Gedichten

Carmien Michels (1990) danst tussen pen en podium, tussen urban en klassiek. Ze studeerde Woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen. Ze organiseert, presenteert, performt, jureert en doceert en werkt samen met artiesten van alle slag. Ze schreef de romans We zijn water (2013) en Vraag het aan de bliksem (2015). In 2016 won ze het Nederlands en Europees Kampioenschap Poetry Slam en haalde ze brons op het Wereldkampioenschap in Parijs. In november 2017 verscheen haar poëziedebuut We komen van ver bij Uitgeverij Polis.

 

Pennenvriend

Dag liftkooibewoner in het station
die ik nooit aanspreek omdat ik bang ben
voor je gedachten als ik je geld geef
je lijkt op mijn pennenvriend van toen ik veertien was
die ik een foto van mijn tepel stuurde in ruil
voor een Kiplingaapje en een zak ribbelchips die ik niet kreeg
mijn tepel kon ik niet terugnemen
en zo blijf je een stille vriend
aan wie ik brieven schrijf
in de landschappen die ik voorbijrijd

De bierdrinkers met lege blikjes
in de stiltecoupé vloekend op vertraging
weten beter dan ik
wat ze wensen
als ze in de wolken een olielamp zien
een slok bier binnen handbereik

Metropool

Roosters in de stoepen vermoeden een ondergrondse stad
boven de straatspiegel dansen rookpluimen
en mensen met plooifietsen
 
Voor elk exemplaar belooft de aarde een ondermens
die op de metro stapt zich tegen anderen perst

Gebroken harten hervinden intimiteit
in andermans plooien
bagage te vergeten bij bestemming bereikt
 
Boven drommen toeristen om een verkleumde zwerver
hedendaagse mummie zonder museum

Voor iedere metro die boven water komt
duikt elders een tram de diepte in
meldingen van dreiging wekken een koor van zuchten
 
’s Nachts komt iedereen samen op pleinen en daken
de stad kreunt met open ogen
zomer opzuigen uit je tegenpool
om je eigen winter te vergeten

Mijn moeder mijn dochter

Die droom waarin ik zwanger was
van mijn moeder
haar er niet over durfde te bellen

Of toen mijn vader zei
ik wil een meisje zijn

Eindelijk zie ik en
wreef over mijn buik
om te verifiëren
of mijn moeder het had gehoord

Ze schopte heviger dan ooit
net zolang tot mijn vader
kromp en kramp
in zijn glimlach kreeg

Deze drie gedichten komen uit We komen van ver, uitgeverij Polis, 2018.

Recensie van We komen van ver - Carmien Michels

We leven geen kladversies

Carmien Michels
We komen van ver
Uitgever: Polis
2017
ISBN 9789463102919
€ 19,99
80 blz.

Dit is me na het lezen van de bundel We komen van ver van Carmien Michels duidelijk geworden: deze poëzie moet vooral voorgedragen en beluisterd worden. Het zelf lezen van deze gedichten is daaraan ondergeschikt. Carmien Michels is een uitstekende slammer. Veel gedichten van haar zijn stromen van woorden, die met een persoonlijke dynamiek en toon vanaf het podium gebracht kunnen worden. Ongetwijfeld zullen ze bij een daadwerkelijke performance in een stroomversnelling terechtkomen en reacties vanuit de zaal oproepen. Slammen is per definitie verbaal en visueel spektakel. Maar deze gedichten een voor een lezen werkt vertragend, omdat je als lezer het allemaal in één keer wil begrijpen en verklaren. Voordat je het weet is dan het lot van deze gedichten stilstaande poëzie en dat verdienen de verzen in deze bundel niet. De toegankelijkheid van deze poëzie wordt vooral bepaald door de sfeer, de snelheid en de muzikaliteit. Met deze gedichten moet je de toehoorder overdonderen en ze niet op papier aan de lezer voorleggen. Dit is nou zo’n bundel waarbij ik me afvraag: waarom geen CD of liever nog een CD-ROM uitgegeven, met het tekstboekje erbij als extra? Dat doet meer recht aan deze poëzie. Maar ik weet het: ook de opmerkelijke poëzie van slammers zal in papieren bundels terechtkomen. Het lijkt het lot van elke slammer die bijzondere teksten schrijft en dat doet Carmien Michels zeker.

