Gedichten

wij zaten in de kamer, de kamer waarin alles kon
gordijnen dicht, deuren dicht, ergens ver boven
ons een plafond van licht, en daar zaten wij dan
alles kon, maar wij deden niets, wij zaten, wij aten
en aten, wij zaten, wij deden de dichte gordijnen
dicht, wij vervingen het licht als het donker werd
de muren waren gewit, de deuren zaten dicht, wij
zaten in de kamer, de kamer waarin alles begon
de gordijnen zaten open, nu dicht, wij zaten, wij
aten, met de deuren gesloten, ergens ver boven
waar alles kon, alles kon, maar wij aten, wij deden
niets, niets in de kamer, wij zaten, wij deden de
gordijnen dicht, de muren waren wit, altijd licht
wij vervingen het licht als het donker werd, en dan
zaten wij, in de kamer, de kamer waarin alles kon
maar niets gebeurde, onder een plafond van licht

druk mijn hoofd tegen het asfalt
breek het, maak het vloeibaar
roer met uw pollepel in de baaierd
en draai gedachten tegen de haven aan

raak mij in ieder geval aan
leg uw hand op mijn vlezige harnas
of stomp erdoorheen met uw tong

als kauwgom plak ik aan de stenen
alstublieft, raak mij hoe dan ook aan
neem mij mee onder uw schoen
en laat mij de onderwereld zien