Gedichten Moniek Spaans

contramine

jij tuimelraamt mij wat teveel
je spliksplintert en scherft de boel
aan rafelige flarden

dwars gehalstar en gestribbel
kont en krib
tegen alle draden

met die hakken in het zand
maak je hele nare gaten
in wat eerst
zo roerloos ebbe was

Roi du Corduroy

Lord of Manchester
Roi du Corduroy
Heer van Fluweel tot Karbonade

okergeel en mossig groen
een beige bruin, zijn werkkostuum

het stroeve piepen van zijn pijpen
bij elke stap die hij verzet

zijn pantalon wijdlopend
ruim genoeg voor klok en spel

mij daartoe uit zijn lijf gerukt
en naar zijn beeld geschapen

niet goed snik

ik zou niet goed snik zijn,
ik, die het stroomdal klieven deed
die waterlanders onderdakte
van ogentroost geen weet

ik zou niet goed snik zijn,
ik, die wilgen dwong
tot een nederig buigen
wie niet treuren wil die moet maar voelen!

ik zou niet goed snik zijn,
ik, die het jeremiëren maakte
tot een kunde
een plengend wee beklag

ik zou niet goed snik zijn,
mijn leedvermogen tanende
ik, die kon janken als een edelman
het blèren troef

mijn snikken is een woord bedacht
dat enkel tranen duldt
het biggelen
een vochtig parelsnoer

en ik zou niet goed snik zijn?
ik, die schokkend schouderde
traande met tuiten
tot aan mijn laatste, mijn allerlaatste