Recensie van als zand in plooien van een olifant - Theo Monkhorst

waar mijn taal geboren werd

Theo Monkhorst
als zand in plooien van een olifant
Uitgever: De Witte Uitgeverij ,De Witte Uitgeverij ,De Witte Uitgeverij
2012
ISBN 9789461071316
€ 19,50 - met cd
52 blz.

December 2011 maakte Theo Monkhorst met zijn vrouw een tiendaagse toeristische rondreis langs enkele natuurgebieden in noordelijk Tanzania: Lake Manyara, Lake Eyasi, Karatu, Ngorongoro Krater en Serengeti.
Terug in Nederland schreef hij een een aantal losse gedichten over wat hij daar als volstrekt anders ervaren had: de zon, de maan, het water, de acaciaboom, de wilde dieren en vogels, de geuren, de taal, de muziek en het geluid. De losse gedichten voegde hij vervolgens samen tot een doorlopende strofische poëziecyclus van 118 regels die de tweetalige titel kreeg Als zand in plooien van een olifant / as sand in wrinkels of an elephant, want er werd direct ook een Engelse vertaling van gemaakt.

Tijdens zijn reis maakte Monkhorst dagelijks een foto van de lucht en een foto van de aarde op de plek waar hij op dat moment stond. Op die manier wilde hij telkens de plaats markeren waar hij was, de datum en zijn aanwezigheid op dat moment – dus een voetprent behouden van zijn aanwezigheid. Deze foto’s, die het uitsluitend van de gedachte erachter en zeker niet van enige artistieke waarde moeten hebben, staan ook in het boek, twintig in totaal, twee per pagina – de hemel boven, de aarde onder – en twee keer afgedrukt, zowel bij de Nederlandse als de Engelse tekst. In het hart van de bundel staat tussen de Verantwoording en de Acknowledgments over twee pagina’s dan nog een foto van een geplooide olifantshuid, sprekend gelijkend op een ingedroogde modderbodem.

Dit alles leverde een mooie uitgave op, waarbij de hier te beantwoorden vraag is of de bundel ook poëtisch gezien de moeite waard is, al is dat aspect misschien ondergeschikt aan het hele project.

Monkhorst, van wie ik niet eerder iets had gelezen, schrijft poëzie waarin hoofdletters en interpunctie ontbreken en waarin evenmin plaats is voor poëtische middelen als eindrijm en metrum. De versregels zijn van ongelijke lengte en hij doorbreekt vaak de grammaticaliteit van zijn zinnen met beknopte constructies en door op syntactisch onverwachte plaatsen ineens met bijvoorbeeld een opsomming of een pregnante observatie te komen. Het is eigenzinnige poëzie waar een opvallende kracht vanuit gaat, omdat zij er in slaagt de concentratie over te brengen waarmee de dichter haar geschreven heeft. Voorwaarde is wel dat de lezer bereid moet zijn de losse elementen die Monkhorst soms iets al te achteloos uitstrooit, zelf te verbinden.

Dit is het begin:

waar alles heden is geen morgen alleen ochtend
als de grote gouden doder levenschepper opstaat en alles wekt
licht de plaats inneemt van tijd

onder de reuzendoder
levenwekkend
boven alles
vader van vuur
zichtbaar in de schaduw die hij niet is
in wat hij verwekt en sloopt
kokende huid dampend bloed
broer van liefelijke sikkel droomkoningin licht strooiend
over sluimeraars en sluipers als hij slaapt
hitte voor blinden schepper van doodsangst
genoemd liefde
want alles groeit door hem
levende paradox

En zo eindigt de cyclus:

ondermijnt mijn verleden
nog steeds het pad van mieren
of sterkt mijn trots de burcht van de termieten

het bloed van dit land in mijn aderen
voeten in aarde hoofd in hemel
op deze plaats waar mijn taal geboren werd tot Ik?

rest overgave zonder antwoord
langzaam knielen
zonder zelf
verloren
in de ruimte

voor de grote gouden doder levenwekkend
die de wereld inpakt in zijn schaduw
waar dood onbekend is
alleen sterven een naam heeft
tijd verdwijnt en ontbreken ontbreekt

Monkhorst had tijdens die korte vakantiereis door Tanzania kennelijk het vermogen om zich enerzijds over te geven aan de overweldigende ervaring die dat land hem bezorgde, en anderzijds zich van zichzelf bewust te blijven en waar te nemen, te registreren wat het met hem deed. Hij vond er een aansprekende vorm voor.

