Gedichten

Robin Veen schreef elf jaar geleden zijn eerste gedicht. Vervolgens bewoog hij zich in de wereld van de poetryslam. Daar viel hij twintig keer in de prijzen. In 2015 stond hij in de halve finale van het NK poetryslam. Een mooi moment om zijn slamcarrière af te sluiten, vond hij.
Mede door zijn jarenlange podium ervaring wordt hij tegenwoordig regelmatig uitgenodigd om zijn gedichten op diverse podia ten gehore te brengen. Ook in gedrukte vorm vinden zijn gedichten steeds vaker een weg naar een geïnteresseerd publiek. In 2016 was Robin genomineerd voor de VUmc poëzieprijs en de Ongehoord Gedichtenwedstrijd.
Bij de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd deed hij het ook goed: in 2009 stond hij in de top 10, hij stond tweemaal in de top 100 en achttien keer in de top 1000. In diverse bloemlezingen zijn gedichten van hem terug te vinden. In eigen beheer gaf hij de bundels Ga hier aan land (2013) en 36 sonnetten (2016) uit.

 

BINNENWERELD

De deur sloeg met een klap achter me dicht. Omdat ik
door het raam geen kamer zie, woon ik sindsdien op het balkon.

Er zeilen meeuwen door mijn huis. Ik nam wel duizend keer
de deurklink in m’n hand, maar drukte nooit de twijfel neer.

Ver onder me zie ik het mierenvolk dat nijver gevels bouwt
waarachter iedereen de vloer belegt met laminaat,

zich warmt aan de moederhaard, zich aan een beeldscherm
heeft  gehecht dat hen de wereld toont en vrienden maakt.

Ik vraag me af:  wie hing de wolken in m’n huis?
En is er iemand thuis die op me wacht?

Er is geen vloer meer, geen plafond. Dit zou de hemel kunnen zijn.
De zon schijnt op m’n rug. Binnen valt mijn schaduw naar beneden.

DIT IS EEN MUUR

Hij praat zijn eigen zinnen na,
duidt zo de wereld voor zichzelf.
Dit is een muur, zegt hij, dit is een muur.
Vier letters zekerheid,
zorgvuldig in zijn hoofd gemetseld.

Tot iemand er een deur in opent.

Een overdaad aan taal verwart zijn kamer.
Wanhopig maait hij woorden van zich af.
Dit is een muur, herhaalt hij, dit is een muur.

AAN DE OEVER

De laatste pont trekt sporen in het goud
dat even later stolt tot duisternis.
Een vleermuis kruist de hemel af. Het is
nog niet voorbij, maar alles welbeschouwd

weet ik dat geen rivier haar tegenhoudt.
Het water fluistert de betekenis
van wat ooit was en wat ik nu al mis.
Ik raak haar even aan. Haar huid is koud.

Ze is al bijna aan de overkant.
Ik luister naar de krekels. Op de rand
van elke nacht vertellen zij elkaar

wie of ze zijn. Wij zwijgen als het graf.
De pont meert aan de overzijde af.
Pas morgenochtend komt hij weer voor haar.

Gedichten

Nog vijf gedichten die de aandacht trokken tussen de inzendingen in de tweede ronde van de Meander Dichtersprijs 2017.

Robin Veen (1953)

OVER

Omdat je precies in je eigen hoofd paste,
kon je de oorlog nooit winnen.
Achter iedere muur lachte de vijand.

In camouflagekleuren sloop je langs
de demarcatielijn tussen jou en de wereld.
Je leven mesbreed gevouwen.
Je wapen keurig ingevet om nooit te gebruiken.

Nu tast je hand breekbaar in de lucht;
een witte vlag vanuit de loopgraaf van het leven.
Boven je hoofd vind je de driehoek,
maar de kracht ontbreekt je te verheffen.

Aan alles komt een eind.
Buiten dwarrelen de bewijzen.
Ik zie hoe je ze nakijkt tot de vrede is getekend.

