook in mijn geval heeft zowel de beschouwer als de lezer bezwaren. Zonder mezelf als kunstkenner te willen afficheren, heb ik voldoende gezien om in de schilderijen van Cora Vries een sterke overeenkomst met de stijl van Marlene Dumas op te merken. Daarmee is over het onderdeel ‘beeld’ van deze bundel voldoende gezegd.

De gedichten verraden het ambacht dat ermee getoond wordt. Dit wordt al meteen duidelijk bij het openingsgedicht.

Schrijfopdracht

Kijk net zolang naar mij
totdat je iets opvalt
dat je nooit eerder hebt gezien

noem kleuren, geluiden, geuren
emoties, iets in mij
dat zich met jou verbindt?

schrijf een gedicht

zwicht niet voor verleidingen
van rijm en zomerhemels
belicht me met je pen
zie mij
en zeg

[p. 7]

Voor dichters en ervaren poëzielezers vallen de effecten van klankherhaling (gezien – geluiden – geuren – gedicht), ‘verborgen’ rijm (gedicht – zwicht – belicht) en bewuste onvoltooiing (zie mij / en zeg) onmiddellijk op. Waarschijnlijk zal een geoefende voordrachtstem de handen van het toehorend publiek er wel voor op elkaar krijgen, maar de lezer blijft in mijn geval hangen aan de punten van het skelet, dat door de dunne huid van het gedicht heen steekt.

Een ander voorbeeld is het gedicht ‘Verloren’ op p. 11.

Verloren

Hoe komt het dat hun vragen mij verdringen
naar waar ik wegkruip achter mijn gezicht
zodat mijn antwoord loodzwaar van gewicht
zichzelf begraaft onder de bangste dingen

Ze laten woorden van hun tanden springen
Ze bijten in mijn lippen, ritsen dicht
wat binnenin mij zoekt naar lijn en licht
terwijl mijn taal zich het liefste los wil zingen

Dat is wat ik in het gat van stilte hoor:
een stem die ongehoord zijn richting vindt

die mij ontsnapt voorbij het zwijgend kind
voorbij de zeggingskracht die ik verloor

Stem open mij, laat de muziek beginnen
zodat verlies verschoven wordt naar winnen

Naast het morele aspect, waarbij de dichter de in mijn ogen minst interessante kant kiest, namelijk die van de ‘ik’ die in verdrukking leeft, valt mij het esthetische aspect van dit gedicht op. Alle emotionele en emotionerende rafelranden, die iedere lezer wel achter de taal zal vermoeden, worden door de sonnetvorm naar de verre achtergrond geplamuurd. Je zou daartegen kunnen aanvoeren dat ook een zorgvuldig ingedeeld en aangeharkt kerkhof de gedachte aan de dood niet doet verdwijnen, maar een gedicht is als het goed is een daad van kunst, dus een daad van verzet en geen rustplaats met een hoge heg eromheen en ‘Rust zacht’ boven het smeedijzeren hek bij de ingang.

Ik wil gedichten lezen die waar zijn, waaraan ik niet ontkomen kan en de taal moet die weerhaken in mij weten te slaan. Doordat in vrijwel alle gedichten van deze bundel het ambacht de boventoon voert, zijn ze stuk voor stuk te mooi om waar te zijn. Voor teksten die het lijden willen verpletteren onder een lading talige troost is er volgens mij voldoende plaats in rouwadvertenties en parochieperiodieken.

Maar misschien neem ik deze bundeling te serieus en moet ik haar niet als poëziebundel zien, maar eerder als een soort catalogus van een tentoonstelling, in combinatie waarmee hij ook op internet te vinden is. In de webshop op de site van uitgever JouwBoek.nl (Uitgeverij U2pi) zoek je er namelijk vergeefs naar.

