Gedichten

Bootvluchtelingen

als de bootvluchtelingen aanspoelen in een Siciliaanse haven
is het altijd etenstijd
niet dat het me niets doet
maar klokvastheid is een gave
ik eet mijn spaghetti
en zie de laatste zwarten wegdrijven
sommigen bijna blauw
happend naar lucht
het is geen zicht
ik was mijn handen en
zeg het hen

‘mondje dicht’
 

Highway to hell

zachtjesaan
naar nergens of
misschien nog iets
verder

het spoor nog
niet bijster
neuk ik me
verloren

‘an arse an arse
my kingdom
for an arse’

deze barre tijden
vragen erom

net
als zij

haar handen op
de rug gebonden
tilt ze
haar kont

mijn koninkrijk
verdwijnt

ik kom
 

Ik wantrouw mensen
-niet zoals een zebra
argwanend kijkt naar de
vage contouren onder
het laaghangende
riet bij de
drinkplaats-
neen, gewoon
zoals in Hiroshima een
klein jongetje
keek naar
Little Boy