***
De Engelse vertaling as sand in wrinkels of an elephant is van Joy Misa. De in Den Haag wonende Engelse componist Kerry Woodward maakte hierop een compositie, die op de bijgeleverde cd wordt uitgevoerd door de mezzosopraan Janneke Schaareman. Op de cd staan ook de voordrachten van de cyclus door de acteurs Joop Keesmaat (Nederlands) en Donald van der Maaten (Engels).
Theo Monkhorst (1938) publiceerde o.a. in Hollands Maandblad en Poëziekrant . In eigen beheer gaf hij twee kleine bundels uit: City of Glass (1960) en In het voorbijgaan (1998). Bij BZZToH verscheen in 2000 Poging tot benadering en in 2010 bij De Witte Uitgeverij Omdat er iets ontbrak.
Monkhorst schrijft verder columns op de website www.haagsecolumnisten.nl, romans (Brieven aan mijn liefste, 2005, Vuil bloed, 2010) en toneel (King Dik, nar en koning, 2010).

Recensie van Omdat er iets ontbrak - Theo Monkhorst

Verlangen naar een ‘coming out’

Theo Monkhorst
Omdat er iets ontbrak
Uitgever: De Witte Uitgeverij
2010
ISBN 9789461079992
€ 10,00
60 blz.

Zo’n Herman Koch; scoort in 2009 een hit met Het diner en brengt met Ideale schoonzoon dit najaar alweer zijn volgende roman uit. Het is een productie die ontzag inboezemt, jaloers maakt misschien, nog los van de kwaliteit of houdbaarheid. Ook het poëtische literaire landschap kent in Nederland zijn veelschrijvers. Mark Boog gooit in dat opzicht hoge ogen met zes dichtbundels en vier romans sinds zijn debuut in 2000. Hetzelfde geldt voor dichters als Arjan Duinker of Eva Gerlach die al jaren een moyenne halen waar uitgever én liefhebber hun vingers bij aflikken. Van de laatste verschijnt overigens nog dit jaar de bloemlezing Het gedicht gebeurt nu met een weerslag van dertig jaar dichterschap. Iets om naar uit te kijken.

En toch, goed beschouwd is er veel te zeggen voor schrijvers met een beperkt oeuvre. Zij lopen minder het risico dat hun kunst langzaamaan het gezicht van een kunstje krijgt of anderszins aan eigen succes ten onder gaat. Zeker als een vroege dood de oorzaak van de bescheiden productie is, kan dat de roem alleen maar ten goede komen. De enige held is toch een dode held, niet waar?

Theo Monkhorst leeft en een veelschrijver is hij zeker niet. In vier decennia gaf hij twee dichtbundels uit en nu volgt bij de Witte Uitgeverij in de serie ‘verse voeten’ zijn derde bundel. “Mijn coming out als schrijver”, zegt de geboren Hagenaar er zelf over in een interview van voorjaar 2010. Zijn uitgever heeft er voor de zekerheid aan toegevoegd dat het een selectie betreft van de laatste tien jaar. Wel een kleine tegenvaller, want liever krijg je toch het beste van zo’n tijdvak voorgeschoteld. Maar vooruit, het zal de formulering zijn.
En het is waar, de titel Omdat er iets ontbrak brengt je onmiddellijk met twee voeten daar waar je wilt zijn; in de klei waar de schrijver spit en zwoegt totdat ‘het’ aanschijn krijgt. Als hij hier vervolgens ontdekt dat er heel wat ontbreekt en dit als leitmotiv op de kaft laat zetten, dan voel je dat er mogelijk muziek tussen die kaften schuilgaat. Immers, waar de afwezigheid tegenwoordigheid krijgt, is poëtisch leven mogelijk. Volmaaktheid vuurt nu eenmaal maar weinigen aan tot schrijven, het verlangen ernaar des te meer. Zo is de titel op zich al een belofte van het landschap dat de dichter belooft te ontvouwen.
De vier secties van de bundel tellen samen een veertigtal gedichten. Om het gelijk maar te verklappen, in de derde sectie getiteld ‘Zoeken in wit’ zijn de beste te vinden. Deze veelal korte verzen draagt Monkhorst met een in memoriam op aan ‘H.O.’, naar ik aanneem een geliefde. Het openingsgedicht krijgt daardoor meteen een extra lading die ook beklijven wil:

Verbond

Zij had de schoonheid van papier
waarop men schrijven kan
zo wit was zij, haar huid, haar kleren.