Etwin Grootscholten (1969)

ik ben in de war van je

vannacht ging je linkerhand
over mijn rug, masserend soms
met de palm soms met nagels
licht krassend in het schouder-
blad dan weer kriebelend net
boven mijn billen om daarna
langs de lendenen omhoog te glijden

het gaat niet zo heel goed met ons

maar vannacht toen je op je rug lag
één been opgetrokken met je volle
linkerborst onder mijn rechter-
hand totdat ik ook je nek streelde
daarna afdaalde jij je bekken kantelde
om de druk van de muis van mijn hand
beter op je venusheuvel te weten en
uiteindelijk mijn vingers speelden
met je meest complexe delen

het gaat niet zo heel goed met ons

en vannacht ging het dan wel
toen opgewekt en opgericht licht
dwingend mijn eenvoud zich openbaarde,
de vingers verstoten terug in balling
van de volle boezem opwaarts verend
met afgetrokken HEMA dekbedovertrek
totdat ik mijn tranen in je kussen schoot

ik ben in de war van je

Henrike Vellinga (1998)

Supermarkt

A. zegt dat je van Optimel onvruchtbaar wordt.
Dat weet ze zeker, heeft ze gelezen, staat ergens
zwart op wit.

Ik weeg haar woorden onverschillig,
knik wanneer ik op ‘BON’ druk
en plaats een dode dichter
tussen de vissticks tegen een diepvrieskist.

A. struikelt over de zoom van zijn jas
en doet alsof er niets gebeurd is.
Ik kijk hoe ze haar gevallen boodschappen
opraapt en schaam me voor de manier
waarop ze graait naar een familieverpakking
spinazie à la crème en broodjes bapao
voor in de magnetron. Soms doet ze dit:
koopt spullen die bij iemand anders passen
zodat de caissière niet om legitimatie vraagt
voor de wijn tussen de natte doekjes.

Het hoofd van de dichter is opzij gezakt.
Ik haal een kartonnen beker automaatkoffie
en ga naast hem zitten. Ik adem oppervlakkig
door mijn mond en zoek in zijn zakken
naar iets wat hier betrekking op heeft,
maar vind het niet.

A. rekent ondertussen probleemloos af,
vraagt met schelle stem of iemand het rottende
vlees in gangpad vijf in hemelsnaam
op kan ruimen.

Ramon van den Dungen (1970)

Cornflakes

Soms lukt het even niet. Zijn de cornflakes weer te zacht. Morst er latte op je blauwe das. Rijdt je taxi met een ander weg.

Soms lukt het even niet. Krijg je de E-snaar niet gestemd. Belt zij als je haar net vergeten bent. Is je hoofd een pak bedorven melk.

Soms lukt het even niet. Doet je lichaam wat je altijd vreest. Schreeuw je in de stilte van je BMW. Wil je slapen tot de pijn verslapt.

Michelle Brouwer (1991)

het een en het ander

ik vind mezelf even mooi als het geluid van een glas
dat over een houten tafel naar je toe geschoven wordt

even mooi als hoe je bovenbenen voelen bij thuiskomst
als je hebt gewandeld en het buiten rond het vriespunt is

even mooi als je neus in een kledingstuk steken
dat je op zolder bewaarde voor het juiste moment

even mooi als een mond vol Skittles tot het niet meer past
en het kleurenmengsel dat je uitspuugt in een servet

nee, even mooi als de eerste wintersneeuw zien vallen
over een gladde sneeuwweg lopen en wegzakken

met natte sokken over de deurmat wrijven
de tocht onder de deur naar je voelen grijpen

NK Poetry Slam

In de halve finale van het NK Poetry Slam strijden achttien kandidaten om een plek in de finale. Het zijn de winnaars van de regionale slamtoernooien.
We vroegen de halve finalisten ons een gedicht te sturen waarmee ze onze lezers kunnen overtuigen dat zij het kampioenschap moeten winnen. In hoeverre zij daarin zijn geslaagd kunt u hieronder beoordelen.
De halve finale wordt op 13 januari gehouden in De Bastaard & Hofman Café in Utrecht.
Zie verder: www.poetryslam.nl/nk

