NK Poetry Slam

In de halve finale van het NK Poetry Slam strijden achttien kandidaten om een plek in de finale. Het zijn de winnaars van de regionale slamtoernooien.
We vroegen de halve finalisten ons een gedicht te sturen waarmee ze onze lezers kunnen overtuigen dat zij het kampioenschap moeten winnen. In hoeverre zij daarin zijn geslaagd kunt u hieronder beoordelen.
De halve finale wordt op 13 januari gehouden in De Bastaard & Hofman Café in Utrecht.
Zie verder: www.poetryslam.nl/nk

Merlijn Huntjens

zo de zomer de herfst niet 

een boom, uitgetrokken, ploegt het land om
en wij kunnen zien dat hij er was. in de herfst 

ruik je het rotten en je noemt het fris. deeltjes
condens kietelen je neusharen en je niest.
 
het aflopen van de zomer is bitter. je kapsel
klit aan je muts en ik heb geleerd dat ik 

ze nooit kam. dat de tanden je haren
nooit echt delen. zo raak ik je niet,
 
de zomer de herfst niet. 

een boom, uitgetrokken, ploegt het land om,
raakt de korrel van de grond niet. zo raak ik je niet.
 
je voelt de losse grond, je ziet vocht, ruikt rot
en je wilt er een hut bouwen. ik zeg; is goed. 

laten we de omgewoelde aarde bijeen drukken.
hier komt onze tuin. zet er maar een hek neer. 

op deze plek waar de zomer ooit geleefd heeft. 

Robin Veen

TV

Een vorm van ontwaken was het
zoals de ruis door je lichaam vrat.

Een regen van kiezelstenen verwrongen tot nachtmerries
vol hinnikende paarden. Vraagtekens op lopende banden
eindigend in een gongslag als een doodklap voor de nacht.

Het schetterende  licht benadrukte de duisternis waarin
alle stomme lullen zoals jij verloren rondtastten.

Nu slaap je ademloos. Op honderd zenders
worden dromen voor de nacht verkocht.
Geen mens weet meer wat wakker worden is.

Jee Kast

nog steeds

Ik ben nog steeds
je liefde op papier,
een stem van weleer, een ridder op een paard,
voor een storm ver van hier.

Ik ben overal geweest,
Oost – West – Noorden zoek,
een barstje in een Tomtom, elke kern heeft een center,
elk huisje heeft een vloek.

Ik heb nog steeds
die liefde op papier,
Don Quichot zonder molen, tastzin van een blinde,
durf reizen zonder dolen.

Ik ben overal geweest en het meest van al hier,
ik kras namen van steden, sleep pen over papier.
Avontuurlijk bestaan, in woorden gevat,
ik verdrink, gelukzalig, in een waan,
een rijke woordenschat.

Chelsea Oost

De wind waait onzichtbaar en doet  de takken van de bomen bewegen
regen valt neer en als de donkere wolken in de lucht eindelijk zijn verdwenen
is het aan de zon om het water te verdampen:
De  kringloop van het leven

Precies op de goede afstand  is de stand van de planeten
kometen  door de ruimte zwevend
de zon zorgt voor licht zelfs via de maan in de nacht
eb en vloed worden geregeld  op de minuut af
geen leven zonder alle sterren en  planeten die op precies de goede plek en afstand lijken te zweven :
De kringloop van het leven

Onderaan de voedselketen staan de  verteerders  die goed doen aan de planten
de planteneters eten planten  om door de vleeseters te worden opgegeten
maar geen van allen kan bestaan zonder de ander :
De kringloop van het leven.

De mens steelt uit de zakken van een ander  om hem vervolgens van het leven te beroven
hij maakt natuur kapot  en dieren af
De mens  is  verantwoordelijk voor de grootste misdaden tegen de aarde
en tegen zichzelf
meer gefocust op dood zonder noodzaak dan leven :
De kringloop van het nemen.

