Gedichten

Francis de Preter (Deurne-Antwerpen, 1932), woont in Heist-op-den-Berg (B), schrijver, dichter en vertaler. Werkt mee aan tijdschriften in Noord en Zuid, w.o. Schoonschip, Portulaan, Gierik/NVT etc. Hij publiceerde een tiental dichtbundels en behaalde verschillende literaire onderscheidingen. Een Franstalige bundel is in voorbereiding (lente 2018).
 

Barometer

Het hemelbeeld
staat in de spiegel
van de barometer:
kijk hoe de naald
die in de luchtkolom prikt
de wolk doorboort,
zon doorlaat in het glas
en cijfert, kleinschalig,
wat heerst in de atmosfeer,
wat neerslaat in windzingen
buiten de hofmuren, binnen
het kader van licht
en donkere deuren.

Instrument, reflectie
van het heimwee
naar verloren dagen van schoonheid,
aanwezig in het gulden getal
aanwijsbaar met de magneet
aan de pijl, de staalblauwe
indringende pijnpijl.

Sneeuwdag

Het sneeuwt! De radio speelt
een vroegbarok Adagio.
In de oven rijst het brood
zoals een sneeuwbal opbolt
die uit kinderhanden rolt.
Zoet is de geur van het deeg,
maar ijs smaakt als ijzer op de tong,
zout als de zee, wit als bloem,
het manna van de winter.

Ik lig -voel sneeuwkristallen in de rug-
met kille leden voor het venster.
Het tafereel wordt ingezoemd:
zwaarbeladen Breughelbomen,
vinken als raven, bevroren op het doek.
Ik zie hutten, wankele schaatsers
op de glijbaan naast de steiger.
Ik zie jaren uit hun kader springen
en de zon, doorzichtig roze,
duikt onder dikke dekens van sneeuw.

Seizoenendans

Ze tollen in een dolle molendans,
in een zuchtend spiraal,
ze zoeken in hoeken en spleten
een onderkomen voor de wervelstorm
en afweer tegen harketanden:
de bladeren van november.

Bladerend door die oude krengen
vind ik nog een gloeiend exemplaar,
rood omzoomd, met krakende nerven:
zomer die taande, een afgerukte zonnestraal
als schaamteblos op een kinderwang.