Merlijn Huntjens

zo de zomer de herfst niet 

een boom, uitgetrokken, ploegt het land om
en wij kunnen zien dat hij er was. in de herfst 

ruik je het rotten en je noemt het fris. deeltjes
condens kietelen je neusharen en je niest.
 
het aflopen van de zomer is bitter. je kapsel
klit aan je muts en ik heb geleerd dat ik 

ze nooit kam. dat de tanden je haren
nooit echt delen. zo raak ik je niet,
 
de zomer de herfst niet. 

een boom, uitgetrokken, ploegt het land om,
raakt de korrel van de grond niet. zo raak ik je niet.
 
je voelt de losse grond, je ziet vocht, ruikt rot
en je wilt er een hut bouwen. ik zeg; is goed. 

laten we de omgewoelde aarde bijeen drukken.
hier komt onze tuin. zet er maar een hek neer. 

op deze plek waar de zomer ooit geleefd heeft. 

Robin Veen

TV

Een vorm van ontwaken was het
zoals de ruis door je lichaam vrat.

Een regen van kiezelstenen verwrongen tot nachtmerries
vol hinnikende paarden. Vraagtekens op lopende banden
eindigend in een gongslag als een doodklap voor de nacht.

Het schetterende  licht benadrukte de duisternis waarin
alle stomme lullen zoals jij verloren rondtastten.

Nu slaap je ademloos. Op honderd zenders
worden dromen voor de nacht verkocht.
Geen mens weet meer wat wakker worden is.

Jee Kast

nog steeds

Ik ben nog steeds
je liefde op papier,
een stem van weleer, een ridder op een paard,
voor een storm ver van hier.

Ik ben overal geweest,
Oost – West – Noorden zoek,
een barstje in een Tomtom, elke kern heeft een center,
elk huisje heeft een vloek.

Ik heb nog steeds
die liefde op papier,
Don Quichot zonder molen, tastzin van een blinde,
durf reizen zonder dolen.

Ik ben overal geweest en het meest van al hier,
ik kras namen van steden, sleep pen over papier.
Avontuurlijk bestaan, in woorden gevat,
ik verdrink, gelukzalig, in een waan,
een rijke woordenschat.

Chelsea Oost

De wind waait onzichtbaar en doet  de takken van de bomen bewegen
regen valt neer en als de donkere wolken in de lucht eindelijk zijn verdwenen
is het aan de zon om het water te verdampen:
De  kringloop van het leven

Precies op de goede afstand  is de stand van de planeten
kometen  door de ruimte zwevend
de zon zorgt voor licht zelfs via de maan in de nacht
eb en vloed worden geregeld  op de minuut af
geen leven zonder alle sterren en  planeten die op precies de goede plek en afstand lijken te zweven :
De kringloop van het leven

Onderaan de voedselketen staan de  verteerders  die goed doen aan de planten
de planteneters eten planten  om door de vleeseters te worden opgegeten
maar geen van allen kan bestaan zonder de ander :
De kringloop van het leven.

De mens steelt uit de zakken van een ander  om hem vervolgens van het leven te beroven
hij maakt natuur kapot  en dieren af
De mens  is  verantwoordelijk voor de grootste misdaden tegen de aarde
en tegen zichzelf
meer gefocust op dood zonder noodzaak dan leven :
De kringloop van het nemen.

