Gedichten

Pieter Seinen
Spraakwaterslam Amsterdam

"Brave burgers"

Vroeger was ik altijd van: “Ik werk niet mee.
Ik ben mezelf en als ik wil kijk ik t.v. tot twee.
Ik doe mijn ding Yo!
en doe niet aan jouw regels mee.
Fuck the system! ik wil mijn hele leven feesten. Jee!”

Ik dacht dat ik wist hoe het moest. Maar ik zat fout.
Mispoes.
Helemaal niks had ik goed.
Het is waar wat ze zeggen; wijsheid komt met de jaren.
En check dit dan: ik was laatst jarig.

Nu ben ik een volwassen man en weet ik dat het anders kan.

Regels zijn heel handig voor het stoppen van trammelant.
Hou je aan de regels
je leven wordt veel beter.
Ze zijn gemaakt door mensen die wat goed voor je is weten.

Oh ja! Check dit verhaal over mijn leven:
Ik werd laatst in een steegje door een zwerver in de nek gebeten.
Superraar!
Hou je aan de regels.

Daan Zeijen
Winnaar Rhythm & Poetry Slam Delft

Ararat

we hadden appelflappen
zelfs beignets meegenomen
en van elk soort dier een paar
of meer. de meesten hadden zo hun
twijfels – wat is nu een vloed precies? –
maar het is gelukt. vrouw of man
maakte ons niet uit, maar omdat
de toekomst nog wel een poos kon
duren, leek het goed het vast
te hebben over kleintjes.
wie wilde graag? wie zeker niet? er mochten
zeven pinguïns mee. ik voelde druppels
op mijn arm, en probeerde niet te denken
dat het nu wel druk zou zijn. onze matras stond
ik graag af, en ik rolde een handdoek op
tot kussen. je stond in de deur als een vraagteken
waarvan de punt al was verdronken.
of er van onze soort niet ook
nog eentje paste, soms.

Jolies Heij
Fluxus Zaans Dichtersfestival

Dichter met bestemming

De hoer in mij wil achter dubbel glas
bij perkamentzacht licht. Je verkoopt
jezelf, zegt hij, zet toch eens dat
pokergezicht af en wentel jezelf uit het

voetlicht. Je schrijft lorren van
gedichten waarmee je flessenhalzen
vult en zeult met vioolkisten uit angst
voor holle echo’s. En toch, hij hoeft maar

met zijn vingers te knippen of de
noodverlichting floept aan. Je verlaat
je kamer, hinkstapdansend over wenteltrappen
voetjewrijvend langs valkuilen, sjoelend

over dubbele bodems, dat dunne ijs van
hinkende verwijten. Spiegels laten de priemen
scherper lijken. Een machteloos nagloeien.
Lasso’s bungelen om doelloze lijven.

Sophie van den Bergh
Winnaar Publieksprijs Leidse Poëzieslag

Gezelschap

Ik dekte de tafel wit op zwart
voor drie vakantievrienden
ze waren Frans
(opscheppen mocht ik niet) mijn
moeder praatte wel soms kort met ze
(gewoon in het Nederlands)

In de auto hadden ze niet gepast
Maar daar waren ze, een beetje bleek
Ze waren klein zeiden niet veel
maar het stond al vast ze zouden blijven

Ze zaten niet graag achterop de fiets
ze speelden geen viool maar ze
vertelden verhalen over Franse grotten
in Franse bergen waar Franse reuzen
langzaam krompen
(over honderd jaar, zei één,
kan niemand ons meer zien)

En ik zag de lege krukken, borden,
ogen wel, het schone bestek
en in gedachten stuurde ik ze terug
naar hun Franse grot in een Franse berg
zag hoe ze
vervlogen in de lucht
uiteenspatten in bloed en brein, voorgoed
verdwijnen als vergeten geleden
ingeteerd en uitgehold
door gisteren verstoten uitgesleten en
Ik wendde me nog even af
Ik hield mijn ogen nog even gesloten

Loren Brouwers
Winnaar DichtSlamRap & gedeeld winnaar Pictura Poetryclash Dordrecht

Ik denk dat we in oorlog zijn

Jij bouwt een tentenkamp in mijn kamer, van dik zeil en stof uit verre landen.
Regenbestendig, licht ontvlambaar. Elke week een kleiner exemplaar
luchtbellen voor één lichaam.

Als we negen waren en in het bed van mijn vader een holle ruimte zouden maken
-opengeklapte paraplu, dekens, een zaklampje in het midden-
dan vroeg ik je weer om je onderbroekje uit te doen, dan lagen we recht naast elkaar
in onze kindertent, omdat we iets wilden
maar niet wisten wat.

Als we drieëntwintig waren, laat mij dan de ruimtes bouwen.
Ik geef je een wereld in een luchtballon
lekkend, zwaar ontvlambaar
warm en groot genoeg voor twee.

Ik denk dat we in oorlog zijn.
Nog drie meter lege vloer waar ik kan liggen.
Nog vijftien dagen tot ik me terugtrek.