Hij schreef op haar: u hoort van mij
en deed daarmee de levende belofte
voortaan voor haar zichzelf te zijn.

Wat hier in de eerste regels begint met een tedere aanraking, zoals van de schrijvende hand het papier, krijgt een mooi vervolg in het contrast tussen de erotische zintuiglijkheid van ‘hij schreef op haar’ en het zakelijke, goed getimede ‘u hoort van mij’. Door de keuze van de dichter om de twee korte strofen elk met een hoofdpersoon te beginnen, Zij en Hij, krijgt het gedicht daarnaast meer intimiteit, alsof je getuige bent van een dialoog tussen twee geliefden. In de slotregel vinden deze gesprekspartners elkaar in wat je toch mag lezen als bron en bestemming van de liefde zelf; ‘voor elkaar zichzelf te zijn’. Een raak gedicht dus met een happy end zonder sentiment. Helaas blijkt het al snel een hoogtepunt in een verder tamelijk vlak landschap.

Bij de meeste gedichten begint het probleem al in de openingsregel waar Monkhorst grossiert in observaties die je moeilijk met iets anders dan schouderophalen kunt begroeten. "De schommel hangt", "De ochtendzon is koud", nee, zoiets maak je niet meer goed. Ook weinig functionele enjambementen werken niet mee. "In Rome staan de deuren/en de ramen open (…)". So what. Dit is een beschrijving die zichzelf op geen enkele manier overstijgt en eerder de deur onmiddellijk dichtgooit dan de lezer uitnodigend naar binnen trekt. Het typeert het dichterschap dat uit deze bundel naar voren komt.

Inderdaad, in de wereld van Monkhorst ontbreekt nogal wat, meestal te veel om er als lezer meer dan een poëtische intentie in te zien. Deze dichter, die droomt van een ‘coming out’, weet uit de ervaring van het onvolledige en onvolmaakte niet datgene te putten om in zijn poëzie het omhulsel van woorden een inwendig lichaam te geven, met een hart dat verlangt, zoals je van een beetje schepper mag verwachten.

***
Van Theo Monkhorst (1938) verscheen in 1960 City of Glass (uitg. André Deroubaix, Doornik) en in 2000 Poging tot benadering (uitg. BZZToH).
Verder publiceerde hij de korte roman in briefvorm Brieven aan mijn liefste (uitg. Synthese, 2006) en het toneelstuk King Dik, nar en koning (De Witte Uitgeverij, 2010) dat als openbare lezing in het Spuitheater is opgevoerd met o.a. Anne Wil Blankers en Boris van der Ham. Verder zal nog dit jaar de roman Vuil bloed bij De Witte Uitgeverij verschijnen en begin volgend jaar de roman Uit liefde stommeling.
Theo Monkhorst was columnist van de Haagse Courant en is medeoprichter van de website www.haagsecolumnisten.nl.

Gedichten

Ik maak de maan

Voor D.

Hoog de felle maan
en vlokken wolk kwaadgrijs
ik in het licht

zie het schuiven van
wolken voorlangs
de grote lachebek

maar wolken
weten niet van maan
en maan weet niet van wolken

alleen ik ken de lachende maan
achter wolken die kwaadheid niet kennen
laat staan schuiven voorlangs

ik die het licht ontvang
de maan maak
en het schuivende kwaad.

Oude botten en jonge vijgen

Oude botten hebben licht nodig
als de vijg zwanger raakt, vol hoop
op glans, ondanks de kans op vorst,
waardoor vruchten verdorren
als oude botten zonder licht.

Oude botten als jonge vijgen zijn verliefd
op licht, het eerste van het jaar, het verse,
als wintertijd verruilt voor zomer dan
leven oude botten op en jonge vijgen
en worden hard en zachter.

Deze roos
rood en groot
zonder geur om precies te zijn,
want daar gaat het om: precies,
pijnlijk precies, om te ontdekken
wat wij gemeen hebben
deze roos en ik.

Deze roos, precies
deze roos vervult mij:
als hij hier niet was,
was ik niet wat ik hier ben.