Gedichten

Michael Ondaatje (1943) is een Canadese schrijver die in Sri Lanka is geboren. Hij kreeg internationale bekendheid met zijn verfilmde roman The English Patient.

Het vreemde geval

Mijn hond heeft mijn alter ego aangenomen.
Speelt de baas – paradeert door het huis
fallus hangend blakend en rauw
voor de neus van gasten, snuffelt
met kop onder rokken
terwijl ik worstel met mijn regenteske inborst.

Vorige week toen ik de oppas naar huis bracht.
Zij, zich niet bewust van hond op donkere achterbank,
ging maar door over het gedrag van de kinderen.
Op Huron Street kwam de hond naar voren
en likte haar oor.
Ik reed zestig kilometer per uur
zij leek verbaasder
over mijn rijvaardigheid
dan mijn onfatsoen.

Het was de hond maar, zei ik.
O, zei ze.
En ik de hele weg piekeren over wat ze bedoelde.

Vertaling: Jeroen Teitler

*

Barack Obama (1961) werd in 2009 de 44ste president van de Verenigde Staten.

Ondergronds

Onder water grotten, holen
vol met apen
die vijgen eten.
Stappend op de vijgen
die de apen
eten, knerpen ze.
De apen brullen, ontbloten
hun tanden, dansen,
tuimelen in het
kolkend water,
muffe, natte vachten
glinsteren in het blauw.

Vertaling: Daan Bronkhorst

*

Wisława Szymborska (Polen, 1923) woont sinds haar achtste jaar in Kraków en begon te publiceren in 1945. In 1996 kreeg ze de Nobelprijs voor de Literatuur.

Lof van de geringe eigendunk

De buizerd heeft zichzelf niets te verwijten.
Scrupules zijn de zwarte panter vreemd.
Piranha’s twijfelen niet of hun daden wel rechtmatig zijn.
De ratelslang aanvaardt zichzelf zonder voorbehoud.

Jakhalzen met zelfkritiek zijn onbestaanbaar.
Sprinkhaan, kaaiman, haarworm, horzel
leven zoals ze leven en zijn er gelukkig mee.

Honderd kilo weegt het hart van de zwaardwalvis
maar in een ander opzicht is het licht.

Niets is dierlijker
dan een zuiver geweten
op de derde planeet van de zon.

Vertaling: Gerard Rasch

*

Primo Levi (Italië, 1919-1987) werd als verzetsstrijder naar Auschwitz gedeporteerd. Over de ervaringen in het kamp schreef hij diverse boeken, waaronder Is dit een mens?

De overlever

                       Voor B.V.
                       Since then, at an uncertain hour

Sindsdien, op een onvoorspelbaar uur,
Komt deze smart weer,
En als hij niet iemand vindt die hem hoort
Voelt hij het hart in zijn borst branden.
Hij ziet de gezichten weer van zijn gezellen
Grauw in het ochtendlicht,
Grijs van het cementstof,
Wazig door de mist,
Gekleurd door de dood in hun onrustig slaap:
‘s Nachts bewegen de kaken
Onder de zware last van hun dromen
Kauwend op een niet bestaande raap.
‘Terug, weg van hier, verdronken mensen,
Ga. Ik heb niemands plaats ingenomen,
Ik heb niemands brood ingepikt,
Niemand is dood in mijn plaats. Niemand.
Ga terug naar jullie nevelige wereld.
Het is niet mijn schuld dat ik leef en adem
En eet en drink en slaap en kleren draag.’

Vertaling: Willem Bronkhorst

*

José Saramago werd in 1922 geboren in een dorpje in Portugal. Voor zijn werk, waaronder de roman Stad der blinden, kreeg hij in 1998 de Nobelprijs voor de Literatuur.

Laat ze nu eindelijk komen

Laat nu eindelijk de andere vreugden komen.
Vurige dageraden, kalme nachten,
Laat de verlangde vrede komen, harmonie,
En redding van de vrucht, en zielenbloemen.
Laat ze komen, mijn lief, want dezer dagen
Ben ik dodelijk vermoeid,
Door woede en angst
En niets.

Vertaling: Sander de Vaan

*

Henry Longfellow (1807–1882) was een Amerikaanse schrijver en pedagoog. Zijn bekendste werk is het Lied van Hiawatha.

De natuur

Zoals een lieve moeder aan het eind der dag
Haar klein kind aan de hand neemt en naar bed toe leidt,
Zoals het dan meegaat, half-gewillig, half met spijt,
‘t Kapotte speelgoed achterlatend waar het lag,
Waarnaar het bij de deur nog even kijken mag
Zonder dat het zich van alle zorgen voelt bevrijd
Door de belofte van nieuw speelgoed op z’n tijd
Dat misschien mooi is, maar niet zó mooi als gedacht,

Zo doet ook de natuur en ontneemt ons, mensen,
Ons speelgoed, stuk voor stuk, en brengt ons dan tot rust
Zo zachtjes aan de hand dat ‘t gaan gemakkelijk lijkt
En we nauw weten of we ‘t gaan of ‘t blijven wensen,
Té overmand door slaap veeleer dan ons bewust
Hoe ver wat we niet weten boven ons weten reikt.

Vertaling: Daan Bronkhorst

*

Robinson Jeffers (Verenigde Staten, 1887-1962) schreef dit gedicht in 1960 bij het overlijden van zijn vrouw, met wie hij vijftig jaar samen was.

Crematie

Het wist mijn angst voor de dood bijna uit, zei mijn liefste,
als ik aan crematie denk. Wegrotten in de aarde
is een gruwelijk einde, maar vlammend opstijgen – dat ben ik trouwens wel gewend,
vlammen van liefde of woede deed ik zo vaak tijdens mijn leven,
geen wonder dat mijn lichaam moe is, geen wonder dat het stervende is.
We hadden veel plezier van mijn lichaam. Verstrooi de as.

Vertaling: Bernadette Booij

*

Hester Knibbe (1946) publiceerde zeven dichtbundels en kreeg in 2001 de Anna Blamanprijs.

Vannacht

Vannacht twee kinderen gered.
Ze lagen onder dun, zwart ijs;
de één zag grijs, de ander blauw,
ik heb ze op het gras gelegd,
dat hard onder mijn voeten brak,
hun lijfjes droog en warm gewreven
en ze mijn adem ingeblazen.

Daarna de ochtend ingekeken,
die lauw over het water lag,
een mouwloos T-shirt aangedaan,
wat grassen in een vaas geschikt,
twee kinderen uit hun slaap gevist.