De gedichten in deze bundel zijn qua onderwerp ondergebracht in tien afdelingen. Het gedicht met de titel ‘Middenrif’ in de derde afdeling ‘Eindelijk aarde’ roept meteen een bekend beeld op:

Een aangespoeld kind in garnaalpose
de golf zo woest dat hij mijn ogen brak
ik keek weg tot alles was opgeruimd
en ingebeeld

De foto van de verdronken driejarige Aylan Kurdi, aangespoeld op het strand van het Turkse Bodrum is de gehele wereld overgegaan. Het beeld dat we allemaal hebben van dit kind in een ‘garnaalpose’ is mooi uitgewerkt in deze strofe met de verschuiving van het breken van de ogen van het slachtoffer naar de ik-figuur en met de dubbele betekenis van ‘ingebeeld’, namelijk ‘in je fantasie denken dat het waar is’ en ‘in beeld brengen’. Ook de Klaagmuur in Jeruzalem (‘een gevierendeelde stad’) in dit gedicht is herkenbaar. De dichteres ziet mogelijkheden: ‘Als je de wereld tot droom verbouwt / heb je geen last van nachtmerries / motief voor de muur’. Dromen blijven overeind, muren kunnen geslecht worden. Ze stelt in het gedicht wel voorwaarden aan deze verbouwing tot droom: ‘Vergeet het indutten’ en ‘We leven geen kladversies’. Aan het eind van het gedicht stelt ze vast

We bouwen muren bij en leren prevelen
van de oude vrouw die briefjes uit gleuven steelt
vrede smeekt en geruchten doodslaat
vliegen die de krantenkoppen niet halen

Carmien Michels laat zich inspireren door de steden Münster, Parijs, Caïro en Montreal waar ze verblijft, graaft diep in haar eigen jeugd en familiegeschiedenis en gaat op een eigenzinnige manier met de liefde om. Aan de ene kant krijgt het toeval bij haar een plaats in haar gedichten, aan de andere kant zoekt ze bewust naar beginpunten waar het met de ontwikkeling van allerlei zaken fout is gegaan. In het gedicht ‘Het begon’ presenteert ze vijf historische data waarop het geweld op verschillende plekken op de wereld begon en de mensen op de vlucht sloegen om uiteindelijk vast te stellen dat al deze momenten door ‘onze aders onze voorvaders’ met elkaar verbonden zijn. Met andere woorden: het geweld houdt nooit op. De geschiedenis bestaat niet uit gewelddadige momenten, maar uit verbindingen van gewelddadige momenten die allemaal op elkaar lijken.

Die zoektocht naar haar voorouders en haar jeugd vindt de lezer niet alleen in de gedichten van de eerste afdeling ‘Vacuümbaby’ terug, maar ook in het gedicht ‘Jimmy’. Het was het openingsgedicht van haar optreden op de Nacht van de Poëzie 2017. Mede door haar bijzondere wijze van presenteren heeft dit gedicht bij veel bezoekers een onuitwisbare indruk achtergelaten. Het is een van de kerngedichten van deze bundel, niet alleen door de aanstekelijke Vlaamse toon (‘Weet ge nog Jimmy…’), maar het beschrijft de lessen die de ik-figuur en Jimmy in hun jonge jaren geleerd hebben of hadden moeten leren. Er is van hun zijde een behoefte aan rust, aan stilte, maar ze komen beiden terecht in de hectiek van het volle leven. Ze staan ‘op de barricades’ en gooien ‘een stinkbommeke naar de flikken’. Mooi is de geleidelijke ontwikkeling in het gedicht van het kinderlijk naïeve in ‘de vooravond van het echte leven’ naar de felle, opstandige toon aan het slot: ‘De afwijking in het systeem Jimmy / de afwijking zijn wij’. 

In de afdeling ‘Blauwe beloftes’ dicht Carmien Michels in het gedicht ‘In Memoriam’ enigszins berustend: ‘alle vrouwen weten dat ook mannen verwelken’ en ‘dat beloftes op het sterfbed van de liefde altijd ijdel zijn’. Het voortgaan van de tijd is een vijand van de liefde, ‘die ander’ een stoorzender pur sang, maar het is een geluk ‘dat de liefde steeds opnieuw wordt geboren’. Zo ziet Michels dat. Opwekkend zijn de liefdesgedichten, waarvan er enkele in sonnetvorm zijn geschreven bepaald niet. Titels geven dat al aan. ‘Middelmatige mannen’, ‘To kill or not to kill’ en ‘Kreupelhout’ zijn wat dat betreft veelzeggend. Van het gedicht ‘Britse oma’s’ werd ik wel vrolijk:

Die Britse dame
die op zondag aan ballroomdansen deed
zo aan haar wekelijkse wip kwam
in de Royal Festival Hall