Mischa van Huijstee

Vallende kersenbloesem

O-uchi-gari
    ik voelde me licht worden
O-soto-gari
    de vloer verdween onder mijn voeten
Tai-otoshi
    klonk het ergens tussen hemel en aarde
Uchi-mata
    weergalmden nog zijn woorden
    bij het neerkomen
Oseakomi
    zo besloot mijn leraar de judoles
Uki-waza
    en ik was de enige
    die nog naar wasverzachter rook

Von Solo

Pantserkruiser Potemkin

Aangedreven door schroeven
Grote kanonnen genoeg
Pompende machines in de buik
Doorklievend met een stalen boeg

In je haven aangemeerd
Tijd voor een groots onderhoud
De zaak moet doorgesmeerd

Pantserkruiser voor de ware liefde
Als graanschip vol met rijpe zaden
Pompende machines in de buik
Geen woorden meer, maar daden

Anker uit en trossen los
Hoe kan dat tegelijk
Net zo zinloos als je afvragen
Of ik op een pantserkruiser lijk

Toch is het zo, nu weet je het zeker
De ramboeg zit erin
Je maakt water nu, ontken het maar
Ontkennen heeft geen zin

De golven breken je, je verzuipt erin
En kreunt naar adem snakkend zacht
Pantserkruiser
Potemkin

Gerda Blees

Wim is weg

hij heeft zijn heupfles en zijn plastic zak gepakt
en ook zijn rode fiets en is gaan rijden
naar een bouwplaats aan de Schie

hij is gaan praten met de kabbelingen in het water
eerst nog zacht maar later schreeuwde hij een lied
iets zwaars, een psalm of een stuk passie of zoiets

daarna is hij op zijn buik gaan liggen om te kijken
toen het water niet begon te stijgen heeft hij
zelf zijn lippen ernaartoe gebracht

hij voelde waterkou op zijn gezicht misschien
maar niets is zeker en vooral niet wat hij dacht
of wie of wat er op hem in begon te zinken

Ditmar Bakker

De Homo

Je vroeg me of je harder kon gaan neuken;
je zat al in me. Zowat negentien
centimeter voelde ik aanbeuken.
Ik spoog, en zei daarna zwoel: “Even zien,

ik ben nog hard, gebogen in de keuken,
en jij hoort slechts gepuf & geen gegrien—
men stopt pas bij complexe ribbenbreuken,
dus waar was jij alweer gebleven, Rien?”

Zijn antwoord was een felle demarrage.
Ik, als een goed ontsloten Ribandel,
wist vieren steeds mijn kringspier, en massage

omklemmend teder heel zijn klokkenspel.
Een laatste peristalt—hopla! Drainage…
De roos van vlees lekt proteïnegel.

Bram Schrijnen

Spleen

In een rechthoek
kun je niet zoeken
In een cirkel blijf je dwalen
“Verlies ik mijzelf in het hoekje?
Of wobbel ik mijn lichaam over het ronde gladde oppervlak?”
Wobbel je een doorgang
Zoek de losse hoeksteen
De harmonieuze kans
op ’t oneindige spleen.

Den Bosch, december 2006

Else Kemps

[Gedicht volgt later]

Naomi Warndorff

Speld

Ik ben in Afrika opgegroeid. Mijn bewustzijn is van daar
Met vijf klontjes in de thee
in de schaduw, op de grond,
Zij spraken Chitumbuka
en ik verstond hun gezicht.

Ik ben in Afrika grootgebracht.
Nee niet in Zuid-Afrika. Nee, niet met Shell of
Zonder Grenzen.
Dat is niet aan mij te zien, net zo min
als ik aan jou kan zien
of ik je zwart mag noemen, bruin,
of donker.
Liever noem ik jou mijn mede.
Maar vandaag zag ik je fietsen.
Torenhoog, je handen breed, je schouders fier en waardig.
Je droeg jezelf als je leren tas
Je werd omwapperd door een Matrix-jas
Als je op een fiets kan schrijden, was dat zeker wat jij deed.

Ze zeggen: black is beautiful
Ik ben het ermee eens
Ik vond je zó waardig mooi maar
Hoe dit dan te zeggen, zonder te klinken als
een exotische vlinderverzamelaar, die weer een prachtig exemplaar –
een speldenprik, dwars door je hart, herinner ik jou dan aan zware,
half vervlogen tijden?
En dat ik dan symbool sta voor de kleur aan de andere zijde.

Ik ben in Afrika opgegroeid. Nee niet in Zuid-Afrika.
Nooit zul jij dat van mij weten
Onverstoord schreed jij voort.

Carmien Michels

De koning te rijk

Ik moet de bedelaars van me afschudden,
degenen die ik wel en niet vijf euro leende
om een trein te nemen naar dreigingsniveau vier.
Vaak moet ik kiezen tussen een broodje brie
en een aalmoes voor een schooier, een tweestrijd waarbij steevast
een derde hond wegloopt met het been dat ik gooi,
zodat zowel de zwerver als ik moeten kniezen
op een stoep waar pas verstoten sigarettenpeukjes
voor kerstverlichting spelen, hongerend en hunkerend,
ik met een baksteen, hij met kiezels in de maag.

