Gedichten

geen gezicht

wij zeggen laat je baard staan
wij generatie Kloof
we zijn met de meesten
we komen nooit samen
maar blenden onszelf
tot een evenbeeld

we maken evenementen aan
alsof het hormonen zijn
hijgen in de eigen nek
die ongevraagd tattoos vertoont

waardeer onze status
betaal onze naam
bevestig de resten
van ons nauwelijks bestaan

hippocampus
(voor patiënt HM)

mijn geheugen kan zoveel beweren
maar het oog brengt niet thuis
zonder hulp van de gezichtsschors

om vondeling te worden
of een nieuwe harde schijf
werden er stukken gewist

zelden nog vang je gesprekken op
over mensen zonder trauma’s
het hangt ervan af wie beklijft

na de operatie wel beter in tennis
al vergat ik voortdurend de regels
een kwestie van moeite met opslaan

buiten ons speelt zich de wereld af

ik wist nog niks van statusupdates
en het leek wel een film
hoe jij ramen opengooide

vanuit de dakgoot
oranjerode koepel
misschien stond de stad wel in brand

dit waren dagen van lijm
troost was onnodig
want traag als wijzelf was de tijd

we dronken onze wijn zorgvuldig
en durfden niet te vragen
waar de ander zin in had

hier bestonden wij
in de serre van de wereld
wachtend op beweging

op de gang

voor eeuwig in groep zes beland
boven de hel van de ander
maar onder de Greenpeace-poster
waar meestal het knokken begon

klappen konden mij niet raken
maar rijmdwang kist je niet met ritalin
doe voor mij vooral geen moeite
ik had jullie grappen bij voorbaat al door

dit spraken we af:
een steen is een steen
omdat hij zo wordt genoemd

het meeste is een fase
uit de taal van de ander
blijkt ongeveer hoelang dat is