Zwiepend met haar kunstheup
ouwe geiten zijn het geilst around noon

Een gedicht met een verrassende afloop. Dit ontdek ik op de valreep. Carmien Michels kan ook de humor als wapen hanteren. In veel gedichten is zij (terecht!) boos op van alles en nog wat, maar vooral op de wereld waar zij met haar levensvisie niet inpast. Zaken relativeren, een satirische benadering van de werkelijkheid kan de dichteres lucht geven. Hier ligt voor haar nog een wereld open. We komen van ver is een opvallende debuutbundel met kwalitatief goede gedichten. Iets strenger selecteren bij de samenstelling van deze bundel zou welkom geweest zijn. Niet alle gedichten overtuigen, sommige blijven echt ontoegankelijk en het verschil tussen de beste en de minder geslaagde gedichten is soms te groot. In de toekomst valt nog veel mooie poëzie van Carmien Michels te verwachten, maar ‘Vlieg niet uit voor de storm / beklim de zon op armkracht’.

***
Carmien Michels (Leuven, 1990) is schrijfster en performer. In januari 2016 werd ze Nederlands kampioen Poetry Slam. Op het wereldkampioenschap Poetry Slam in Parijs haalde ze in mei 2016 de derde plaats. Sinds november 2016 is ze Europees kampioen in deze discipline. Haar debuutroman We zijn water verscheen in 2013. Haar tweede roman Vraag het aan de bliksem kwam in 2015 uit. De bundel We komen van ver is haar poëziedebuut. Carmien Michels ontwikkelde diverse projecten met anderen uit de theater- en museumwereld. Ook richt ze zich als woordkunstenaar op doelgroepen als anderstalige nieuwkomers, kinderen in psychiatrische ziekenhuizen en mensen in armoede.

NK Poetry Slam

In de halve finale van het NK Poetry Slam strijden achttien kandidaten om een plek in de finale. Het zijn de winnaars van de regionale slamtoernooien.
We vroegen de halve finalisten ons een gedicht te sturen waarmee ze onze lezers kunnen overtuigen dat zij het kampioenschap moeten winnen. In hoeverre zij daarin zijn geslaagd kunt u hieronder beoordelen.
De halve finale wordt op 13 januari gehouden in De Bastaard & Hofman Café in Utrecht.
Zie verder: www.poetryslam.nl/nk

Merlijn Huntjens

zo de zomer de herfst niet 

een boom, uitgetrokken, ploegt het land om
en wij kunnen zien dat hij er was. in de herfst 

ruik je het rotten en je noemt het fris. deeltjes
condens kietelen je neusharen en je niest.
 
het aflopen van de zomer is bitter. je kapsel
klit aan je muts en ik heb geleerd dat ik 

ze nooit kam. dat de tanden je haren
nooit echt delen. zo raak ik je niet,
 
de zomer de herfst niet. 

een boom, uitgetrokken, ploegt het land om,
raakt de korrel van de grond niet. zo raak ik je niet.
 
je voelt de losse grond, je ziet vocht, ruikt rot
en je wilt er een hut bouwen. ik zeg; is goed. 

laten we de omgewoelde aarde bijeen drukken.
hier komt onze tuin. zet er maar een hek neer. 

op deze plek waar de zomer ooit geleefd heeft. 

Robin Veen

TV

Een vorm van ontwaken was het
zoals de ruis door je lichaam vrat.

Een regen van kiezelstenen verwrongen tot nachtmerries
vol hinnikende paarden. Vraagtekens op lopende banden
eindigend in een gongslag als een doodklap voor de nacht.

Het schetterende  licht benadrukte de duisternis waarin
alle stomme lullen zoals jij verloren rondtastten.

Nu slaap je ademloos. Op honderd zenders
worden dromen voor de nacht verkocht.
Geen mens weet meer wat wakker worden is.

Jee Kast

nog steeds

Ik ben nog steeds
je liefde op papier,
een stem van weleer, een ridder op een paard,
voor een storm ver van hier.

Ik ben overal geweest,
Oost – West – Noorden zoek,
een barstje in een Tomtom, elke kern heeft een center,
elk huisje heeft een vloek.

Ik heb nog steeds
die liefde op papier,
Don Quichot zonder molen, tastzin van een blinde,
durf reizen zonder dolen.

Ik ben overal geweest en het meest van al hier,
ik kras namen van steden, sleep pen over papier.
Avontuurlijk bestaan, in woorden gevat,
ik verdrink, gelukzalig, in een waan,
een rijke woordenschat.