Mischa van Huijstee

Vallende kersenbloesem

O-uchi-gari
    ik voelde me licht worden
O-soto-gari
    de vloer verdween onder mijn voeten
Tai-otoshi
    klonk het ergens tussen hemel en aarde
Uchi-mata
    weergalmden nog zijn woorden
    bij het neerkomen
Oseakomi
    zo besloot mijn leraar de judoles
Uki-waza
    en ik was de enige
    die nog naar wasverzachter rook

Von Solo

Pantserkruiser Potemkin

Aangedreven door schroeven
Grote kanonnen genoeg
Pompende machines in de buik
Doorklievend met een stalen boeg

In je haven aangemeerd
Tijd voor een groots onderhoud
De zaak moet doorgesmeerd

Pantserkruiser voor de ware liefde
Als graanschip vol met rijpe zaden
Pompende machines in de buik
Geen woorden meer, maar daden

Anker uit en trossen los
Hoe kan dat tegelijk
Net zo zinloos als je afvragen
Of ik op een pantserkruiser lijk

Toch is het zo, nu weet je het zeker
De ramboeg zit erin
Je maakt water nu, ontken het maar
Ontkennen heeft geen zin

De golven breken je, je verzuipt erin
En kreunt naar adem snakkend zacht
Pantserkruiser
Potemkin

Gerda Blees

Wim is weg

hij heeft zijn heupfles en zijn plastic zak gepakt
en ook zijn rode fiets en is gaan rijden
naar een bouwplaats aan de Schie

hij is gaan praten met de kabbelingen in het water
eerst nog zacht maar later schreeuwde hij een lied
iets zwaars, een psalm of een stuk passie of zoiets

daarna is hij op zijn buik gaan liggen om te kijken
toen het water niet begon te stijgen heeft hij
zelf zijn lippen ernaartoe gebracht

hij voelde waterkou op zijn gezicht misschien
maar niets is zeker en vooral niet wat hij dacht
of wie of wat er op hem in begon te zinken

Ditmar Bakker

De Homo

Je vroeg me of je harder kon gaan neuken;
je zat al in me. Zowat negentien
centimeter voelde ik aanbeuken.
Ik spoog, en zei daarna zwoel: “Even zien,

ik ben nog hard, gebogen in de keuken,
en jij hoort slechts gepuf & geen gegrien—
men stopt pas bij complexe ribbenbreuken,
dus waar was jij alweer gebleven, Rien?”

Zijn antwoord was een felle demarrage.
Ik, als een goed ontsloten Ribandel,
wist vieren steeds mijn kringspier, en massage

omklemmend teder heel zijn klokkenspel.
Een laatste peristalt—hopla! Drainage…
De roos van vlees lekt proteïnegel.

Bram Schrijnen

Spleen

In een rechthoek
kun je niet zoeken
In een cirkel blijf je dwalen
“Verlies ik mijzelf in het hoekje?
Of wobbel ik mijn lichaam over het ronde gladde oppervlak?”
Wobbel je een doorgang
Zoek de losse hoeksteen
De harmonieuze kans
op ’t oneindige spleen.

Den Bosch, december 2006

Else Kemps

[Gedicht volgt later]

Naomi Warndorff

Speld

Ik ben in Afrika opgegroeid. Mijn bewustzijn is van daar
Met vijf klontjes in de thee
in de schaduw, op de grond,
Zij spraken Chitumbuka
en ik verstond hun gezicht.

Ik ben in Afrika grootgebracht.
Nee niet in Zuid-Afrika. Nee, niet met Shell of
Zonder Grenzen.
Dat is niet aan mij te zien, net zo min
als ik aan jou kan zien
of ik je zwart mag noemen, bruin,
of donker.
Liever noem ik jou mijn mede.
Maar vandaag zag ik je fietsen.
Torenhoog, je handen breed, je schouders fier en waardig.
Je droeg jezelf als je leren tas
Je werd omwapperd door een Matrix-jas
Als je op een fiets kan schrijden, was dat zeker wat jij deed.

Ze zeggen: black is beautiful
Ik ben het ermee eens
Ik vond je zó waardig mooi maar
Hoe dit dan te zeggen, zonder te klinken als
een exotische vlinderverzamelaar, die weer een prachtig exemplaar –
een speldenprik, dwars door je hart, herinner ik jou dan aan zware,
half vervlogen tijden?
En dat ik dan symbool sta voor de kleur aan de andere zijde.

