Gedichten

Vind ik leuk

ze had de ‘vind ik leuk-knop’
weer razendsnel gevonden
toen ik op Facebook repte
van mijn valpartij en wonden

ze reageerde ook:
ik kreeg wat ik verdiende
omdat ik vorig jaar
haar bijna wou ontvrienden

ze leest mijn updates trouw
ze zal zich niet vervelen
ze wil mijn lijden graag
met al haar vrienden delen

Recepten voor echte mannen

lach even naar het kakelverse ei
en dompel het -hoe wreed- in kokend water
daarna en dat is vier minuten later
ontdoet u het van schil, wat zout erbij

een broodje, donkerbruin, dat is gezond
een blaadje groen is goed voor uw geweten
vervolgens slaat u lekker aan het eten
veeg wel die gele smurrie van uw mond

dan gaat u naar de koelkast, het karton
verwijdert u, prik gaatjes in de folie
en alles gaat vanzelf, ook zonder olie
verdient u sterren met uw magnetron

een kookboek is volkomen overbodig
en ook uw ex heeft u hierbij niet nodig

Ich bin ein Babyboomer (1)

in onze jeugd werd geen patat gebakken 
we aten stevig, kool en erwtensoep
en vraten ons niet vet aan chips en snoep
ons pad was slechts bezaaid met ongemakken

geen achterbank en geen Armani-pakken
geen Twitter en geen Facebook of YouTube
we leerden voor een deugdelijk beroep
en hadden nooit gehoord van keuzevakken

wat waren we bescheiden en spontaan
al hadden we geen geld om veel te kopen
er lag een mooie toekomst voor ons open
niet volgevreten waren we voldaan

helaas, er is iets danig fout gegaan
ons nageslacht … we mogen nu slechts hopen

Ik wens je

ik wens je bergen chocola
rivieren vol met rode wijn
een overvloed aan zonneschijn
die blauwe jurk van Maxima

ik wens je wijsheid, praal en pracht
een glimlach en een perzikhuid
een eigen psychotherapeut
zodat de toekomst naar je lacht

ik wens je feest en drinkgelag
champagne, oesters, kaviaar
een stoere minnaar (zelfs een paar)
wel tien orgasmes op een dag

nu is er voetbal op TV
ga weg … en neem je moeder mee

Gedichten

Haagse gaten

wat zijn dat toch voor vreemde ronde gaten
als holle ogen in een bleek gelaat
gevuld met zand, maar leeg en desolaat
welk wezen zou die sporen achterlaten

ze intrigeren mij in hoge mate
zijn het de stempels van een duivels kwaad
het werk van een ontsnapte psychopaat
die iets begroef in maanverlichte straten

de gaten wachten, vullen tijd met zwijgen
de leegte nam bezit van hun bestaan
wat komen zou, is nimmer aangekomen

eens zouden nieuwe stammen hier ontstijgen
de telgen van wat ooit is heengegaan
het wachten is op de beloofde bomen

crisissonnet

normaalgesproken krijgt u twee kwatrijnen
en twee terzinen, samen een sonnet
door mij met liefde in elkaar gezet
een stevig bouwwerk, veertien vaste lijnen

maar nu een zware crisis ons doet kwijnen
zie ik naast levensvreugd en bankbiljet
mijn moeizaam opgespaarde dichtersvet
met lede ogen gaandeweg verdwijnen

vergeeft u mij dat ik zal moeten snijden
de veertien regels zijn u wel gegund
helaas, de ingreep valt niet te vermijden

het zijn nu eenmaal barre … barre tijden
na regel dertien volgt er slechts een punt
.

zo’n stille straat

er heerst totale stilte in de straat
de stoepen blinken door ‘t veelvuldig vegen
hier zijn fatsoen en welvaart neergezegen
de huizen staan versteend in vol ornaat

een straatje weltevree en welgelegen
bewoners ogen netjes en kordaat
oneffenheden worden wijs verzwegen
het perk is in een aangeharkte staat

wat struikjes dragen fleurig bloem en blad
een hovenier weet raad met wilde loten
de beestjes heeft hij keurig doodgespoten
het grasveld is een nooit betreden mat

al lijkt het kwaad der wereld uitgestoten
er klopt iets niet, ik weet alleen niet wat