Gedichten

Het punt

Voor een Appel
en het verhaal van een ei
kochten zij een wens op het zuiden.

Hingen Wolkers boven hun hoofd,
legden een pad van lapis lazuli
vanaf een sofa op de derde etage
tot aan de laatste dag van mei.

Ze zeiden donder op een lijf vol regen,
maakten een totempaal van ijs.

Gingen in cirkels.

Schreven hun grootste gedachte
met klamme vingers in stof.

Beten
en maakten elkaar wijs.

Marjon Sarneel (Ava Lon)

‘t mallemoermoerasmeisje

tachtig vergeetachtig vergiet
vergoot tachtig vergeetachtig
vergiet vergeetachtig vergroot

‘t klokt, niest& ‘t staart tegen
friese staartklok klikt&heft
lammegie lammergier open
tot eendrachtig dartel een
dartel drachtige arbeidster,
knie in beemster & in zwerver
schermer schoudert gewricht,
nek onder hersenen & heersen
tot in ‘n purmer leeghwater toe
dwaalt krijn& kwijlt de kraan
nog haarlemmermeer delta
veel meer dijbenen bijbenen

eeltachtig tachtig teelt geel
tolt lach om lach eeltachtig
teel tachtig vee hoef& hoorn

‘t rijdierboerderijdier boert
‘t rijdier boerderijdier, dear!
‘t rijdier boerderijdier rendier
boert ‘t rijdier boerderijdier

‘t zoogdierachtig subtiel fossiel
‘t zoogdierachtig subtiel reptiel
vreet woelratwrat kaken samen
vreetwoelratwrat kaken aaneen
almeloër emelt larve gehemelte
‘thakte en vloog hoogvlakte
‘t liegt en vliegt laagvlakte
oppervlakte huilt al heelhuids
&verhult de onderhuidse hond

‘t oermoeras & allermoermal
‘t mallemoermoeras& meisje
veent in ‘t zijnde, in drijfzand
langs allengs eindig pad nat
vergiet straal& vergeetachtig

Chris Zuurbier (1946)
"Poëzie betekent voor mij spelen met taal, betekenis, vorm. Stripteksten, anagrammen, rijmvormen, calligrafissche elementen het moet uiteindelijk een gedicht opleveren dat iets zegt, de ene keer simpel en helder, de andere keer wat meer cryptisch."

Meisje

Mintgroene joggingbroek, jas met grote bontkraag.
Zit iets te dicht naast me.
Uit het niets is daar het verhaal, over spierontstekingen en pijnen.

Ze praat en praat maar.
Een verbale golf met aaneengesloten woorden.
Rijpe puistjes tussen oude wondjes.
Over bezoekjes aan oma met geld toestoppen.

En ik filter, ik glimlach.
Ik zeg ’ ja’ als het ‘ja’ is.
Ik zeg ‘nee’ als het ‘nee’ is.

Dan is ze weg, ik ook.
Weg zijn de verhalen.
Als een zwerm muggen met haar mee.

Yvette Rombouts (1975)
"Poëzie is voor mij een manier om me te uiten. Ik observeer veel en zet dit graag om in woorden. Vooral mensen portretteer ik graag door middel van een gedicht erover te schrijven."

ESCHER

zoals wij elkaar al zo vaak aten
een gouden stroomkring

ik besta
omdat
jij mij voelt die
jou voelt besta je
nee

de tekenhand
tekent de tekenhand die
door hem wordt
getekend nee

niets betekent
zichzelf of elkaar
wel overdek ik je met tekens
zoals ook jouw oog mij beschrijft

nadat wij zijn neergestort
is dit het, wat nog hangen blijft

Wim Klooster (1935)
"Poëzie is het gedicht vinden waar je zolang naar hebt gezocht, en niet weten waar het gebleven is."