***
Mariet Lems (1946) is specialist literatuureducatie, cultuurcoach, dichter en tekstschrijver. In 2013 verscheen de herdruk van Weten waar de woorden zijn, een methodiek creatief schrijven voor het basisonderwijs en schrijfdocenten. Voor het programma Cultuureducatie met Kwaliteit leidt ze leerkrachten op tot specialist literatuur.
Cora Vries (1956) studeerde grafische vormgeving aan de Academie Minerva te Groningen en daarna volgde ze de opleiding schilderen, tekenen, ruimtelijk ontwerpen aan de Koninklijke Academie te Den Haag. Ze is werkzaam als zelfstandig beeldend kunstenaar.

 

Recensie van Wat we achterlieten / What we left behind - Edith de Gilde, Frida Domacassé, Mariet Lems e.a.

Weemoed en bezinning verbeeld en verwoord

Edith de Gilde, Frida Domacassé, Mariet Lems e.a.
Wat we achterlieten / What we left behind
Uitgever: De zwarte els
2017
ISBN 9789080442122
€ 17,50
103 blz.

Voor mij is een mooi boek belangrijk: als de inhoud op een fraaie manier wordt vormgegeven vind ik het product in zijn geheel mooier. Toen ik pas leraar was, een jong gezin had, kocht ik wel eens Bulkboeken, literaire producten als krant vormgegeven. Ze kostten weinig. Weliswaar werden boeken en gedichten zeer toegankelijk, maar schoonheid in de vorm van een krant van papier dat snel geel wordt en scheurt, wordt voor mij minder kostbaar. Hoewel de Bulkboeken nog steeds op een stapel ergens op een plank liggen, kijk ik ze nog nauwelijks in.

De tweetalige, op foto’s gebaseerde dichtbundel Wat we achterlieten / What we left behind is een buitengewoon mooi boek. Ik sla het vaak open, kijk naar de afbeeldingen, lees een gedicht en geniet elke keer. De foto’s en het omslag van dichter/fotograaf Mariet Lems zijn mooi en melancholiek (en druktechnisch prachtig). Gemaakt in Ierland zijn ze, lijkt het, gemaakt in verlaten huizen: er staat een paraplu tegen een door vocht uitgeslagen muur, er hangt een jas, een heiligenprent, er staat een paar roeispanen, een boot drijft in het water. Het zijn deze foto’s die voor de uit vijf dichters bestaande groep Divers de aanleiding zijn geweest de gedichten te schrijven die dit boek vullen en door Wim Tigges in het Engels vertaald zijn.
Ik ben geen anglist, maar weet wel iets van het vertalen van Nederlandse teksten. Zelf heb ik een door mij geschreven gedichtencyclus over de getijden in Umbrië in het Italiaans vertaald, waarbij ik behoefte kreeg aan een moedertaalspreker. Ik heb de indruk dat mede door de samenwerking met een Italiaanse filoloog/filosoof mijn vertaalde gedichten het in Italië beter doen dan in Nederland vanwege de sociaal-linguïstische context. Deze vertaler heeft het alleen gedaan. Ik hoop dat zijn Engelstalige teksten in Ierland met even veel waardering worden ontvangen als de mijne hier in het zuiden: het is, hoe dan ook, een knappe prestatie. Ik verwacht het wel, het beeld wordt verwoord en draagt eraan bij dat de Ieren ervan kunnen genieten. Ik gun het hun en de dichters.
Peter van de Kamp heeft een Engelstalige inleiding geschreven, waarin hij onder meer van elk van de dichters een gedicht behandelt. Ook dat verhoogt de aantrekkelijkheid, net als het feit dat Mariet Lems veel in Ierland komt: ze kreeg zelfs een Ierse boer aan de poëzie.

De groep Divers, bestaande uit Edith de Gilde, Frida Domacassé, Mariet Lems, Wim Hartog en Wout Joling, komt eens in de zes weken bij elkaar. Zij bespreken dan een nieuw gedicht over een van te voren afgesproken thema, waarvan de tekst bekend is. Het gedicht wordt dan volgens een vast stramien besproken. Eerst leest degene die links naast de schrijver van het aan de orde zijnde gedicht zit de tekst voor; dit kan onduidelijkheden aan het licht brengen. Dan leest de maker het voor. Vervolgens gaat men rechtsom en mogen er opmerkingen worden gemaakt die over de wezenlijke zaken gaan. Naar eigen inzicht verwerkt de ‘maker’, de poëet (dat komt van poietes, wat maker betekent), deze opmerkingen. Dan wordt het gedicht nogmaals aan de groep voorgelegd.