Chelsea Oost

De wind waait onzichtbaar en doet  de takken van de bomen bewegen
regen valt neer en als de donkere wolken in de lucht eindelijk zijn verdwenen
is het aan de zon om het water te verdampen:
De  kringloop van het leven

Precies op de goede afstand  is de stand van de planeten
kometen  door de ruimte zwevend
de zon zorgt voor licht zelfs via de maan in de nacht
eb en vloed worden geregeld  op de minuut af
geen leven zonder alle sterren en  planeten die op precies de goede plek en afstand lijken te zweven :
De kringloop van het leven

Onderaan de voedselketen staan de  verteerders  die goed doen aan de planten
de planteneters eten planten  om door de vleeseters te worden opgegeten
maar geen van allen kan bestaan zonder de ander :
De kringloop van het leven.

De mens steelt uit de zakken van een ander  om hem vervolgens van het leven te beroven
hij maakt natuur kapot  en dieren af
De mens  is  verantwoordelijk voor de grootste misdaden tegen de aarde
en tegen zichzelf
meer gefocust op dood zonder noodzaak dan leven :
De kringloop van het nemen.

Mischa van Huijstee

Vallende kersenbloesem

O-uchi-gari
    ik voelde me licht worden
O-soto-gari
    de vloer verdween onder mijn voeten
Tai-otoshi
    klonk het ergens tussen hemel en aarde
Uchi-mata
    weergalmden nog zijn woorden
    bij het neerkomen
Oseakomi
    zo besloot mijn leraar de judoles
Uki-waza
    en ik was de enige
    die nog naar wasverzachter rook

Von Solo

Pantserkruiser Potemkin

Aangedreven door schroeven
Grote kanonnen genoeg
Pompende machines in de buik
Doorklievend met een stalen boeg

In je haven aangemeerd
Tijd voor een groots onderhoud
De zaak moet doorgesmeerd

Pantserkruiser voor de ware liefde
Als graanschip vol met rijpe zaden
Pompende machines in de buik
Geen woorden meer, maar daden

Anker uit en trossen los
Hoe kan dat tegelijk
Net zo zinloos als je afvragen
Of ik op een pantserkruiser lijk

Toch is het zo, nu weet je het zeker
De ramboeg zit erin
Je maakt water nu, ontken het maar
Ontkennen heeft geen zin

De golven breken je, je verzuipt erin
En kreunt naar adem snakkend zacht
Pantserkruiser
Potemkin

Gerda Blees

Wim is weg

hij heeft zijn heupfles en zijn plastic zak gepakt
en ook zijn rode fiets en is gaan rijden
naar een bouwplaats aan de Schie

hij is gaan praten met de kabbelingen in het water
eerst nog zacht maar later schreeuwde hij een lied
iets zwaars, een psalm of een stuk passie of zoiets

daarna is hij op zijn buik gaan liggen om te kijken
toen het water niet begon te stijgen heeft hij
zelf zijn lippen ernaartoe gebracht

hij voelde waterkou op zijn gezicht misschien
maar niets is zeker en vooral niet wat hij dacht
of wie of wat er op hem in begon te zinken

Ditmar Bakker

De Homo

Je vroeg me of je harder kon gaan neuken;
je zat al in me. Zowat negentien
centimeter voelde ik aanbeuken.
Ik spoog, en zei daarna zwoel: “Even zien,

ik ben nog hard, gebogen in de keuken,
en jij hoort slechts gepuf & geen gegrien—
men stopt pas bij complexe ribbenbreuken,
dus waar was jij alweer gebleven, Rien?”

Zijn antwoord was een felle demarrage.
Ik, als een goed ontsloten Ribandel,
wist vieren steeds mijn kringspier, en massage

omklemmend teder heel zijn klokkenspel.
Een laatste peristalt—hopla! Drainage…
De roos van vlees lekt proteïnegel.

Bram Schrijnen

Spleen

In een rechthoek
kun je niet zoeken
In een cirkel blijf je dwalen
“Verlies ik mijzelf in het hoekje?
Of wobbel ik mijn lichaam over het ronde gladde oppervlak?”
Wobbel je een doorgang
Zoek de losse hoeksteen
De harmonieuze kans
op ’t oneindige spleen.

Den Bosch, december 2006

Else Kemps

[Gedicht volgt later]

Naomi Warndorff

Speld

Ik ben in Afrika opgegroeid. Mijn bewustzijn is van daar
Met vijf klontjes in de thee
in de schaduw, op de grond,
Zij spraken Chitumbuka
en ik verstond hun gezicht.

Ik ben in Afrika grootgebracht.
Nee niet in Zuid-Afrika. Nee, niet met Shell of
Zonder Grenzen.
Dat is niet aan mij te zien, net zo min
als ik aan jou kan zien
of ik je zwart mag noemen, bruin,
of donker.
Liever noem ik jou mijn mede.
Maar vandaag zag ik je fietsen.
Torenhoog, je handen breed, je schouders fier en waardig.
Je droeg jezelf als je leren tas
Je werd omwapperd door een Matrix-jas
Als je op een fiets kan schrijden, was dat zeker wat jij deed.