Nog nooit heeft één mens de wereld van armoede kunnen redden
bedenk ik wanneer de hond van de bedelaar
een nieuwe mecenas aanblaft, voor iedere passant een driekoningenliedje gromt
in de hoop sterkedrank voor zijn baas te kunnen kopen.

Terwijl de bedelaar verderop met graaiende vingers
heilige verzen in een vuilnisbak schrijft,
bereken ik in de weerspiegeling van een regenplas
de kans dat mijn bedelvriend win for life wint
als elke passant hem iedere dag van het jaar een biljetje schenkt.
Na veel becijfer en geduizel juich ik de toekomst toe:
zonder rekenfouten kom ik uit op: “de kans is groot”.
Ik roep de man maar hij luistert liever naar een stompje brood,
een broodje brie dat hij verderop in de goot vond.
Zonder verder vertoon van vriendelijke schijn
blaast hij de aftocht naar een land waar ik bij gebrek aan verbeelding
niet welkom ben, waar een buitenwipper met een valse lach zegt
dat enkel de man met de manke hond
in dit leven dansen mag.

Sandy Bosmans

Eeuwig

Niemand weet wat ons beweegt
Wetenschap claimt
Dat ademen een automatisme is
Maar mensen sterven vaak alleen
En ik denk dat wetenschap
Pragmatisme mist
Er zijn voordelen te vinden
In het leven als een zonderling
Maar ik weet maar een ding
Liefde is iets wat je er bij iemand uithaalt
Zit er diep in
En als je niemand hebt om het naar uit te stralen
Wie moet het dan diep uit je halen
Haal jij ‘t uit mij
Dan doe ik hetzelfde voor jou
Doe het niet alleen voor mij
Maar ook voor jou
Liefde is wederkerig
En ik zal je nooit alleen laten
Al is t maar om tot de allerlaatste milliseconde met je
Over de domste dingen te blijven
Praten …

Yannick Moyson

Vers Geweld

Ze zijn natuurlijk
maar door de mens afgezaagd.

In hun hoofd een zwartkijker
die de witte leegte instaart

Vers geweld wordt dagelijks
de gevaarlijk creatieve wereld ingestuurd.

Hebben wij dan niet de plicht ze te wapenen met een pen, een penseel of een piano?

Want waar al deze creatievelingen verder willen gaan
duwt de wereld nog steeds op de rem
en daar moeten wij toch een halte aan roepen

FULL STOP

Marloes Robijn

Reparatie

naar jezelf kijken in het zwart
van een apparaat dat niet meer aan wil
het laatste bericht zacht nazoemen
over dingen die hier daar zijn

denken hoe je ooit opging
in een menigte waarvan je
schets en scheiding bij je draagt
en of zonder alleen werkt zolang

hier ongekende beweging
daar buigzaam genoeg is
het wederkerend voorwerp
een eigen plooi te geven

en je in het zwart nog levendig ziet
wat verder reikt dan pas opgelopen  

De gedichten staan in de volgorde waarin we ze hebben ontvangen. Van drie kandidaten ontvingen we geen gedicht.
Alle informatie over de halve finalisten is te vinden op www.poetryslam.nl/nk/kandidaten.

Met dank aan Het Literatuurhuis voor de medewerking.

Gedichten

Maarten Buser
Winnaar Bellum Poetica, de jaarlijkse poetry slam georganiseerd door studievereniging Awater

Beatrijs

Nu en mach minen lichame
Niet langher in dabijt gheduren

Ze hield meer van me dan ik
me voor kon stellen, dus nam ik,
terwijl ze nog sliep, de eerste bus

nadat ik hem mijn sleutel heb gegeven,
zodat hij bij haar in bed kon kruipen
Hij heeft mijn toestemming voor onder meer

lepeltje-lepeltje, maar hij weet dat ik,
jaren en studieboeken later,
aan z’n bed zal staan en hem weer af zal tikken