Ik ben in Afrika opgegroeid. Nee niet in Zuid-Afrika.
Nooit zul jij dat van mij weten
Onverstoord schreed jij voort.

Carmien Michels

De koning te rijk

Ik moet de bedelaars van me afschudden,
degenen die ik wel en niet vijf euro leende
om een trein te nemen naar dreigingsniveau vier.
Vaak moet ik kiezen tussen een broodje brie
en een aalmoes voor een schooier, een tweestrijd waarbij steevast
een derde hond wegloopt met het been dat ik gooi,
zodat zowel de zwerver als ik moeten kniezen
op een stoep waar pas verstoten sigarettenpeukjes
voor kerstverlichting spelen, hongerend en hunkerend,
ik met een baksteen, hij met kiezels in de maag.

Nog nooit heeft één mens de wereld van armoede kunnen redden
bedenk ik wanneer de hond van de bedelaar
een nieuwe mecenas aanblaft, voor iedere passant een driekoningenliedje gromt
in de hoop sterkedrank voor zijn baas te kunnen kopen.

Terwijl de bedelaar verderop met graaiende vingers
heilige verzen in een vuilnisbak schrijft,
bereken ik in de weerspiegeling van een regenplas
de kans dat mijn bedelvriend win for life wint
als elke passant hem iedere dag van het jaar een biljetje schenkt.
Na veel becijfer en geduizel juich ik de toekomst toe:
zonder rekenfouten kom ik uit op: “de kans is groot”.
Ik roep de man maar hij luistert liever naar een stompje brood,
een broodje brie dat hij verderop in de goot vond.
Zonder verder vertoon van vriendelijke schijn
blaast hij de aftocht naar een land waar ik bij gebrek aan verbeelding
niet welkom ben, waar een buitenwipper met een valse lach zegt
dat enkel de man met de manke hond
in dit leven dansen mag.

Sandy Bosmans

Eeuwig

Niemand weet wat ons beweegt
Wetenschap claimt
Dat ademen een automatisme is
Maar mensen sterven vaak alleen
En ik denk dat wetenschap
Pragmatisme mist
Er zijn voordelen te vinden
In het leven als een zonderling
Maar ik weet maar een ding
Liefde is iets wat je er bij iemand uithaalt
Zit er diep in
En als je niemand hebt om het naar uit te stralen
Wie moet het dan diep uit je halen
Haal jij ‘t uit mij
Dan doe ik hetzelfde voor jou
Doe het niet alleen voor mij
Maar ook voor jou
Liefde is wederkerig
En ik zal je nooit alleen laten
Al is t maar om tot de allerlaatste milliseconde met je
Over de domste dingen te blijven
Praten …

Yannick Moyson

Vers Geweld

Ze zijn natuurlijk
maar door de mens afgezaagd.

In hun hoofd een zwartkijker
die de witte leegte instaart

Vers geweld wordt dagelijks
de gevaarlijk creatieve wereld ingestuurd.

Hebben wij dan niet de plicht ze te wapenen met een pen, een penseel of een piano?

Want waar al deze creatievelingen verder willen gaan
duwt de wereld nog steeds op de rem
en daar moeten wij toch een halte aan roepen

FULL STOP

Marloes Robijn

Reparatie

naar jezelf kijken in het zwart
van een apparaat dat niet meer aan wil
het laatste bericht zacht nazoemen
over dingen die hier daar zijn

denken hoe je ooit opging
in een menigte waarvan je
schets en scheiding bij je draagt
en of zonder alleen werkt zolang

hier ongekende beweging
daar buigzaam genoeg is
het wederkerend voorwerp
een eigen plooi te geven

en je in het zwart nog levendig ziet
wat verder reikt dan pas opgelopen  

De gedichten staan in de volgorde waarin we ze hebben ontvangen. Van drie kandidaten ontvingen we geen gedicht.
Alle informatie over de halve finalisten is te vinden op www.poetryslam.nl/nk/kandidaten.

Met dank aan Het Literatuurhuis voor de medewerking.