Dit boek is ontstaan naar aanleiding van gedichten waarbij de foto’s aanleiding tot dichten waren: men was vrij om te reageren zoals men reageerde.
Het boek kent  vier afdelingen: ‘Binnen’, ‘Buiten’, ‘Landschap’, ‘Water’. Elke dichter reageerde op de beelden die deze thema’s illustreren. Opmerkelijk is de grote variëteit van de gedichten. Het eerste gedicht van Edith de Gilde is een inleidingsgedicht. Het heet ‘Scheppers’. Een citaat: ‘Op een dag hadden we er genoeg van. / We gingen na wat we zeker wisten / en pakten het in een rugzak. // Die was niet zwaar. We sjorden hem om / en verlieten het huis. Dat we opnieuw / ballast zouden vergaren was op dit ogenblik // van geen belang…’.
Het is onmogelijk om zoveel te citeren als ik zou willen. Elke dichter zou aan zijn of haar trekken moeten komen, maar omdat dit het werk is van een groep, neem ik aan dat men zich ook kan identificeren met een gedicht dat in de groep is behandeld.
In het onderdeel ‘Landschap’ schrijft Mariet Lems bij een wonderlijk mooie serene foto: ‘Wie er woonde heeft misschien toch wel / het nakijken. Dat ik vastleg wat / los wil, meeneem wat vergaat / opteken wat gezegd wilde / Hoe ik de gastvrijheid ontvlucht / omkijk, de deur sluit, een braam pluk / groet…..’. De sfeer is melancholiek, de vorm van het gedicht is mooi, er klinkt een resignatie in de taalmuziek. Ook Wim Hartog reflecteert over een foto op zijn manier, waarin hij verwijst naar het orthodox-katholicisme, dat grote gezinnen stimuleerde. Dan moest ‘het geslacht / wel eerst met wijwater gewassen. / Er kwamen goddelijke kinderen.’ Ook hij eindigt in een soort resignatie: ‘Nachtdiep zicht verliest / de witte sluiter aan zalige prikkels.’
In de afdeling  ‘Water’ werd ik gecharmeerd door het gedicht ‘Rustgebied’ van Wout Joling:

Ik wacht niet tot het laatste
woord is verouderd
zoals het meer in een poel
en de lucht
van grijze lei

Het paard
dat niet meer galoppeert
van wie alleen het malend
grazen aan de stilte
van het beemdgras schurkt

De bomen onveranderlijk
groen door de seizoenen
herfst blijft zomer
in winters smelt niets
dat van natuur is

Snor en rietgors
verwijlen in het onderriet
waar nergens nog
een woord verschrikt
van plek verschiet

Kortom, voor wie van fraaie, milde en melancholieke poëzie houdt, gebaseerd op mooie foto’s, fraai vormgegeven, is dit boek een aanrader. Edith de Gilde en Mariet Lems speelden de belangrijkste rol bij de totstandkoming ervan. Het is ook een mooi cadeau. Dat de Ierlandkenner Ruud Hisgen de fraaie Nederlandstalige inleiding schreef, waarbij hij deze poëzie verbindt met de hartenkreten van een middeleeuwse monnik, draagt bij aan de ongelooflijk hoge kwaliteit.  Het boek roept bij mij een soort heimwee-achtig verlangen op om eens naar het groene Ierland toe te gaan, wat ook bij  lezers het geval zal zijn.

***
De uit vijf dichters bestaande groep Divers, met de klemtoon op de tweede lettergreep, komt regelmatig bij elkaar. De dichters zijn bijna allen zeventigers. Doordat ze in een groep werken, ontstaat er zeer zorgvuldige poëzie. Edith de Gilde is bestuurslid van Meander en evenals Mariet Lems werkend lid van de Haagse Kunstkring.
De bundels zijn te bestellen bij De zwarte els (de.zwarte.els@outlook.com)