Marloes Robijn
Winnaar Leeuwarder Poetry Slam

Muren vallen niet

Het gaat er om de muren te behangen, dode dieren op te rapen
langs de weg. Naar beneden kijken als je wandelt, meenemen

wat je ziet. Hier zie je de opa omgeven door kasten

(vol mappen met brieven met stempels. Suikerzakjes (het liefst van
familiehotels), een kangoeroestaart, botten van terpen, onverwachte
stenen, een bericht van een koningin, noodzakelijke boeken meer
knipsels dan bladzij, hompjes van overblijfsels, opgedirkte vlinders)

en hier de oma

Het gaat er om de muren te wijden aan jaargangen
op planken, zelf zijn ze glad ontoegankelijk

neem er nooit te veel in huis

Het gaat er om de hoeken te vullen met stoelen
een voor de oma en een om uit op te veren

De vinger te leggen op voorwerpen, tegenlicht zoeken
voor wat je ziet. Misschien houdt alles alsnog

met elkaar verband

Hier zie je de oma in haar stoel. Na de val
kwam de kringloop voor wat kasten

Het gaat er om de afmetingen te behouden
niet te wijken voor de muren

Luuk Wojcik
Winnaar Gelderse Kampioenschappen Poetry Slam

OP EEN PLEIN

Dit is hoe een auto langzaam voorbij rijdt met
zoekende ogen achter de ruiten: dreigend, ’s avonds.
Een plastic zak is een autoraam.

Er staan bomen meer dan bankjes.
Er is altijd wel wat.

Hier loop je alsof je ieder moment een traptrede tegen kunt komen.
In een razend tempo groeien de stenen.
In een situatie vlakbij een casino schreeuwen mannen naar moeders.

Azuurblauwe neonletters van het hotel verlichten het gezicht
van het minderjarige meisje in de nachtwinkel.

Op de achterliggende weg zoeft een brommer voorbij.
Ik steek mijn arm uit, en maak van mijn hand een pistool, volg hem ermee.
Ik heb niets in mijn lichaam wat op kogels lijkt.

Roel Weerheijm
Gedeeld winnaar Pictura’s Poetryclash in Dordrecht

as is de opgerookte sigaret
as is je ontkleden voor het slapengaan
as is koffiedik
as is koffiedik littekens in mokken op een lege keukentafel
as is koffiedik of het oog boven de piramide?
as is vulkanen die barsten, roken, spuwen

vulkanen die slapen met hun oog dreigend geopend
as is de vrucht van de helling van de vulkaan

en de vrucht die aan de boom lachend lente hangt te zijn
as is het boek dat in brand staat
maar niet wordt verteerd door de vlammen

as is de jongen die op het eind van het etmaal
met een telescoop naar de maan kijkt
en de maan vermomd als man zonder lijf
die naar de jongen terugkijkt

de jongen had die avond gelezen over
exploderende sterren in gasnevels waar nieuwe
planeten manen en soms ook jongens met telescopen
uit ontstaan

Gedichten

Van wie verlaten

Hij staat van wie verlaten
vangt onzichtbare vliegen, weet niet
dat hij zelf die vleugels heeft

Zijn jas hangt jankend om hem heen
Sommige mensen groeien alleen in de winter

De moeder neemt de mantel
wil wel maar weet niet waar
die aai te plaatsen, vouwt
zorgvuldig, plaatsvervangend

Van de stof moet iedereen nadenken
te hard, besluiten ze, te veel
onbekende uitdrukkingen, beklemmende vingers
trekken aan een moedermouw. Hij zingt

Pak me dan, begrijp me
Ze kunnen hem toch niet krijgen

Negeer de pijlen

Van een halve sinaasappel
kun je een asbak maken
Van een asbak een bewaarbakje
dat is een dingendoos die je
als kist kunt inrichten
voor een klein dood huisdier
Van een doodskist met zand erover
kun je een moestuin maken,
van een tuin met geduld een bos
Van het hout een huis met een schoorsteen
en als je weet wie de rook verdwijnen zag,
de warmte voelde, een thuis
Van een thuis een herinnering,
van een herinnering een monster,
van een monster een aanwijsbare reden
Een aanwijsbare reden is iets
de verkeerde kant op uitstippelen
Uitstippelen is binnen de lijntjes blijven
Van die lijntjes knoop je net geen touw
waarmee je het monster in de moestuin
kunt bedwingen, het beest dat nu
door het hout naar binnen tocht
dat je creëerde met het besef
Je kunt niet meer terug
Die asbak wordt nooit meer
een halve sinaasappel
 

 

Reiger

Zet me op
als een reiger ongeveer
Vouw me
tussen het riet
En geef me die balende blik
over het water en de wereld

Maar aai me
voordat je kraaloogjes bevestigt
en me voor altijd aan de kant zet

nog een keer
over mijn gekrenkte rug