Ze zeggen: black is beautiful
Ik ben het ermee eens
Ik vond je zó waardig mooi maar
Hoe dit dan te zeggen, zonder te klinken als
een exotische vlinderverzamelaar, die weer een prachtig exemplaar –
een speldenprik, dwars door je hart, herinner ik jou dan aan zware,
half vervlogen tijden?
En dat ik dan symbool sta voor de kleur aan de andere zijde.

Ik ben in Afrika opgegroeid. Nee niet in Zuid-Afrika.
Nooit zul jij dat van mij weten
Onverstoord schreed jij voort.

Carmien Michels

De koning te rijk

Ik moet de bedelaars van me afschudden,
degenen die ik wel en niet vijf euro leende
om een trein te nemen naar dreigingsniveau vier.
Vaak moet ik kiezen tussen een broodje brie
en een aalmoes voor een schooier, een tweestrijd waarbij steevast
een derde hond wegloopt met het been dat ik gooi,
zodat zowel de zwerver als ik moeten kniezen
op een stoep waar pas verstoten sigarettenpeukjes
voor kerstverlichting spelen, hongerend en hunkerend,
ik met een baksteen, hij met kiezels in de maag.

Nog nooit heeft één mens de wereld van armoede kunnen redden
bedenk ik wanneer de hond van de bedelaar
een nieuwe mecenas aanblaft, voor iedere passant een driekoningenliedje gromt
in de hoop sterkedrank voor zijn baas te kunnen kopen.

Terwijl de bedelaar verderop met graaiende vingers
heilige verzen in een vuilnisbak schrijft,
bereken ik in de weerspiegeling van een regenplas
de kans dat mijn bedelvriend win for life wint
als elke passant hem iedere dag van het jaar een biljetje schenkt.
Na veel becijfer en geduizel juich ik de toekomst toe:
zonder rekenfouten kom ik uit op: “de kans is groot”.
Ik roep de man maar hij luistert liever naar een stompje brood,
een broodje brie dat hij verderop in de goot vond.
Zonder verder vertoon van vriendelijke schijn
blaast hij de aftocht naar een land waar ik bij gebrek aan verbeelding
niet welkom ben, waar een buitenwipper met een valse lach zegt
dat enkel de man met de manke hond
in dit leven dansen mag.

Sandy Bosmans

Eeuwig

Niemand weet wat ons beweegt
Wetenschap claimt
Dat ademen een automatisme is
Maar mensen sterven vaak alleen
En ik denk dat wetenschap
Pragmatisme mist
Er zijn voordelen te vinden
In het leven als een zonderling
Maar ik weet maar een ding
Liefde is iets wat je er bij iemand uithaalt
Zit er diep in
En als je niemand hebt om het naar uit te stralen
Wie moet het dan diep uit je halen
Haal jij ‘t uit mij
Dan doe ik hetzelfde voor jou
Doe het niet alleen voor mij
Maar ook voor jou
Liefde is wederkerig
En ik zal je nooit alleen laten
Al is t maar om tot de allerlaatste milliseconde met je
Over de domste dingen te blijven
Praten …

Yannick Moyson

Vers Geweld

Ze zijn natuurlijk
maar door de mens afgezaagd.

In hun hoofd een zwartkijker
die de witte leegte instaart

Vers geweld wordt dagelijks
de gevaarlijk creatieve wereld ingestuurd.

Hebben wij dan niet de plicht ze te wapenen met een pen, een penseel of een piano?

Want waar al deze creatievelingen verder willen gaan
duwt de wereld nog steeds op de rem
en daar moeten wij toch een halte aan roepen

FULL STOP

Marloes Robijn

Reparatie

naar jezelf kijken in het zwart
van een apparaat dat niet meer aan wil
het laatste bericht zacht nazoemen
over dingen die hier daar zijn

denken hoe je ooit opging
in een menigte waarvan je
schets en scheiding bij je draagt
en of zonder alleen werkt zolang

hier ongekende beweging
daar buigzaam genoeg is
het wederkerend voorwerp
een eigen plooi te geven

en je in het zwart nog levendig ziet
wat verder reikt dan pas opgelopen  

De gedichten staan in de volgorde waarin we ze hebben ontvangen. Van drie kandidaten ontvingen we geen gedicht.
Alle informatie over de halve finalisten is te vinden op www.poetryslam.nl/nk/kandidaten.

Met dank aan Het Literatuurhuis voor de medewerking.