Gedichten over poëzie

Uit de ons toegestuurde gedichten selecteerden we er vier met  poëzie als onderwerp.

Esha Guy (1994)

Poëzie is voor mij een manier om mezelf te ontwapenen van alle waanbeelden en pretenties die het dagelijkse leven met zich meebrengt. Ik wil niet met mijn poëzie laten zien hoe belangrijk de dingen zijn waar ik waarde aan hecht, maar ze juist onbelangrijk maken.

Wittgenstein

Alle criticasters en semi-intellectuelen nog aan toe!
Wat is toch die “echte poëzie” waar ieder over spreekt
met de onschuld van een peuter
die zijn vinger in het stopcontact steekt?

Wat voor zielenrust komt daaruit voort?
met welk knoesterig devies trachten zij
de schoonheid te bevangen?
Al is het maar voor even…

Ik ben helemaal niet geïnteresseerd in “echte poëzie”
en soortgelijke sofistieke paradoxen
Waarom zijn rijm en metrum van belang?
In een willekeurige wereld past geen
onwillekeurige woordensamenhang!

De mooiste gedichten hebben geen einde
en dus ook geen begin
Zij kruipen tussen de klanken door
verstoppen zich onder de planken waar
de uitgesproken zinnen zich bezatten
aan elkanders lippen.

Zij leven tussen tong en toon
Geen toetsenbordgetik dat dat
in tijdstippen kan stoppen.

De mooiste gedichten verdienen het
niet opgeschreven te zijn
Zij fonkelen aan de horizon
waar het Ik en Ander vervagen
en vloeien door de breuklijnen.

-Een blad valt ongehoord ter aarde-
Dat is wereldpoëzie!
Met een schone sok in een plas stappen
Een titel zonder gedicht
De eerste lentebloem, die
door een kind wordt platgetrapt

De poëzie wordt gebaard in het
post-coïtale aroma van
oud zweet, oude drank, oude tranen, oud geil
met het liefst een asbak op het nachtkastje
en sterft bij de ontluiking van het eerste ooglid.

“poëzie is een definitiekwestie”
ongetwijfeld
en dus is het niet moeilijk:
poëzie is [ ]

Ramon van den Dungen (1970)

Poëzie is voor mij een manier om afstand te nemen van de dagelijkse werkelijkheid en de dingen iets mooier te maken dan ze zijn.

Gedicht van zeep en water

Zwart bekraste vellen zeggen
niet wat ik vandaag wil voelen.
De lettersneltrein in mijn hoofd
dendert door tot hij ontspoort.

Strofes vallen uit elkaar,
beelden vliegen door het raam.
Zinnen in mitella’s troosten woorden
buiten zinnen van verdriet.

Als een mengeling van zeep en
water stijg jij op uit deze rampspoed.
Ongenaakbaar kwetsbaar zweef je
over hete letters door mijn hoofd.

Trillend land je op de ranke handen
van een lentemeisje met grijs haar.
Daar spat jij, bellenblaasgedicht,
na een kort leven troostrijk uit elkaar.

Kamiel Choi (1979)

Poëzie is een ontdekkingsvorm.

wordt vannacht de poëzie voor dood verklaard
kroont met morgen eenoog koning op een stippellijn

wordt vannacht de poëzie voor dood verklaard
schalt bargoens door de straten, die slechts straten zijn
lijdt men zonder ambitie en troost elkaar met brandewijn
lalt men protocollen en statuten in harde schelpenoren
vrijt men zwijgend, omdat ieder iets anders wil horen
valt men koud en stom in elkaars oorverdovende pijn

wordt vannacht de poëzie voor dood verklaard
regeren wit van de macht de woorden, die slechts woorden zijn.

Sharon Evita Bakker (1989)

Poëzie is voor mij een levenloos wezen zonder ziel. Een stilte zonder zwijgen die in mij geboren wordt, zonder er te zijn en toch een aanwezigheid kent daar waar niemand de identiteit herkent, maar wel de woorden.

Woordzinnig

Taal is mijn encyclopedie
van dichterlijke zinnen
die stiltes uitzetten
als knipperende lampen
die dampende letters
een tweede leven geven

Mijn woordrivier stroomt
op automatische kanalen
die afdalen naar beschrijvingen
waar mijn zinnen
recht van spreken hebben
en in de oneffenheid
van gepolijst geschrift
verder van de realiteit
wegstromen
waar poëzie
achter de deurpost
van voorbedachten rade
in mijn hoofd zwemt